Vragen van de leden Van Klaveren en Bontes (beiden Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Infrastructuur en Milieu en de Staatssecretaris van Financiën over het bericht dat door een solidariteitsheffing de belastingen voor middeninkomens worden verhoogd (ingezonden 6 maart 2015).

Antwoord van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu) mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Financiën (ontvangen 24 maart 2015)

Vraag 1

Kent u het bericht «Belasting steeds hoger door minima»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening dat het onrechtvaardig is dat mensen met een middeninkomen verplicht zijn een zogenoemde «solidariteitsheffing» te betalen om de kwijtschelding van waterschapsbelasting aan minima te compenseren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Waterschappen zijn functionele overheden met een specifieke taak, de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied. De kosten van de taakuitoefening worden via de belastingen van de waterschappen gefinancierd en in beginsel draagt elke belanghebbende een deel van de kosten. Echter burgers die door een krappe financiële situatie hun belastingaanslag niet kunnen betalen, komen in aanmerking voor kwijtschelding als zij aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoen. Waterschappen houden in hun begroting en bij de tariefstelling rekening met de kosten van kwijtschelding. Gemeenten kennen overigens een zelfde systeem van kwijtschelding.

Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor aanslagen m.b.t. de watersysteemheffing en de zuiveringsheffing voor het gebruik van een woonruimte.

De watersysteemheffing wordt naast de categorie ingezetenen ook betaald door de categorieën eigenaren van gronden, eigenaren van natuurterreinen en eigenaren van gebouwen. De zuiveringsheffing wordt aan gebruikers van woningen en bedrijven in rekening gebracht. Al deze betalers dragen bij aan de kosten van het waterschap, waartoe ook de kwijtscheldingskosten behoren. Het is dus niet zo dat de kwijtscheldingskosten door één bepaalde categorie of door een bepaalde groep personen binnen een categorie worden opgebracht.

Vraag 3

Deelt u de mening dat de overheid een obsessie heeft voor de minima die ten koste gaat van de financieel-economische positie van de ruggengraat van onze samenleving, te weten de middeninkomens? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Deze mening deel ik niet. Zoals uit het antwoord op de vorige vraag blijkt, zijn het immers niet alleen de middeninkomens die via de belastingen de kwijtscheldingskosten dragen, maar betalen alle waterschapsbelastingplichtigen hieraan mee.

Vraag 4

Deelt u de mening dat waterschappen geen inkomenspolitiek zouden moeten bedrijven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Ook bij de heffing en inning van waterschapsbelasting geldt als uitgangspunt dat het primaat voor het inkomensbeleid aan het Rijk is voorbehouden. De kwijtscheldingsbevoegdheid is gebaseerd op de Waterschapswet en de kaders voor het kwijtscheldingsbeleid van de waterschappen zijn neergelegd in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, voor welke uitvoeringsregeling de Staatssecretaris van Financiën verantwoordelijk is, en in de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen waarvoor de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Infrastructuur en Milieu verantwoordelijk zijn. Waterschappen houden zich bij het verlenen van kwijtschelding aan de bedoelde kaders; van het bedrijven van een vorm van «eigen» inkomenspolitiek is daarbij dus geen sprake.

Vraag 5

Deelt u de mening dat in plaats van kwijtschelding van belastingen aan minima ingezet zou moeten worden op drastische lastenverlaging voor iedereen, gekoppeld aan veel lagere overheidsuitgaven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

In het Bestuursakkoord Water (BAW) hebben alle betrokken partijen (Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven) afgesproken om gezamenlijk in de periode 2010–2020 een doelmatigheidswinst na te streven die geleidelijk oploopt tot jaarlijks 750 miljoen euro in 2020. Met de doelmatigheidswinst wordt de kostenstijging beperkt en wordt ervoor gezorgd dat de lokale lasten van burgers en bedrijven gematigd stijgen. Zoals ik in Water in Beeld 20132 aan uw Kamer heb gerapporteerd, was de feitelijke ontwikkeling van de belastingopbrengst van de waterschappen in de periode t/m 2013 gematigder dan wat werd verwacht bij het voorbereiden van het BAW.

De waterschappen liggen dus goed op koers om de doelstelling van het BAW te realiseren. Ook het eindrapport «Waterketen 2020: slim, betaalbaar en robuust» van de Visitatiecommissie Waterketen3 die de voortgang van de afspraken uit het BAW heeft geïnventariseerd en beoordeeld concludeert dat de afgesproken doelen in 2020 haalbaar zijn en dat het afgesproken bedrag tijdig kan worden gehaald.

Vraag 6

Bent u bereid de waterschappen af te schaffen en hun taken elders onder te brengen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Bent u bereid de waterschappen af te schaffen en hun taken elders onder te brengen? Zo nee, waarom niet?


X Noot
1

AD, donderdag 5 maart 2015

X Noot
2

Tweede Kamer, 2013–2014, 27 625, nr. 317

X Noot
3

Tweede Kamer, 2014–2015, 28 966, nr. 28

Naar boven