Vragen van de leden Lodders en Visser (beiden VVD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Milieu over het bericht «RWS gebruikt onkruidmiddel dat slecht is voor water.»
(ingezonden 30 november 2015).
Antwoord van Minister Schultz van Haegen – Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu),
mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (ontvangen 27 januari
2016).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «RWS gebruikt onkruidmiddel dat slecht is voor het milieu»?1
Vraag 2, 3, 4, 5 en 9
Wat is de reden dat de overheid nu al voor zichzelf een uitzondering maakt voor het
gebruik van dit middel?
Kunt u aangeven op welke grond Rijkwaterstaat (RWS) een uitzondering kan maken op
het voorgenomen wijzigingsbesluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Kamerstuk
27 858, nr. 315)?
Kunt u ook inhoudelijk onderbouwen waarom het besluit van RWS voldoet aan de uitzonderingsgrond
in het eerder genoemde wijzigingsbesluit?
Wat is de definitie die gehanteerd wordt als de veiligheid in het geding is? Waar
is deze definitie vastgelegd en geldt deze definitie voor alle sectoren? Zo ja, kunt
u aangeven hoe deze definitie toegepast dient te worden?
Antwoord 2, 3, 4, 5 en 9
Op dit moment is Roundup, met hierin de werkzame stof glyfosaat, toegelaten door het
College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) voor onder
meer de behandeling van stobben van afgezaagde bomen en struiken. Het gebruik van
glyfosaat (op stobben) is dus toegestaan onder de huidige Wet- en regelgeving. Dit
geldt niet alleen voor de overheid maar ook voor professionele toepassers zoals hoveniersbedrijven.
Rijkswaterstaat gebruikt alleen gewasbeschermingsmiddelen voor stobben in waterbouwkundige
constructies als er geen uitvoerbare alternatieven zijn en heeft hiermee op dit moment
een uitvoeringsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen dat verder gaat dan momenteel
is vereist volgens de Wet- en regelgeving.
Het ontwerpbesluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden verbiedt het gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw. Eerst op verhardingen, met ingang van
het groeiseizoen 2016, en later in november 2017 voor professioneel gebruik op niet-verhardingen.
In de brief van 6 februari 2014 (Kamerstuk 27 858, nr. 227) aan de Kamer is al aangekondigd aan de hand van enkele voorbeeldsituaties dat daar
een uitzondering wordt voorzien voor de periode dat dit noodzakelijk is. Het gaat
dan onder andere om situaties waar nog geen zicht is op de uitvoerbaarheid van alternatieven
en/of waar veiligheidsissues spelen. Dit is ook het geval als het vanwege de stabiliteit
van de constructie niet mogelijk is om ver ontwikkelde houtige opslag in waterbouwkundige
constructies uit te trekken of uit te graven. Deze uitzondering is voorzien en zal
worden opgenomen in de Ministeriële Regeling onder het besluit waarin de uitzonderingen
nader worden uitgewerkt.
Vraag 6
Kunt u aangeven welke alternatieven er door RWS zijn onderzocht en waarom zijn deze
afgevallen? Wat is de onderbouwing van RWS dat alternatieven technisch niet mogelijk
zijn en dat het gebruik van een onkruidmiddel de enige effectieve en veilige manier
is?
Antwoord 6
Het totaal vernieuwen van de kribben is niet als alternatief overwogen, omdat dit
een onevenredig ingrijpende en omvangrijke maatregel zou zijn. Het beheer en onderhoud
zo uitvoeren dat geen wortelpakketten meer tot ontwikkeling komen, door middel van
terugsnoeien en afzagen, vergt intensief beheer dat niet altijd en overal uitvoerbaar
is. Dit geldt met name voor situaties waarbij de begroeiing al ver ontwikkeld is.
Omdat Rijkswaterstaat belang hecht aan een duurzaam beheer van de waterwerken, worden
de mogelijkheden en consequenties onderzocht van deze intensievere manier van onderhoud
waarmee de toepassing van glyfosaat kan worden voorkomen.
Bij het behandelen van stobben in kribben en dijken wordt glyfosaat heel gericht met
een kwast aangebracht op de zaagsneden van stobben. Het middel wordt alleen toegepast
in het groeiseizoen omdat het anders niet werkzaam is. Het waterpeil is dan ook voldoende
laag om beheer en onderhoud uit te kunnen voeren. Daarnaast gebeurt het behandelen
van de stobben alleen bij droge weersomstandigheden en gelijkluidende voorspellingen.
Op grond van voorgaande overwegingen is de belasting van het oppervlaktewater verwaarloosbaar.
De kans op overschrijding van waterkwaliteitsnormen, inclusief de normen die gelden
voor de bereiding van drinkwater uit oppervlaktewater, is verwaarloosbaar klein.
Vraag 7, 8 en 10
Kunt u aangeven of hier ook een financiële reden aan ten grondslag heeft gelegen?
Zo ja, hoe is het dan uit te leggen dat gemeenten, particulieren en bedrijven een
dergelijk middel niet mogen gebruiken en op allerlei meerkosten worden gejaagd door
duurdere en soms meer schadelijke alternatieven?
Waarom wordt Rijkswaterstaat niet verplicht om net als gemeenten, bedrijven en andere
sectoren onkruid op een alternatieve manier te bestrijden?
Bent u bereid om één lijn te trekken en uw eigen organisatie op een gelijke wijze
te behandelen als gemeenten, ondernemers en particulieren? Zo nee waarom niet?
Antwoord 7, 8 en 10
De toekomstige regelgeving geldt voor alle partijen, waar ook Rijkswaterstaat zich
aan dient te houden. Zoals hiervoor is beschreven zijn uitzonderingen voorzien waar
Rijkswaterstaat, net als andere waterbeheerders in een soortgelijke situatie, gebruik
van mag maken. Hieruit valt te concluderen dat er sprake is van één lijn bij de uitvoering
van het beleid, waarbij Rijkswaterstaat – zoals hierboven aangegeven – actief zoekt
naar mogelijkheden om het gebruik van die uitzondering te beperken en te beëindigen.