Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 januari 2015
Hierbij bied ik u aan het eindrapport «Waterketen 2020: slim, betaalbaar en robuust»
van de Visitatiecommissie Waterketen1. In 2013 heb ik de Visitatiecommissie Waterketen (hierna: commissie) ingesteld. Zij
kreeg de opdracht om de voortgang van de afspraken uit het Bestuursakkoord Water (hierna:
bestuursakkoord) inzake de waterketen te inventariseren en te beoordelen – en waar
nodig achterblijvende partijen te visiteren.
Op 10 december 2014 heeft mw. Peijs, voorzitter van de commissie, mij het eindrapport
overhandigd.
De commissie concludeert dat de huidige ambities in de regio’s en bij de drinkwaterbedrijven
optellen tot een kostenbesparing – «minder meerkosten» – van € 440 mln. per jaar in
2020. Dat ligt net onder het afgesproken doel van € 450 mln. uit het bestuursakkoord.
De 49 samenwerkingsregio’s van waterschappen en gemeenten komen vooralsnog uit op
€ 355 mln. (€ 25 mln. minder dan afgesproken), terwijl de drinkwaterbedrijven voor
€ 85 mln. aan besparingsambities hebben vastgelegd (€ 15 mln. meer dan afgesproken).
Ondanks het tekort van € 10 mln. is de commissie er van overtuigd dat de afgesproken
doelen – met enige extra inspanning door de sector – in 2020 haalbaar zijn.
Verder stelt de commissie dat er geen aanwijzingen zijn dat de besparingen ten koste
gaan van de twee andere doelen uit het bestuursakkoord, namelijk vermindering van
de kwetsbaarheid en verbetering van de kwaliteit. Sterker nog: «De besparingen die
door samenwerking worden gerealiseerd, hebben tevens als voordeel dat de kwetsbaarheid
afneemt en de kwaliteit verbetert.»
De commissie doet de volgende aanbevelingen:
-
– Druk houden op de uitvoering van de plannen. Hier is in de ogen van de commissie een
rol weggelegd voor de koepels, bijvoorbeeld door de voortgang te meten en deze te
rapporteren aan de Tweede Kamer. Ook ondersteuning van de regio’s bij de implementatie
is van belang. Dit zou moeten worden aangevuld met een onafhankelijk voortgangsonderzoek
naar de uitvoering van de plannen in 2017;
-
– Het verbinden van de waterketen en het watersysteem is volgens de commissie van belang
voor de ontwikkeling en toepassing van technische, inhoudelijke en organisatorische
innovaties;
-
– Het onderzoeken van oplossingen voor belemmeringen zoals die door de sector worden
ervaren. Dit ziet de commissie als een taak voor het Ministerie van IenM. Het gaat
daarbij om fiscaal juridische belemmeringen bij samenwerking, als ook om belemmeringen
in de milieuwetgeving. Koepels zouden hieraan volgens de commissie kunnen bijdragen
door partijen te helpen om, binnen de ruimte van de huidige regelgeving, concrete
oplossingen aan te dragen.
Op basis van het rapport constateer ik dat er het afgelopen jaar, mede door toedoen
van de commissie, grote stappen zijn gezet door vrijwel alle gemeenten, waterschappen
en drinkwaterbedrijven. Zij beschikken nu over plannen waarin verhoging van de kwaliteit,
vermindering van de kwetsbaarheid en beperking van de kostenstijging zijn uitgewerkt.
Net als de commissie heb ook ik er vertrouwen in dat het afgesproken bedrag tijdig
wordt gehaald. De Unie van Waterschappen en Vereniging van Nederlandse Gemeenten hebben
in een gezamenlijke reactie laten weten dat de afgesproken kostenbeperking van € 380
mln. in 2020 voor de samenwerkingsregio’s nog onverminderd de ambitie blijft. Daarnaast
hebben de gezamenlijke koepels afgesproken de samenwerking in de waterketen de komende
jaren verder te intensiveren.
De koepels zullen de voortgang jaarlijks blijven monitoren. De resultaten daarvan
zal ik verwerken in de rapportage «Water in Beeld». Conform de wens van de commissie
zal medio 2017 een onafhankelijke toets worden uitgevoerd, tenzij uit de jaarlijkse
monitoring overduidelijk blijkt dat de implementatie van de plannen ruim op koers
ligt.
De aanbeveling van de commissie om watersysteem en waterketen beter te verbinden onderschrijf
ik van harte. Ruimtelijke of systeemmaatregelen kunnen en zullen in de toekomst in
belangrijke mate bijdragen aan het doelmatig functioneren van de waterketen.
Ten aanzien van de door de organisaties ervaren belemmeringen in de waterketen zal
ik, waar dat voor het Rijk mogelijk is, bijdragen aan een oplossing.
Ik concludeer dat we op de goede weg zijn naar een doelmatiger beheer van de waterketen.
De afgelopen jaren is een cultuur ontstaan van samenwerking en kennisdeling. De komende
jaren zal de nadruk komen te liggen op het implementeren van de besparingsambities
via bijbehorende maatregelenprogramma’s. De koepels zullen via het landelijke programma
«samenwerken aan water» onverminderd doorgaan om regio’s en drinkwaterbedrijven te
ondersteunen en te stimuleren. Zij kunnen daarbij op mijn inzet rekenen.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus