Vragen van het lid Visser (VVD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over
het bericht «Bodemvissers worstelen met verbod op teruggooien bijvangst» (ingezonden
13 mei 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 29 mei 2015)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Bodemvissers worstelen met verbod op teruggooien bijvangst.»?1 2
Vraag 2 en 3
Wat is uw reactie op de berichtgeving?
Deelt u de zorgen van VisNed dat de aanlandplicht voor de bijvangst kan leiden tot
hogere kosten, administratieve problemen, personele zorgen en daarmee de ondergang
van de sector? Zo nee, waarom deelt u deze zorgen niet? Zo ja, wat gaat doen u doen
om dit zoveel mogelijk te voorkomen?
Antwoord 2 en 3
Ik ben mij terdege bewust van de impact die de aanlandplicht heeft op de bedrijfsvoering
van visserijondernemingen. Daarom zoek ik samen met de sector naar de maximale rek
en ruimte bij de invoering van de aanlandplicht, binnen de kaders van het Gemeenschappelijk
Visserijbeleid (GVB). De basisverordening van het GVB biedt mogelijkheden voor uitzonderingen.
Deze worden op regionaal niveau uitgewerkt. Voor de Nederlandse kottersector is de
aanlandplicht voor schol in de tongvisserij per 2016 een groot knelpunt. Schol is
potentieel een kandidaat voor een uitzondering op de aanlandplicht voor soorten met
een hoge overlevingskans na teruggooi. Ik pleit daarom in de Scheveningengroep (Noordzee)
voor uitstel van de aanlandplicht van schol in de tongvisserij, tot in 2018 alle onderzoeken
naar de overlevingskans en mogelijkheden om deze overlevingskans te verbeteren op
een goede manier zijn afgerond. Ik sta daarin niet alleen. Een meerderheid van de
lidstaten rondom de Noordzee deelt dit standpunt of kan het steunen. Voor een gemeenschappelijke
aanbeveling aan de Europese Commissie is consensus nodig.
Vraag 4 en 5
Op welke wijze gaat Nederland de aanlandplicht voor bodemvisserij invoeren, welk tijdpad
hanteert u en welke ruimte geeft u aan de bodemvisserij in de specifieke regelingen
om te voorkomen dat Nederland haar eigen bodemvisserijsector kopje onder laat gaan?
Wat is uw reactie op de opmerking van VisNed en Imares dat Nederland zich moet gaan
inzetten binnen de Europese Unie voor de uitzonderingsregel? Bent u bereid aan deze
oproep gehoor te geven? Zo ja, hoe en wanneer gaat u dit doen? Zo nee, waarom bent
u hier niet toe bereid?
Antwoord 4 en 5
Ik zet mij in voor maximale benutting van de uitzonderingsmogelijkheden die de basisverordening
van het GVB biedt. Zoals ik ook al in de kwartaalrapportage GVB van 12 mei jl. (TK
32 201, nr. 75) heb aangegeven, stuur ik binnenkort een stappenplan naar uw Kamer met daarin de
nationale ambitie voor de aanlandplicht. Dit is het stappenplan dat ik samen met de
sector ontwikkel. Om in aanmerking te komen voor uitzonderingen moeten de aanvragen
wetenschappelijk onderbouwd worden. Om te komen tot een gedegen wetenschappelijke
onderbouwing van bijvoorbeeld de overlevingskans van tong, schol en schar is de sector
verschillende pilotprojecten gestart met behulp van subsidie uit het Europees Visserij
Fonds.
Vraag 6, 7 en 8
Kunt u nader aangeven waarom Nederland bijvangst als restproduct beschouwt en daarmee
niet geschikt voor menselijke markt?
Wat is uw reactie op de uitspraak van Imares-onderzoeker Marnix Polman3 dat door bijvangst aan te merken als restproduct dit een verspilling is van hoogwaardige
vetten en eiwitten? Deelt u de mening van de heer Polman? Zo ja, bent u bereid de
wetgeving hierop aan te passen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid uw ambtgenoten van Duitsland, Noorwegen en Engeland te steunen in hun
pleidooi in de Europese Unie om bijvangst, rijk aan hoogwaardige vetten en eiwitten,
wel te toe te staan voor de menselijke markt? Zo ja, hoe gaat u dit doen? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 6, 7 en 8
De basisverordening van het GVB stelt dat ondermaatse vis alleen gebruikt mag worden
voor toepassingen anders dan rechtstreeks menselijke consumptie. De reden hiervoor
is de wens om juveniele vis te beschermen tegen gerichte visserij. Er is onduidelijkheid
over wat toepassingen anders dan «rechtstreeks» menselijke consumptie zijn. De Europese
Commissie aangegeven dat ondermaatse vis alleen gebruikt mag worden voor niet-menselijke
consumptie. Begin dit jaar is daarom op mijn initiatief vanuit de Scheveningengroep
een brief gestuurd aan de Europese Commissie met een voorstel voor een definitie die
recht doet aan de mogelijkheden die de verordening biedt, waardoor hoogwaardige eiwitten
en vetten gebruikt kunnen worden voor menselijke consumptie. Tegelijkertijd wordt
met de gekozen definitie voorkomen dat een gerichte visserij op ondermaatse vis kan
ontstaan.
Vraag 9
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór 1 juni a.s. gezien de deadline van
de Europese Commissie?
X Noot
1Het Financieel Dagblad, 11 mei 2015
X Noot
2Ibid, 11 mei 2015
X Noot
3Het Financieel Dagblad, 11 mei 2015