Vragen van de leden Van Klaveren en Bontes (beiden Groep Bontes/Van Klaveren) aan
de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over
de komst van een geweldsprediker naar Utrecht (ingezonden 21 januari 2016).
Antwoord van Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de Minister
van Veiligheid en Justitie (ontvangen 25 februari 2016).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Omstreden Britse islamgeleerde naar Utrecht»?1
Vraag 2, 3, 4
Deelt u de visie dat de komst van geweldspredikers als al-Haddad, die stelt dat overspeligen
en afvalligen gedood moeten worden, een gevaar vormt voor de openbare orde en dat
hem daarom de toegang tot Nederland moet worden ontzegd?
Begrijpt u dat het steeds opnieuw toelaten van geweldspredikers de integratie maximaal
tegenwerkt en gestopt moet worden?
Hoe verhoudt de komst van deze geweldsprediker naar Nederland zich tot de motie-Bontes
over het te allen tijde uit Nederland weren van geweldspredikers? 2
Antwoord 2, 3, 4
In de brief van het kabinet van 3 maart jl. (Kamerstuk 29 754, nr. 303) is reeds aangegeven dat uit het buitenland afkomstige visumplichtige sprekers die
in Nederland onverdraagzame, anti-integratieve en/of antidemocratische boodschappen
willen uitdragen en daarmee de openbare orde of nationale veiligheid bedreigen, niet
welkom zijn. Over de nadere invulling van maatregel 20f uit het Actieprogramma Integrale
Aanpak Jihadisme (het weigeren van visa van predikers – uit visumplichtige landen
– die oproepen tot haat en geweld) is uw Kamer recent nog geïnformeerd via de Derde
Voortgangsrapportage van het Actieprogramma.
Ook ten aanzien van niet-visumplichtige predikers neemt het Kabinet het standpunt
in dat het onacceptabel is als een podium wordt geboden aan predikers die onverdraagzaam
gedachtegoed in Nederland propageren. Hier is dan ook aandacht voor in de drie-sporen-aanpak
zoals beschreven in de beleidsreactie op de notitie «Salafisme in Nederland: diversiteit
en dynamiek». Indien het komt tot een uitnodiging van een visumplichtige derdelander
die oproept tot haat en geweld heeft de rijksoverheid de mogelijkheid om het vreemdelingrechtelijk
instrument in te zetten. De mogelijkheden hiertoe hangen echter af van de verblijfstatus
van de prediker. Iedere casus wordt op zijn eigen merites beoordeeld.
Zoals eerder is gemeld aan uw Kamer is de heer Al-Haddad in het bezit van de Britse
nationaliteit. Volgens richtlijn 2004/38 kan op grond van de richtlijn alleen de toegang
geweigerd worden indien hij op grond van zijn persoonlijk gedrag een actueel, werkelijk
en ernstig gevaar vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Over individuele
casuïstiek doe ik geen uitspraken.
Indien zij rechtmatig in het Schengengebied verblijven worden niet-visumplichtige
predikers die oproepen tot haat en geweld beoordeeld op de boodschap die zij tijdens
hun verblijf uitdragen. Zij die een onverdraagzame boodschap uitdragen, zullen daarmee
worden geconfronteerd, waar mogelijk via strafrechtelijke weg.
Momenteel wordt gewerkt aan de uitwerking van de salafismebrief waarin het kabinet
tevens ingaat op de 9 moties over salafisme. De aanpak van problematische gedragingen
en activiteiten (waaronder het uitnodigen van geweldspredikers) wordt nader uitgewerkt
in deze brief die de kamer in februari tegemoet kan zien.
Vraag 5
Bent u bereid stichtingen die verantwoordelijk zijn voor de uitnodiging van (deze)
geweldspredikers te verbieden, op grond van art.20 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek?
Zo neen, waarom niet?
Antwoord 5
Het OM kan op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek (BW) de rechter vragen een
rechtspersoon te verbieden en te ontbinden, indien de werkzaamheid daarvan in strijd
is met de openbare orde.
In navolging van de motie Heerma3 en de discussie met uw Kamer, heeft het kabinet opdracht gegeven tot een onderzoek
naar de wijze waarop in verschillende landen in de praktijk invulling wordt gegeven
aan het «gevaarscriterium». Dit is één van de criteria om een antidemocratische groepering
te kunnen verbieden of ontbinden. Naar aanleiding daarvan wordt bezien of alsnog aanpassing
van het Nederlands instrumentarium aangewezen is. Dit onderzoek wordt naar verwachting
in het voorjaar van 2016 opgeleverd.
Vraag 6
Hoe staat het met de aanleg van een database van geweldspredikers en staat deze persoon
daarin?
Antwoord 6
Er bestaat geen zogenaamde «zwarte lijst» of database van personen die, omwille van
onverdraagzame uitingen of anderszins, te allen tijde toegang tot Nederland ontzegt
wordt. In het kader van het weigeren van visumplichtige predikers die oproepen tot
haat of geweld, wordt gewerkt met een zogenaamde alerteringslijst. Vermelding op deze
lijst betekent niet dat de visumaanvraag per definitie wordt geweigerd. De alerteringslijst
is dus geen zwarte lijst.
Vraag 7
Wilt u deze vragen beantwoorden vóór 31 januari 2016?
Antwoord 7
Het is helaas niet mogelijk gebleken de vragen voor 31 januari 2016 te beantwoorden.