Vragen van de leden Van Klaveren en Bontes (beiden Groep Bontes/Van Klaveren) aan
de Minister van Veiligheid en Justitie over de gewelddadige en antisemitische bedreigingen
door een pro-ISIS scholier (ingezonden 29 september 2014).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 6 november 2014).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 306.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel: «School schorst ISIS-sympathisant»?1
Vraag 2
Klopt het dat een islamitische leerling heeft aangegeven een aanhanger van ISIS te
zijn, heeft gedreigd Joden te onthoofden en Joodse vrouwen heeft beledigd?
Antwoord 2
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft mij meegedeeld dat de betreffende scholier is aangehouden
en na verhoor is heengezonden in verband met een verdenking van het in bezit hebben
van een verboden balletjes pistool. Door het OM zal beoordeeld worden of hij naast
het verboden wapenbezit ook vervolgd zal worden voor de gedane uitlatingen in het
filmpje dat in het bericht wordt aangehaald.
Vraag 3
Kunt u aangeven op welke wijze de veiligheid van de leerlingen en het personeel wordt
gegarandeerd en of deze persoon behalve een boete ook nog wordt opgepakt en vastgezet
door de politie?
Antwoord 3
Over de veiligheidssituatie van personen of organisaties kan ik in het openbaar geen
mededelingen doen.
Vraag 4
Wanneer wordt er eindelijk eens werk gemaakt van de bestrijding van het groeiende
antisemitisme onder islamitische scholieren? Wat is hier aan gedaan sinds de Algemene
Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in 2004 al op dit gevaar wees?
Antwoord 4
In 2004 wees de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op incidenten die zich
hadden voorgedaan op onderwijsinstellingen, waarbij een confrontatie plaatsvond tussen
westerse waarden en een extremistische opvatting van de islam2. De AIVD schatte deze incidenten destijds in als geïsoleerde gevallen, maar wees
ook op een bredere ontwikkeling in de samenleving.
In antwoord op Kamervragen heeft de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties beschreven dat de AIVD contacten onderhield met scholen en waar
nodig adviseerde en ondersteunde, ook in samenwerking met de Inspectie van het Onderwijs.3 Deze ondersteuning is nog steeds beschikbaar voor scholen die daar behoefte aan hebben.
Allereerst verdienen alle leerlingen een veilige plek op school. Discriminatie in
al haar verschijningsvormen is onacceptabel. De bestrijding hiervan vereist nog steeds
een solide aanpak, in de hele samenleving, ook op scholen. Het is allereerst de verantwoordelijkheid
van scholen om een veilige schoolomgeving te creëren voor leerlingen. Sinds 2006 is
het een wettelijke opdracht voor scholen om actief burgerschap en sociale integratie
te bevorderen, met oog voor de pluriforme samenleving waarin leerlingen opgroeien.
Het overbrengen van kennis van de basiswaarden van de Nederlandse samenleving, zoals
gelijkwaardigheid en vrijheid, is daarbij cruciaal. In december bent u geïnformeerd
over maatregelen waarmee de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschapscholen
wil ondersteunen bij het vormgeven van hun burgerschapsonderwijs.4 Als leraren en scholen hebben te kampen met discriminatie, pesten of agressie, kunnen
zij voor ondersteuning terecht bij Centrum voor School en Veiligheid.
Vraag 5
Begrijpt u dat een groot deel van Nederland angstig wordt door de toenemende terreurdreiging,
ook van binnen uit onze landsgrenzen? Bent u alsnog van plan met stevige antiterrorismewetgeving
te komen, zoals de invoering van administratieve detentie?
Antwoord 5
De dreiging die uitgaat van radicalisering en jihadisme vraagt om een krachtige, integrale
aanpak. Het jihadisme vormt een substantiële bedreiging voor onze nationale veiligheid
én voor de internationale rechtsorde. De opmars van ISIS in Irak en Syrië vormt een
destabiliserende factor, zowel op regionaal niveau in het Midden-Oosten, als mondiaal.
Met Minister Asscher heb ik onlangs een Actieprogramma naar de Tweede Kamer gestuurd.
Dat bevat vele maatregelen om radicalisering en jihadisme tegen te gaan – preventief
en repressief, strafrechtelijk én bestuurlijk. Dat Actieprogramma heeft drie doelen:
bescherming van onze democratische rechtsstaat, bestrijding en verzwakking van de
jihadistische beweging in Nederland, het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering
Het creëren van een aanvullende administratieve maatregelen ten behoeve van terrorismebestrijding
zijn op dit moment niet noodzakelijk. Wanneer van een persoon een dreiging uitgaat
– bijvoorbeeld bij uitreizigers of terugkeerders – dan beschikt het OM over voldoende
wettelijke instrumenten om, in samenwerking met de politie, strafrechtelijk op te
treden.
X Noot
3Antwoorden Kamervragen over het jaarverslag van de AIVD, Kamerstuk 29 876 nr. 6, 19 september 2005