Vragen van de leden Volp(PvdA) en Kooiman (SP) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over de stand van zaken omtrent het Onderzoeksrapport Vrouwenopvang
locatie IJmond (ingezonden 15 december 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
3 februari 2016). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 1018.
Vraag 1
Kent u het Onderzoeksrapport Vrouwenopvang locatie IJmond? Zo ja, wat is uw mening
over dit rapport?1
Antwoord 1
Ja, ik heb kennis genomen van het rapport «Perspectief», uitgevoerd door mevrouw J.
Haanstra. De verantwoordelijk wethouder van centrumgemeente Haarlem heeft mij op 3 december
jl. een brief geschreven met zijn reactie op dit rapport.
Met de voortgangsrapportage Geweld in Afhankelijkheidsrelaties die op 12 januari 2016
naar uw Kamer is gegaan, heb ik het rapport en de brief van de wethouder aan uw Kamer
gezonden en tevens mijn reactie gegeven2.
Vraag 2
Deelt u de kritiek van een klokkenluider, Femmes for Freedom en het Haarlemse SP-raadslid
Sibel Ozogul dat het onderzoek van Johanna Haanstra naar de vermeende misstanden in
het Blijf Huis in Heemskerk niet zorgvuldig en onafhankelijk is gedaan?3 Zo ja, waarom en acht u nieuw onderzoek wenselijk? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
De wethouder van Haarlem moet toezicht houden op de (kwaliteit van) voorzieningen
in zijn (centrum)gemeente en daarover verantwoording afleggen in de gemeenteraad.
De wethouder heeft mij meegedeeld dat hij op 14 januari 2016 heeft besloten tot een
vervolg op het onderzoek dat mevrouw Haanstra heeft gedaan, naar aanleiding van een
verzoek daartoe van de gemeenteraad.
Vraag 3
Bent u van mening dat een onderzoek waarbij specifiek wordt gekeken of de vermeende
misstanden in de Blijf Groep daadwerkelijk hebben plaatsgevonden wenselijk is? Zo
ja, waarom en hoe moet dit gebeuren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Vraag 4
Heeft u contact gehad met de Blijf Groep en de Blijf Groep Heemskerk over dit rapport?
Zo ja, kunt u aangeven hoe zij met de conclusies verder gaan? Zo nee, gaat u dat nog
doen?
Antwoord 4
Ik heb geen contact gehad met de Blijfgroep en de Blijf Groep Heemskerk over de uitkomsten
van het onderzoek van mevrouw Haanstra. Het contact loopt via de wethouder van de
centrumgemeente Haarlem, in die rol verantwoordelijk voor de kwaliteit van de betreffende
voorziening, de handhaving daarvan en het toezicht daarop. Ik heb kennis genomen van
de maatregelen die de wethouder heeft genomen. Hij heeft de Blijf Groep gevraagd om
snel een plan van aanpak op te stellen om de aanbevelingen uit het rapport te implementeren.
Vraag 5
Kunt u aangeven wat de stand van zaken is in de vrouwenopvang? Zo ja, wat gaat er
goed, waar is ruimte voor verbetering, waar is er sprake van misstanden en waar gaat
dat dan om?
Antwoord 5
Ik ben van mening dat de vrouwenopvang als sector er goed in slaagt om veiligheid
te bieden aan hen die dat nodig hebben en om met de cliënten te werken aan herstel.
De sector werkt zelf continu aan verbetering. De instellingen investeren in het steeds
professioneler maken van de beroepsgroep door het werken met beproefde methodieken
als Veerkracht en Krachtwerk. Ik stuur erop dat in het kader van de afspraken die
ik in mei 2014 heb gemaakt over extra middelen voor een kwaliteitsimpuls voor de vrouwenopvang,
er afspraken worden gemaakt over basiskwaliteit in de vrouwenopvang.
Verder heb ik van de VNG of de FO geen signalen gekregen dat er sprake zou zijn van
misstanden binnen de sector.
Vraag 6
Bent u van mening dat onder andere gezien de passages in het Onderzoeksrapport Vrouwenopvang
locatie IJmond over de samenstelling en wensen van de populatie een groter onderzoek
wenselijk is met als vraag of de vrouwenopvang in de huidige vorm aansluit bij de
populatie en de behoeftes van deze populatie zoals het lid Volp in het algemeen overleg
Kindermishandeling/Geweld in Afhankelijkheidsrelaties op 24 september 2015 opperde?4 Zo ja, wanneer gaat dit onderzoek plaatsvinden? Zo nee, waarom niet? Kunt u uiteenzetten
waaruit blijkt dat de vrouwenopvang in de huidige vorm aansluit bij de populatie en
de behoeftes van deze populatie?
Antwoord 6
Het Kamerlid Volp heeft in het Algemeen Overleg van 24 september 2015 de vraag gesteld
of het – los van de signalen over misstanden en bovengenoemd proces om te komen tot
een basiskwaliteit – zinvol zou zijn om te onderzoeken of de vrouwenopvang in de huidige
vorm aansluit bij de populatie en de behoeftes van deze populatie.
Mij lijkt het inderdaad zinvol om dit vraagstuk te verkennen. Ik heb daarbij een tussenstap
voor ogen. Ik zal de VNG vragen om samen met de FO zo snel mogelijk een expertmeeting
te organiseren met als doel deze vraag te verhelderen. In de vraagstelling bij de
expertmeeting zal ik meenemen of er ook aanbevelingen kunnen worden gedaan die onmiddellijk
binnen de sector kunnen worden verspreid (zogenaamd «laaghangend fruit»). Ook zal
in deze expertmeeting worden nagegaan of nader onderzoek noodzakelijk is of dat andere
acties nodig zijn. In de voortgangsrapportage geweld in afhankelijkheidsrelaties van
juni 2016 zal ik uw Kamer over de uitkomsten en stand van zaken informeren.
X Noot
2Brief kenmerk: 881129–145071-DMO