Vragen van de leden Kuiken en Maij (beiden PvdA) aan de Staatssecretaris van Veiligheid
en Justitie over de detentie en deportatie van vluchtelingen in Turkije (ingezonden
16 december 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) mede namens de Minister
van Buitenlandse Zaken (ontvangen 19 januari 2016). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2015–2016, nr. 1071.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van Amnesty International over de detentie en deportatie
van vluchtelingen door Turkije?1
Vraag 2, 3 en 4
Bent u op de hoogte van het feit dat Turkije Syrische en Irakese vluchtelingen terugstuurt
en daarmee het belangrijkste onderdeel van het VN Vluchtelingenverdrag schendt en
zo ja, bent u bereid om in Europees verband Turkse regeringsleiders hier op aan te
spreken?
Heeft u eerder signalen ontvangen over het vastketenen en mishandelen van vluchtelingen
in deze detentiecentra in Turkije, zoals nu gedocumenteerd door Amnesty? Kunt u de
Kamer informeren over de omstandigheden in deze centra en in welke mate detentie daadwerkelijk
gerechtvaardigd is?
Deelt u de constatering van Amnesty International dat het detineren van deze groepen,
vaak 1.000 kilometer verderop, zonder duidelijke rechtsgrond en zonder contact met
de buitenwereld ontoelaatbaar is en in strijd met internationaal recht? Zo ja, welke
consequenties bent u bereid daar aan te verbinden?
Antwoord 2, 3 en 4
Het kabinet is bekend met deze berichten. De EU-delegatie in Ankara staat in nauw
contact met de Turkse autoriteiten en Amnesty International om opheldering te krijgen
over de in het rapport beschreven misstanden en heeft de Turkse autoriteiten verzocht
een onderzoek in te stellen.
Turkije heeft zich gecommitteerd aan het principe van non-refoulement, in de artikelen
4 en 55 van de Turkse Wet op Vreemdelingen en Internationale Bescherming. Op grond
van deze wet kan internationale bescherming worden verleend aan alle vreemdelingen,
ongeacht hun nationaliteit. Turkije onderstreept verder dat het een no-returnbeleid heeft voor Syriërs, en dat de ongeveer 2,5 miljoen vluchtelingen die het land
opvang biedt daarvan het bewijs zijn.
Voor beantwoording van de vraag of sprake is van strijd met internationaal recht,
acht het kabinet van belang het onderzoek naar de in het rapport beschreven misstanden
af te wachten.
Vraag 5
Hoe verhouden deze berichten zich tot het EU/Turkije actieplan van de Europese Commissie?
Worden deze detentiecentrum betaald met steun van Europa? Op wat voor manier controleert
de EC deze detentiecentra en welk mandaat hebben zij om hier in te grijpen?
Antwoord 5
Het EU Turkije actieplan bestaat uit twee delen: één deel over steun aan Syrische
vluchtelingen die onder het Turkse tijdelijke beschermingsregime vallen en de gemeenschappen
die hen opvangen, en één deel over de versterking van de samenwerking ter voorkoming
van illegale migratie naar de EU. Daarin staan onder meer afspraken om het migratiemanagement
in Turkije te verbeteren. Voor de inhoud van het actieplan verwijs ik kortheidshalve
naar de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 27 oktober 2015.2
Vanuit het pre-accessie instrument (IPA) zijn in het verleden diverse detentiecentra
in Turkije gefinancierd. De EU-delegatie in Ankara is in nauw contact met de Turkse
autoriteiten en Amnesty International om opheldering te krijgen over de in het rapport
beschreven misstanden en heeft de Turkse autoriteiten verzocht een onderzoek in te
stellen.
In het verleden is ook in projectverband Turkije technische ondersteuning aangeboden
om de terugkeercapaciteit en -procedures te versterken. Deze richtte zich onder meer
op het in lijn brengen van Turkse procedures en regelgeving met de EU Terugkeerrichtlijn.
Vraag 6
Bent u het eens met de constatering dat de reden waarom Turkije vluchtelingen terug
stuurt, te maken heeft met het feit dat Turkije geen uitvoering geeft aan het 1967
Protocol en het zodoende Syriërs niet erkent als vluchtelingen en het Verdrag dus
ook niet zou schenden? Kunt u de Kamer informeren over de acties die de EU onderneemt
om er voor te zorgen dat Turkije het volledige VN Vluchtelingenverdrag zo snel mogelijk
ratificeert?
Antwoord 6
Deze mening deel ik niet. Op grond van de Wet op Vreemdelingen en Internationale Bescherming
is het non-refoulementbeginsel ook van toepassing op vluchtelingen van buiten Europa,
die in Turkije de status van «conditional refugee» kunnen krijgen. Bovendien is Turkije
als verdragspartij bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele
vrijheden (EVRM) verbonden aan de verdragsverplichtingen die voortvloeien uit onder
meer artikel 3 EVRM.
Turkije biedt veel Syrische vluchtelingen op dit moment een (tijdelijke) status. Met
het Gezamenlijke EU-Turkije Actieplan heeft Turkije zich gecommitteerd om de (juridische)
status van onder andere deze groep vluchtelingen te verbeteren. Bovendien, als gevolg
van de verplichtingen die voortvloeien uit de Visa Roadmap, zal Turkije zijn nationale
asielwet- en regelgeving verder in lijn moeten brengen met internationale en Europese
standaarden. Daarvoor is het niet per se noodzakelijk dat Turkije formeel afstand
doet van de geografische beperking. Het is voldoende wanneer op grond van de Turkse
nationale wet- en regeling de bescherming en bijbehorende rechten en voorzieningen
voor vluchtelingen in overeenstemming zijn met het VN Vluchtelingenverdrag.