Vragen van de leden Jacobi, Albert deVries (beiden PvdA), Bosman en Visser (beiden VVD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over het strandvissen met kleine fuiken (ingezonden 7 april 2015).

Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 24 april 2015)

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Veere wil herstel strandvisserij»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat de fuiken die gebruikt worden bij de Zeeuwse strandvisserij een maaswijdte hebben van tenminste zes centimeter en dat alle palingen hier doorheen zwemmen?

Antwoord 2

De Zeeuwse strandvisserij geeft aan met fuiken van 6 centimeter te vissen.

Met fuiken met een maaswijdte van 6 cm is het mogelijk om volwassen naar zee trekkende paling te vangen.

Vraag 3

Klopt het dat deze vorm van visserij wordt beschouwd als «immaterieel erfgoed» door Unesco en als «cultureel/immaterieel erfgoed» door Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland? Wat is uw reactie hierop gezien het huidige verbod?

Antwoord 3

Zoals mijn ambtsvoorganger eerder heeft aangegeven op vragen van Kamerlid Bosman (Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 565) geldt het verbod op recreatief vissen met fuiken voor geheel Nederland, ongeacht de omvang of historie van de visserij.

Vraag 4

Klopt het dat op de Waddeneilanden deze vorm van vissen wel is toegestaan?

Zo ja, wat is de reden het daar wel toe te staan en niet in Zeeland?

Antwoord 4

Nee. Op de Waddeneilanden is recreatieve visserij met fuiken eveneens niet toegestaan.

Vraag 5

Bent u bereid in overleg te treden met de provincie Zeeland, de gemeente Veere en de vertegenwoordigers van de vissers om een oplossing voor het huidige probleem te vinden en daarmee deze historische traditie te behouden? Is het, indien nodig om deze traditionele vorm van visserij in stand te houden, mogelijk om de handhaving op deze vorm van visserij bij de gemeentes en/of provincie te beleggen? Zo ja, overweegt u dit? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

De Kamer heeft eerder verzocht of het verbod op de recreatieve visserij met fuiken herzien kon worden. Destijds heeft mijn voorganger aangegeven dat dit strijdig is met het Nederlands aalbeheerplan en tot een disproportionele handhavingsinspanning zou leiden. Nadien is op verzoek van uw Kamer een handhavingstoets uitgevoerd waaruit blijkt dat handhaving op de aalfuik met minimale maaswijdte van 6 cm een disproportionele inspanning vraagt (Kamerstuk 32 201, nr. 33). Tevens zijn Kamervragen over dit onderwerp beantwoord (Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, nr. 565), waarin eveneens is toegelicht waarom het verbod op recreatieve fuikenvisserij niet kan worden herzien.

De Europese Commissie geeft in het in oktober 2014 uitgebrachte evaluatierapport over de aalbeheerplannen aan dat de staat van de Europese aal nog steeds kritisch is en dat aanvullende maatregelen om de door de mens geïndiceerde sterfte te verminderen in overweging zou moeten worden genomen. Ik zie daarom geen reden om op het standpunt van mijn ambtsvoorgangers terug te komen en hierover opnieuw in overleg te treden.


X Noot
1

Provinciale Zeeuwse Courant, 20-2-2015

Naar boven