Vragen van de leden Groot en Recourt (beiden PvdA) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over de voortgang van het centraal aandeelhoudersregister voor besloten en (niet-beursgenoteerde) naamloze vennootschappen (ingezonden 14 juli 2015).

Antwoord van Minister Van derSteur (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 5 augustus 2015)

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) naar aanleiding van uw brief van 7 juli jl.1 over de ontstane verdere vertraging en de dreigende kostenoverschrijding bij de instelling van het centraal aandeelhoudersregister (CAHR)?2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening dat het CAHR er zo spoedig mogelijk moet komen, in het belang van de voorkoming en de bestrijding van fraude en andere vormen van misbruik van rechtspersonen?

Antwoord 2

Het belang van beschikbare, actuele informatie over aandeelhouders voor controle toezicht en opsporing is door het kabinet bevestigd (TK 2012/13, 32 608, nr. 4). De betrokken bewindspersonen onderschrijven het belang om snel duidelijk te maken hoe dat het beste kan worden gerealiseerd.

Vraag 3

Kunt u een schatting geven van de kostenoverschrijding die dreigt bij instelling van een CAHR bij beheer door de Kamers van Koophandel?

Antwoord 3

Dat is op dit moment nog niet mogelijk. Het technisch ontwerp van het centraal aandeelhoudersregister wordt getoetst op meerwaarde voor gebruikers en op uitvoerbaarheid en financierbaarheid. Het betreft een complexe aanpassing van ICT-systemen, zowel aan de zijde van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie als van de Kamer van Koophandel. Een mogelijke kostenoverschrijding kan niet eenzijdig worden toegerekend aan de Kamer van Koophandel.

Vraag 4

Bent u bereid te onderzoeken of het in bovenvermeld nieuwsbericht genoemde alternatieve CAHR van de KNB, dat is gebaseerd op het Centraal Digitaal Repertorium, een reële mogelijkheid is het CAHR alsnog zo spoedig mogelijk van de grond te krijgen?

Antwoord 4

Uw Kamer is geïnformeerd dat uitvoering wordt gegeven aan het besluit dat de Kamer van Koophandel is aangewezen als beheerder van het centraal aandeelhoudersregister (TK 2013/14, 32 608, nr. 5). Ik heb u bericht dat daartoe een ontwerp is opgesteld, in nauwe samenwerking met de Kamer van Koophandel en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. Dit zal eerst worden beoordeeld; andere stappen zijn op dit moment nog niet aan de orde.

Vraag 5

Klopt het dat de KNB bij de stuurgroep CAHR en in een gesprek met u heeft aangegeven het CAHR tegen fors lagere kosten en binnen het huidige investeringsbudget te kunnen realiseren? Wat was uw reactie daarop?

Antwoord 5

Het is mij bekend dat de KNB nadenkt over een alternatief. Voor mijn reactie verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 4.

Vraag 6

Bent u bereid te onderzoeken of het alternatief van de KNB tevens kan dienen als betrouwbare basis voor het Ultimate Beneficial Owner(UBO)-register?

Antwoord 6

Het onderzoek hoe het register voor uiteindelijk belanghebbenden het beste vorm kan krijgen is onlangs gestart. De Minister van Financiën heeft het voortouw bij de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn.

Vraag 7

De instelling van een CAHR is door uw ambtsvoorganger toegezegd naar aanleiding van een initiatiefnota van het lid/de leden ...in 20113; deelt u de mening dat de instelling van een CAHR en in het verlengde daarvan een UBO register al veel te lang heeft geduurd en dat nu knopen moeten worden doorgehakt? Wanneer valt de definitieve besluitvorming te verwachten?

Antwoord 7

Het belang van betrouwbare aandeelhoudersinformatie voor controle, toezicht en opsporing onderschrijf ik en ik heb begrip voor teleurstelling over het feit dat besluitvorming is uitgesteld. Over de reden van het uitstel heb ik u geïnformeerd (TK 2015/16, 32 608, nr. 7) dat na een grondige inventarisatie een scherper beeld is ontstaan van de omvang en complexiteit die gemoeid is met het realiseren van een centraal aandeelhoudersregister. Om inhoudelijk te kunnen beoordelen in welke uitwerking het centraal aandeelhoudersregister meerwaarde voor de gebruikers biedt, is meer onderzoek en dus tijd gemoeid. Daarnaast is het van belang dat de samenhang met een register voor uiteindelijk belanghebbenden kan worden bepaald. Mijn inschatting is dat dit najaar nadere besluitvorming kan plaatsvinden.


X Noot
1

Kamerstuk 32 608, nr. 7

X Noot
3

Initiatiefnota Groot en Recourt, Kamerstuk 32 608, nr. 2

Naar boven