Vragen van het lid Dik-Faber (ChristenUnie) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het plaatsen van particuliere speeltoestellen in de openbare ruimte (ingezonden 4 september 2015)

Antwoord van Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 25 september 2015)

Vraag 1

Kent u het bericht «Onveilige glijbanen moeten weg, gemeente Zwolle is tegen», en het bericht «Zwolle lapt regels over speeltoestellen aan zijn laars»?1 2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat er voor speeltoestellen op particuliere grond minder strenge regels gelden dan voor speeltoestellen in de openbare ruimte?

Antwoord 2

Ja. speeltoestellen op particuliere grond worden minder zwaar belast dan speeltoestellen in de openbare ruimte. Om te voorkomen dat een speeltoestel bezwijkt tijdens het spelen worden daarom aan de constructie van de speeltoestellen in de openbare ruimte strengere eisen gesteld.

Vraag 3

Deelt u de mening dat een speeltoestel altijd veilig moet zijn?

Antwoord 3

Ja.

Vraag 4

Bent u op de hoogte van de Zwolse pilot om bewoners de ruimte te geven speeltoestellen in de openbare ruimte te plaatsen, en de spelregels die de gemeente Zwolle daaraan verbindt?

Antwoord 4

Ja.

Vraag 5

Deelt u de mening dat gemeenten heel goed in staat zijn om toe te zien op de veiligheid van speeltoestellen in de openbare ruimte, mits zij daar spelregels aan verbinden?

Antwoord 5

Om de veiligheid van kinderen tijdens het spelen op speeltoestellen te borgen zijn regels opgesteld en is toezicht landelijk geregeld. In de periode voor invoering van het betreffende besluit3 was toezicht lokaal geregeld op basis van folders en handboeken. Toch bleek één op de drie speeltoestellen onveilig te zijn4. De invoering van het WAS heeft er toe geleid dat het aantal ongevallen met speeltoestellen is afgenomen. Tegelijkertijd ben ik van mening dat buurtinitiatieven die de leefbaarheid vergroten niet onnodig moeten worden gehinderd of geblokkeerd. Ik wil onderzoeken of toezicht door gemeenten op de landelijke veiligheidseisen voor speeltoestellen in bepaalde gevallen mogelijk is. De gemeenten worden in die situatie zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van deze speeltoestellen.

Vraag 6

Deelt u de mening dat er een positief effect kan uitgaan van het gezamenlijk door buurtgenoten zorgdragen voor particuliere speeltoestellen in de openbare ruimte?

Antwoord 6

Van samenwerking in de buurt kan zeker een belangrijk positief effect uitgaan.

Vraag 7

Bent u bereid het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen op dit punt te herzien, waardoor de bevoegdheden ten aanzien van de beoordeling van particuliere speeltoestellen in de openbare ruimte bij gemeenten wordt belegd, en alleen de veiligheidseisen betreffen die gelden voor alle speeltoestellen die in Nederland worden verkocht?

Antwoord 7

Ik ben bereid om de mogelijkheden te onderzoeken om gemeenten ruimte te geven om particuliere speeltoestellen toe te staan in de openbare ruimte. Inmiddels is hierover met de gemeente Zwolle een eerste overleg geweest. De veiligheid van kinderen die spelen op speeltoestellen in de openbare ruimte is een belangrijke doelstelling. Speeltoestellen moeten deugen en veilig zijn voor intensief gebruik in de openbare ruimte en hierop dient adequaat toezicht te worden gehouden.

Daarbij is belangrijk dat duidelijk is wie toezicht houdt en wie verantwoordelijk is voor de veiligheid van de speeltoestellen.


X Noot
2

Trouw, 28 augustus 2015

X Noot
3

1997 werd het besluit attractie- en speeltoestellen (Bvas) van kracht. In 2003 werd het Bvas vervangen door het warenwetbesluit Attractie en speeltoestellen (WAS).

Naar boven