Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-20161407

Vragen van de leden Van Tongeren (GroenLinks) en Dik-Faber (ChristenUnie) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over de kerncentrale bij Doel (ingezonden 11 januari 2016).

Antwoord van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu) (ontvangen 5 februari 2016).

Vraag 1

Bent u bekend met het voornemen van de Belgische overheid om de levensduur van de kerncentrales Doel 1 en Doel 2 met 10 jaar te verlengen?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Bent u bekend met het artikel «Belgische kerncentrales wereldwijd minst betrouwbaar»?2

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3, 4 en 5

Bent u bekend met de uitspraak van de Belgische Raad van State dat hier een Milieueffectrapport (MER) voor opgesteld dient te worden en dat er mogelijk sprake is van illegale staatssteun?

Bent u bereid om naar aanleiding van de uitspraak van de Belgische Raad van State en in lijn met de motie van de leden Van Tongeren en Jan Vos over het uitvoeren van een Milieueffectrapportage (Kamerstuk 25 422 nr. 127) bij de Belgische overheid aan te dringen op een volledige m.e.r.-procedure voor de levensduurverlening van Doel 1 en Doel 2? Zo nee, waarom niet?

Bent u bereid om naar aanleiding van het oordeel van de Belgische Raad van State dat voor levensduurverlenging van Doel 1 en Doel 2 een volledige m.e.r.-procedure nodig is, inclusief een publiek, grensoverschrijdend consultatieproces, een klacht in te dienen bij de implementatiecommissie van het verdrag van ESPOO? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u de Kamer een tijdlijn geven voor deze procedure?

Antwoord 3, 4, 5

De Belgische autoriteiten hebben op basis van de relevante wet en regelgeving en vergunning geoordeeld dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk is voor de bedrijfsduurverlenging van de kerncentrales Doel 1 en Doel 2. Hiertegen is beroep aangetekend waar de Belgische Raad van State nog een uitspraak over moet doen. Ik wacht de uitspraak van de Belgische Raad van State af. Over eventuele illegale staatssteun is mij niets bekend.

Vraag 6

Vinden er ook gezamenlijke inspecties, zoals bedoeld in de motie van de leden Jan Vos en Dik-Faber (Kamerstuk 25 422, nr. 132), plaats van België en Nederland in Borssele, Doel en Tihange naar aanleiding van incidenten?

Antwoord 6

Op 20 januari jl. heeft de eerste gezamenlijke inspectie plaatsgevonden van Nederlandse en Belgische inspecteurs. De ANVS en het FANC hebben afgesproken om vaker gezamenlijke inspecties uit te voeren, dit jaar ondermeer ook nog in Tihange en Borssele.

Vraag 7

Hoe kijkt u aan tegen gezamenlijke zeggenschap? Houden gezamenlijke inspecties ook in dat beide inspecties tot een eensluidend oordeel dienen te komen alvorens een kerncentrale opnieuw kan worden gestart? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

Er is geen sprake van een gezamenlijke zeggenschap of een eensluidend oordeel bij een gezamenlijke inspectie. Bij een gezamenlijke inspectie wordt de inspectie uitgevoerd door de inspecteurs van het land waarin de installatie staat. De nucleaire autoriteit van het land waar de installatie staat, geeft zijn oordeel over de veiligheid van de nucleaire installatie. De bezoekende inspecteurs hebben de rol van waarnemer. Een gezamenlijke inspectie stelt de bezoekende inspecteurs in staat de technische installatie met eigen deskundige ogen te aanschouwen en zich een beeld te vormen over de inspectiemethoden.

Vraag 8

Deelt u de mening van de Belgische Raad van State dat de afgesproken garanties mogelijk leiden tot illegale staatssteun aan de exploitant van Doel 1 en 2? Zo nee, waarom niet? Wordt uw oordeel gedeeld door de landsadvocaat? Zo ja, gaat u bezwaar aantekenen tegen deze illegale staatssteun bij de Belgische overheid en de Europese Commissie om zo het gelijke speelveld op de Noord-West Europese elektriciteitsmarkt te behouden?

Antwoord 8

Het is aan de Europese Commissie om op grond van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie eerlijke mededinging en een gelijk speelveld binnen de Europese Unie te bewaken. Het is aan de Belgische overheid om eventuele staatssteun te notificeren en in eerste instantie aan de Europese Commissie om te bepalen of hier sprake is van staatssteun. Een oordeel van de Nederlandse landsadvocaat is in dit geval niet aan de orde.

Vraag 9

Kent u de zorgen van burgemeesters uit grensgemeenten? Op welke wijze worden burgemeesters, die wettelijk verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van burgers in hun gemeente, geïnformeerd over incidenten in kerncentrales, in Nederland en net over de grens?

Antwoord 9

Ik ken die zorgen. Op 18 januari jl. heb ik nog gesproken met een aantal burgemeesters uit de grensregio’s. Op grond van eerder gemaakte afspraken tussen provincie Oost-Vlaanderen en veiligheidsregio’s zijn de veiligheidsregio’s in de regio van kerncentrale Doel geïnformeerd over de storingen en dat deze geen gevolgen hadden voor de veiligheid. De betrokken burgemeesters zijn door veiligheidsregio’s geïnformeerd. Het verder versterken van de informatiepositie van de (veiligheids)regio Limburg-Zuid in relatie tot kerncentrale Tihange zal besproken worden door de veiligheidsregio, ANVS en de Belgische autoriteiten. Mede naar aanleiding van de wens van de betrokken burgemeesters, de voorzitters van de Veiligheidsregio’s en de Tweede Kamer heb ik met Minister Jambon afspraken gemaakt om te komen tot een meer geharmoniseerde en eenduidige communicatie.

Vraag 10

Vindt u het ook wenselijk dat gemeenten, conform het advies van de Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV) (over gaswinning in Groningen), betrokken worden bij besluitvorming over het stilleggen of opstarten van een kerncentrale? Zo nee, waarom wordt het advies van de OVV met betrekking tot gaswinning in Groningen terzijde geschoven in het kernenergiedossier? Zo ja, op welke wijze is de betrokkenheid van gemeenten vorm gegeven?

Antwoord 10

De keuze om te stoppen of door te gaan met kernenergie en de nucleaire veiligheid is een nationale aangelegenheid op grond van het Euratom Verdrag. De individuele lidstaten in de EU hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het energiebeleid en voor de regulering en het toezicht op de veiligheid van de nucleaire installaties. De EU richtlijnen geven wel een kader waarin o.a. staat dat er een onafhankelijke nucleaire autoriteit moet zijn en geven ook nucleaire veiligheidseisen.

De Belgische regering en het parlement hebben besloten tot de verlengde openstelling van de kernreactoren. Het FANC heeft de veiligheidsvoorwaarden opgesteld en houdt daar toezicht op. In dit Belgische besluitvormingsproces is formeel geen betrokkenheid voor Nederlandse overheden.

Aangezien ik belang hecht aan goede communicatie met de omliggende Nederlandse gemeenten heb ik aan mijn Belgische collega gevraagd om na te gaan of het desondanks mogelijk is om Nederlandse overheden beter te informeren of te betrekken bij het besluitvormingsproces en de veiligheidsvoorwaarden die het FANC heeft opgesteld.

Vraag 11

Is de «unplanned capability loss-factor» een goede factor om de betrouwbaarheid van een kerncentrale te beoordelen? Zo nee, waarom niet? Wordt uw mening gedeeld door het International Atomic Energy Agency (IAEA)? Welke indicator of indicatoren dienden dan gehanteerd te worden voor het beoordelen van de betrouwbaarheid van een kerncentrale?

Antwoord 11

De unplanned capability loss-factor geeft aan hoeveel energie er over een bepaalde periode niet geproduceerd wordt als gevolg van ongeplande stops. De IAEA geeft aan dat het een maat is voor de energieproductie van een kerncentrale en niet voor de veiligheid.

Het is moeilijk de nucleaire veiligheid te vatten in één of enkele indicatoren. Indicatoren zijn o.a. het ontwerp en de latere aanpassingen van het ontwerp maar ministens zo belangrijk is de veiligheidscultuur. De veiligheid van een kernreactor moet vooral blijken uit inspecties van de nationale nucleaire toezichthouder, de veiligheidsanalyse en eventuele relevante internationale audits die een kernreactor op specifieke onderwerpen kunnen doorlichten.

Vraag 12

Klopt het dat in de internationale vergelijking van het IAEA de kerncentrales Doel, Tihange en Borssele het slechts scoren op het criterium «unplanned capability loss-factor»?

Antwoord 12

De afgelopen 3 jaar was de gemiddelde score van de kernreactoren in België van de unplanned capability loss-factor hoog. Dit geldt ook voor de kerncentrale Borssele, omdat die in 2013 lang stil gelegen heeft voor reparatiewerkzaamheden aan de turbine, een onderdeel van de centrale dat staat in het niet nucleaire deel.

Vraag 13

Deelt u de mening van de Belgische Minister van Energie dat dit komt door de hoge kwaliteit van de inspecties in Nederland en België? Zo ja, bent u bereid om binnen de EU en in internationaal verband actie te ondernemen om de kwaliteit van de inspecties binnen de EU en wereldwijd op gelijk niveau te brengen? Zo nee, wat zijn dan, naast het stilleggen van vanwege mogelijke scheurtjes, de oorzaken van de slechte score op de indicator «unplanned capability loss-factor»?

Antwoord 13

Ik deel de mening van de Belgische Minister van Energie over de hoge kwaliteit van inspecties in Nederland en België. Ik kan niet zeggen dat er altijd een causaal verband is tussen de UCl en de wijze van inspectie omdat enerzijds de UCL geen maat is voor de veiligheid en anderzijds het toezicht juist wel gericht is op de veiligheid.

Ik heb aan de ANVS gevraagd om in het overleg van nucleaire regulators in de EU aan de orde te stellen om Europees breed vaker gezamenlijke inspecties uit te voeren naast de al afgesproken peer reviews over bepaalde onderwerpen.