Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over
het na geruime tijd alsnog seponeren van een dagvaarding kort voor de terechtzitting
(ingezonden 31 oktober 2014).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 24 november 2014).
Vraag 1
Bent u bekend met de zaak uit het artikel «OM trekt rechtszaak tegen SP-er Gesthuizen
in»?1
Vraag 2
Hoe is het mogelijk dat een vermeend strafbaar feit, dat betwist wordt maar sowieso
eenvoudig van aard is namelijk het (volgens de dagvaarding) niet opvolgen van aanwijzingen
bij een demonstratie op 21 maart 2012, pas op 10 november 2014 ter terechtzitting
van de kantonrechter zou komen? Waarom moet dit meer dan twee en een half jaar duren?
Antwoord 2
Na het uitbrengen van een strafbeschikking door het Openbaar Ministerie (OM) in 2012
is hiertegen verzet ingesteld. De officier van justitie heeft vervolgens besloten
de strafbeschikking in te trekken en de verdachte te dagvaarden voor de kantonrechter
wegens overtreding van artikel 11 van de Wet openbare manifestaties. Nu de verdachte
echter abusievelijk niet was geïnformeerd over het intrekken van de strafbeschikking
(conform het bepaalde in artikel 257e, lid 8 van het Wetboek van Strafvordering),
heeft de kantonrechter op 10 september 2013 geoordeeld dat sprake was van een dubbele
vervolging en het OM niet-ontvankelijk in de vervolging verklaard. Vervolgens heeft
de officier van justitie besloten dat de verdachte alsnog vervolgd diende te worden
voor overtreding van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. Omdat succesvolle
vervolging op basis van de jurisprudentie uiteindelijk toch niet haalbaar werd geacht,
is besloten de dagvaarding voor dit feit in te trekken.
Vraag 3
Met welke redenen heeft het Openbaar Ministerie (OM) alsnog gekozen voor een sepot?
Op grond waarvan?
Antwoord 3
Nadat het OM niet-ontvankelijk was verklaard, heeft het OM op grond van de jurisprudentie
geconcludeerd dat vervolging in deze zaak niet kansrijk en daarmee niet opportuun
was. Dit is schriftelijk medegedeeld aan de gewezen verdachten en hun raadsman per
brief van 28 oktober 2014, waarbij is aangegeven dat de zaak zou worden gesloten met
sepotcode 03 (OM niet-ontvankelijk).
Vraag 4
Is er een verband met het eerdere uitstel van de zaak wegens fouten aan de kant van
het OM, namelijk een falend ICT-systeem waardoor de behandeling van de rechtszaak
op de dag van de terechtzitting moest worden opgeschort omdat niet alle relevante
betrokkenen het dossier tijdig hebben kunnen inzien?2
Antwoord 4
Nee, de beslissing van 28 oktober 2014 om de zaak niet opnieuw aan de rechter voor
te leggen houdt geen verband met de invoering van nieuwe computersystemen, maar is
gelegen in het feit dat hernieuwde vervolging niet opportuun werd geacht.
Vraag 5
Hoe verhoudt het sepot zich tot eerdere uitlatingen van de officier van justitie dat
het hier om een zeer principiële kwestie zou gaan?
Antwoord 5
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 3, achtte het OM een hernieuwde vervolging na
de einduitspraak van de kantonrechter niet kansrijk. Verschillende uitspraken van
rechterlijke colleges hebben inmiddels duidelijkheid verschaft over de reikwijdte
van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht. Er waren dan ook geen principiële
vragen meer die konden worden beantwoord door hernieuwde vervolging in deze zaak.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat het mogelijk is dat dit ook voor de verdachten inmiddels
een principiële kwestie is geworden, maar dat een rechterlijk oordeel hen nu wordt
ontnomen? Wat is uw reactie hierop?
Antwoord 6
Strafrechtelijke vervolging vindt slechts plaats als het OM tot het oordeel komt dat
een strafbaar feit is gepleegd, waarop strafrechtelijk ingrijpen geboden en opportuun
is. Zoals aangegeven in antwoord op vraag 3, acht het OM een hernieuwde vervolging
na de uitspraak van de kantonrechter niet opportuun. Daarmee waren geen gronden meer
aanwezig om de zaak opnieuw aan de rechter voor te leggen.
Vraag 7
Hoeveel vaker komt het voor dat verdachten zo lang moeten wachten op de behandeling
van de zaak, al die tijd in onzekerheid zitten, kosten maken, en dat kort voor de
zitting de dagvaarding alsnog wordt ingetrokken?
Antwoord 7
In deze zaak is sprake van een uitzondering. Doorlooptijden van zaken zijn normaal
gesproken veel korter. Zoals bij u bekend, werk ik aan de versterking van de prestaties
van de strafrechtketen (VPS). Dit moet er toe leiden dat strafzaken sneller, slimmer,
beter en transparanter worden afgehandeld. Door middel van halfjaarlijkse voortgangsrapportages
VPS wordt u over de vorderingen op de hoogte gehouden.
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2919