Vragen van het lid Mohandis (PvdA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over het inschrijfgeld voor een master (ingezonden 2 maart 2015).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 15 april
2015) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 1967
Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat verschillende universiteiten inschrijfgeld («application
fee» of «handling fee») vragen aan studenten die zich inschrijven voor een selectieve
master?1
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend. Naast de drie genoemde voorbeelden zijn mij geen andere
voorbeelden bekend.
Vraag 2
Deelt u de mening dat er geen extra drempels mogen worden opgeworpen, waardoor het
inschrijven voor een master een dure aangelegenheid wordt voor studenten, zeker gezien
het feit dat studenten zich soms uit voorzorg aan verschillende universiteiten inschrijven
als het om selectieve masters gaat?
Antwoord 2
Ja, die mening deel ik in zijn algemeenheid.
Vraag 3
Hoe beziet u het feit dat de Graduate School of Social Sciences van de Universiteit
van Amsterdam 113 dollar (honderd euro) inschrijfgeld vraagt aan alle studenten die
zich inschrijven voor een master aan dit instituut?
Antwoord 3
De Graduate School of Social Sciences heeft aangegeven dat de eigen bijdrage voor
alle studenten is geschrapt.
Vraag 4
Klopt het dat deze «application fee» ook wordt gevraagd aan Nederlandse studenten
en/of studenten van binnen de Europese Unie? Zo nee, hoe verklaart u dan het feit
dat de Universiteit Leiden en Universiteit Utrecht € 100 inschrijfgeld vragen aan
Nederlanders en andere Europeanen die buiten Nederland hun bachelor hebben gehaald?
Antwoord 4
Ja, dat klopt. De Universiteit Utrecht en de Universiteit Leiden vragen dergelijk
inschrijfgeld aan studenten met een buitenlands diploma, waarvan aangetoond moet worden,
dat het tenminste gelijkwaardig is aan het Nederlandse bachelordiploma en zij voldoen
aan de (kennis)vereisten benodigd voor het volgen van een masteropleiding.
Vraag 5
Is er een wettelijke grond waarop universiteiten inschrijfgeld mogen vragen aan aankomende
masterstudenten?
Antwoord 5
Voor het antwoord op deze vraag maak ik onderscheid tussen studenten die met een diploma
van een Nederlandse bacheloropleiding kunnen aantonen aan een bepaald kennisniveau
te voldoen en zich inschrijven voor een masteropleiding en studenten die dat niet
kunnen aantonen. Voor de eerste categorie studenten geldt dat, voor het toetsen of
aan een bepaald kennisniveau wordt voldaan, geen inschrijfgeld in rekening mag worden
gebracht. Voor de tweede categorie ligt dit anders. Aangezien studenten die geen Nederlands
bachelordiploma hebben, niet in alle gevallen aantoonbaar voldoen aan de (kennis)vereisten
om te mogen beginnen aan een masteropleiding, zal de instelling werkzaamheden moeten
verrichten om de vereiste kennis te beoordelen. Bijvoorbeeld door de student een toets
te laten doen die vergelijkbaar is met het colloquium doctum. In die situatie vind
ik het redelijk als een instelling, die hiervoor kosten maakt, binnen de grenzen van
de redelijkheid en billijkheid, deze kosten (deels) in rekening brengt bij de student.
Ik benadruk hierbij dat de eigen bijdrage nooit de daadwerkelijke kosten zou mogen
overschrijden en dat instellingen terughoudend moeten zijn met het vragen van een
eigen bijdrage. Het wettelijke uitgangspunt is immers dat studenten in beginsel geen
andere eigen bijdragen betalen dan het collegegeld.
Vraag 6
Heeft u signalen dat er door universiteiten andere losse administratieve bijdragen
gevraagd worden? Zo ja, kunt u inzichtelijk maken welke bijdragen dit zijn en hoe
hoog deze zijn?
Antwoord 6
De signalen die ik krijg betreffen vooral eigen bijdragen van zittende studenten.
De eigen bijdrage die gevraagd wordt, varieert van het vragen van een eigen bijdrage
bij te late inschrijving voor tentamens, tot het vragen van een eigen bijdrage voor
deelname aan excursies. Ook de hoogte van de gevraagde bijdragen varieert. Hierover
heb ik uitgebreid gesproken met de koepelorganisaties en de studentenbonden. Nog deze
maand zal een brief worden gestuurd aan de instellingen, met een afschrift aan de
Tweede Kamer, over de verschillende vormen van eigen bijdragen voor studenten. In
deze brief, die wordt onderschreven door de studentbonden, VSNU en de VH, wordt aangegeven
wanneer dit wel en niet mag.
Vraag 7
Kunt u inzichtelijk maken hoe wijdverspreid het vragen van inschrijfgeld voor universitaire
opleidingen is?
Antwoord 7
Buiten de door u verstrekte voorbeelden zijn mij geen andere voorbeelden bekend waarbij
een eigen bijdrage naast het collegegeld wordt gevraagd voor de inschrijving voor
een masteropleiding.
Vraag 8
Bent u bereid in gesprek te gaan met universiteiten en, als er geen wettelijke grond
voor het vragen van inschrijfgeld is, hen op te dragen hier per direct mee te stoppen?
Antwoord 8
Daarvoor zie ik, gelet op het voorgaande, geen aanleiding.