Vragen van het lid Hachchi (D66) aan de Minister van Defensie over het bericht dat
de NAVO België adviseert om fregatten van de hand te doen (ingezonden 18 maart 2015).
Antwoord van Minister Hennis-Plasschaert (Defensie) (ontvangen 16 april 2015).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het artikel «NAVO adviseert België om fregatten van de hand te
doen»?1
Antwoord 1
Ik heb kennis genomen van het artikel.
Vraag 2, 4
Kunt u aangeven en zo nodig bij uw Belgische collega verifiëren of dit bericht klopt?
Hebt u al contact gehad met uw Belgische collega over de eventuele consequenties voor
de Defensiesamenwerking tussen België en Nederland bij het opvolgen van dit advies?
Antwoord 2, 4
Tussen Nederland en België bestaan intensieve politieke contacten op defensiegebied.
Zo heeft bijvoorbeeld op 30 maart jl. een delegatie van de vaste commissie voor Defensie
van de Tweede Kamer een gesprek gehad met de heer Vandeput. Op 28 januari jl. hebben
de heer Vandeput en ik samen een bezoek gebracht aan de Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking
(Benesam) in Den Helder. Vervolgens hebben wij elkaar op 4 maart jl. uitgebreid gesproken
in Den Haag ter gelegenheid van de ondertekening van het verdrag tussen België, Luxemburg
en Nederland over de gezamenlijke luchtruimbewaking (Kamerstuk 33 763, nr. 68).
Bij deze ontmoetingen bleek dat wij het eens zijn over het grote belang van onze samenwerking,
waarmee wij voortrekkers zijn in Europa, en dat wij deze samenwerking niet alleen
willen voortzetten maar ook daar waar mogelijk willen intensiveren. Kort na de publicatie
van het in vraag 1 genoemde artikel heeft de heer Vandeput in het Belgische parlement
overigens benadrukt dat geen besluiten zijn genomen. Hij werkt momenteel een strategisch
plan uit voor de toekomst van de Belgische defensie. De uitwerking van dit strategisch
plan volg ik met belangstelling.
Vraag 3
Zijn er ook zulke gesprekken geweest tussen Nederland en de NAVO? Zo ja, kunt u aangeven
wat het advies van de NAVO is geweest voor de Nederlandse krijgsmacht?
Antwoord 3
De Navo onderhoudt intensieve contacten met alle bondgenoten, dus ook met Nederland.
Deze contacten zijn vertrouwelijk.
Vraag 5, 6, 7
Kunt u toelichten wat precies de consequenties zijn van dit advies, indien dit wordt
opgevolgd, voor Defensiesamenwerking tussen Nederland en België?
Kunt u toelichten wat de consequenties zijn voor de Belgische-Nederlandse samenwerking
op marinegebied (Benesam), indien België afstand moet doen van zijn fregatten?
Kunt u toelichten wat het gevolg is van dit advies van de NAVO aan België voor de
mogelijke samenwerking tussen België en Nederland bij de vervanging van fregatten?
Antwoord 5, 6, 7
Zoals uiteengezet onderhouden België en Nederland intensieve contacten over de plannen
in beide landen over de toekomst van de krijgsmacht. Ik heb van mijn Belgische collega
niet begrepen dat een dergelijke maatregel aan de orde zou zijn. Ik vind het daarom
niet zinvol hier nader op in te gaan.
Vraag 8, 9
Hoe beoordeelt u het advies van de NAVO aan België dat er meer samenwerking mogelijk
is tussen België en Nederland als het gaat om de NH-90 helikopter? Welke mogelijkheden
liggen hier nog, in aanvulling op de al bestaande samenwerking betreffende de NH-90,
zoals training, onderhoud, instandhouding en gezamenlijke verwerving van reserveonderdelen?
Bent u bereid hierover een constructief gesprek aan te gaan met uw Belgische collega?
Hoe beoordeelt u het advies van de NAVO aan België dat er meer samenwerking mogelijk
is tussen België en Nederland als het gaat om paracommando’s en «special forces»?
Bent u bereid te onderzoeken welke concrete mogelijkheden hier nog liggen? Bent u
bereid hierover een constructief gesprek aan te gaan met uw Belgische collega?
Antwoord 8, 9
België, Luxemburg en Nederland hebben na de ministeriële verklaring van april 2012
een reeks van werkgroepen opgericht die de mogelijkheden van samenwerking over de
hele breedte van de krijgsmacht uitwerken. De Kamer wordt over de vorderingen geïnformeerd
met de jaarrapportage over internationale militaire samenwerking waarvan de meest
recente is verzonden op 7 november 2014 (Kamerstuk 33 279, nr. 12).
Een van deze werkgroepen richt zich op de samenwerking op luchtmachtgebied waaronder
helikopters. Zoals opgemerkt in vraag 8 is op het gebied van de NH-90 al het nodige
bereikt, zoals de gezamenlijke aanschaf van reservedelen en samenwerking bij training
en onderhoud. België, Duitsland en Nederland onderzoeken voorts de mogelijkheden voor
gezamenlijke NH-90 opleidingen.
De special forces van beide landen werken reeds samen ten aanzien van doctrine en opleidingen. Bij
het Korps Commandotroepen zijn daartoe twee Belgische liaisonofficieren geplaatst.
Een belangrijk samenwerkingsgebied, ook met de Belgische Paracommando’s, is de gemeenschappelijke
paraschool in het Belgische Schaffen. De opleidingen voor para-instructeurs en voor
het parabrevet automatische opening zijn inmiddels geïntegreerd en de integratie van
de vrije valopleiding wordt nog uitgewerkt.
X Noot
1De Standaard, 17 maart 2015.