Vragen van het lid Siderius (SP) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de chaos in de jeugdzorg (ingezonden 4 september 2014).

Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) mede ondertekend door Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (ontvangen 26 september 2014).

Vraag 1

Hoe beoordeelt u het feit dat 75% van de zorginstellingen – ondanks uw vele beloften – geen zicht heeft op de budgetten of financiële zekerheid vanaf 1 januari 2015, en hierdoor niet garant kan staan voor kwalitatief goede zorg en veiligheid van kinderen, en de daadwerkelijke beschikbaarheid van jeugdzorg in gevaar komt?1

Antwoord 1

Dit is een zorgelijke situatie. Wij zijn hierover in overleg getreden met de branches en VNG. Afgesproken is om waar de inkoopprocessen op gemeentelijk en regionaal niveau niet goed lopen hier een impuls aan te geven door het voeren van spiegelgesprekken. Naar aanleiding van deze gesprekken worden afspraken gemaakt over hoe om te gaan met afwijkingen in het zorggebruik en er worden afspraken gemaakt om te komen tot behoud van de zorginfrastructuur voor het hulpaanbod.

Vraag 2

Ziet u mogelijkheden op voorstel van Jeugdzorg Nederland een noodwet in te voeren, zodat de kwaliteit en continuïteit van de jeugdzorg niet in gevaar komt, en er geen kinderen tussen wal en schip vallen? Zo nee, op welke wijze gaat u de malaise in de jeugdzorg na 1 januari beperken?

Antwoord 2

U wordt met een afzonderlijke brief over de voortgang van de transitie geïnformeerd, over de afspraken die we met de branches en de VNG maken en over de eventuele regeltechnische consequenties.

Vraag 3

Acht u het wenselijk dat 1800 jeugdhulpverleners met ontslag worden bedreigd? Wat zijn uw plannen om collectieve ontslagen te voorkomen? Wat hebben de werk-naar-werk-trajecten tot op heden opgeleverd?2 3

Vraag 4

Wat is uw reactie op de berichten van onder andere Bureau Jeugdzorg dat collectieve ontslagaanvragen niet door het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (UWV) in behandeling worden genomen, omdat de aanbestedingsprocedure nog loopt? Kunt u aangeven hoeveel collectieve ontslagaanvragen er in de Jeugdzorg in 2014 zijn geweest (inclusief de niet in behandeling genomen ontslagaanvragen)?4

Antwoorden 3 en 4

Tot begin september zijn bij het UWV in 2014 collectieve ontslagmeldingen gedaan voor in totaal 1.450 personen die taken verrichten die thans gebundeld worden onder de Jeugdwet. Circa de helft van het aantal meldingen heeft betrekking op de bureaus jeugdzorg. In hoeveel daadwerkelijke ontslagen dit zal uitmonden valt niet precies aan te geven. Dit is mede afhankelijk van de mate waarin er sprake is van natuurlijk verloop. Het is in eerste instantie een taak van de verschillende partijen gezamenlijk om ontslagen zo veel mogelijk te beperken. De beste manier om deze te beperken is immers het maken van afspraken tussen gemeenten en aanbieders. Pas als het inkoopproces tussen gemeenten en aanbieders verder is gevorderd kan meer in detail worden aangegeven in hoeverre er, ondanks de inspanningen van deze partijen, gedwongen ontslagen zijn en waar. Voor het UWV is bepalend dat er duidelijkheid is over de inkoopafspraken die een organisatie heeft. Zolang de aanbestedingsprocedure of subsidieverlening nog niet is afgelopen, is er geen duidelijkheid over het budget en de taken van de desbetreffende organisatie en kan een ontslagaanvraag niet in behandeling worden genomen. Wij verwijzen u ook naar onze brief van 23 mei 2014 (kenmerk 363915–120127 – J) over de ontslaggolf in de jeugdzorg.

Wij achten het van belang dat onnodige ontslagen zoveel mogelijk worden beperkt. Mede daarom hebben wij de Transitieautoriteit Jeugd (TAJ) ingesteld. De TAJ adviseert instellingen jeugdhulp en gemeenten bij de inkoop van jeugdhulp en organisaties bij het doorvoeren van noodzakelijke herstructurering. Met deze maatregel beogen wij dat het verlies aan werkgelegenheid zoveel mogelijk wordt beperkt en dat het nieuwe stelsel een «zachte landing» krijgt. Verder is de regeling vergoeding bijzondere transitiekosten van organisaties in verband met de inwerkingtreding van de Jeugdwet opgesteld. Deze regeling biedt de wettelijke grondslag voor subsidieaanvragen van organisaties die door de transitie geconfronteerd worden met onvermijdbare kosten om de noodzakelijke continuïteit van zorg en om de beschikbaarheid van essentiële jeugdhulp voorzieningen te kunnen blijven bieden. Ook biedt deze regeling de grondslag voor subsidie aanvragen van organisaties die voor de bekostiging of bevoorschotting van een voorziening afhankelijk zijn van een groot aantal gemeenten. Voor deze regeling is een maximum bedrag van € 200 miljoen beschikbaar. De TAJ brengt advies uit over de ingediende subsidie aanvragen.

Daarnaast is het goed om te constateren dat sociale partners in de jeugdzorg, welzijn en kinderopvang gezamenlijk een sectorplan hebben ingediend bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hierdoor is in 2014–2015 € 3,8 miljoen beschikbaar voor het deelplan jeugdzorg.

Het gaat daarbij om:

  • 2250 medewerkers die bij- en nascholing ontvangen, zodat zij behouden kunnen blijven voor de jeugdzorg;

  • 600 medewerkers die hun baan dreigen te verliezen, volgen trajecten om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten;

  • 60 medewerkers die worden omgeschoold naar ander werk;

  • drie regionale experimenten die worden geïnitieerd, die werkgelegenheid en innovaties in de jeugdzorg versterken.

Vraag 5

Is het in uw ogen denkbaar dat er per 1 januari 2015 lange wachtlijsten zullen gaan ontstaan voor de zwaardere jeugdzorg? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zijn uw verwachtingen hieromtrent, in zowel kwalitatieve als kwantitatieve zin?

Antwoord 5

Op basis van de wet op de jeugdhulp wordt per 1-1-2015 continuïteit van zorg geboden aan de cliënten die op dat moment gebruik van jeugdhulp maken. Verder is op basis van de wet de gemeente er per 1-1-2015 aan gehouden om te voorzien in jeugdhulp (jeugdhulp plicht) voor de jeugdige uit de gemeente die daarop zijn aangewezen. Gemeenten zijn zeer druk bezig om dit te organiseren. Om de risico’s per 1-1-2015 op het wegvallen van hulp in te perken zijn wij in gesprek met de gemeenten en de jeugdhulpsector (zie ook afzonderlijke brief over de voortgang van de transitie en over de afspraken die we met de branches en de VNG gemaakt hebben over de eventuele regeltechnische consequenties, brief (Kamerstuk 31 839, nr. 412) Voortgang Tranisitie Jeugdstelsel dd 23 september 2014). Het is niet op voorhand precies aan te geven wat dit voor effect op de wachttijd voor de jeugdhulp zal hebben. Inzet van alle partijen is en blijft on lange wachtlijsten te vermijden.

Vraag 6

Op welke wijze worden de frictiekosten na 1 januari 2015 vergoed aan jeugdzorginstellingen en Bureau Jeugdzorg, gezien het feit dat een groot deel van de organisaties op zijn vroegst in november zekerheid heeft over de budgetten en het verlies aan personeel, waardoor men forse frictiekosten heeft in het jaar 2015?

Antwoord 6

Op basis van de Regeling vergoeding bijzondere transitiekosten Jeugdwet kunnen organisaties van jeugdhulp en bureaus jeugdzorg vanaf 1 oktober een subsidie aanvraag indienen. Voor het in behandeling kunnen nemen van deze aanvraag is het noodzakelijk dat er duidelijkheid is over de inkoopafspraken / subsidieafspraken die er met deze organisatie is gemaakt. Indien er sprake is van acute liquiditeitsproblemen waardoor het voortbestaan van de organisatie op korte termijn (binnen 2 maanden) wordt bedreigd, zal de aanvraag wel al in behandeling worden genomen.

Vraag 7

Wat is uw oordeel over de brief van Jeugd Express Samen (JES) uit Brabant Noord-Oost, waarin wordt gesteld dat het budget in 2015 tot wel 20–50% afwijkt van de gemaakte afspraken? Is dit een uitzondering op de regel of is dit te scharen onder het algemene beeld in de regio’s?5

Vraag 8

Bent u het met de JES eens dat onder deze financiële condities, waarin budgetten sterk afwijken van de gemaakte afspraken, jeugdinstellingen de continuïteit en kwaliteit van zorg niet meer kunnen garanderen en kinderen en ouders tussen wal en schip zullen gaan raken? Zo nee, op welke wijze kunt u de jeugdzorg in Noord-Oost Brabant garanderen?6

Antwoord 7 en 8

We zijn met de gemeenten nog in gesprek over de verschillen die ze ervaren tussen opgave van aanbieders en het beschikbare budget. We zien dat dit nu een lastige factor is bij het inkoopproces. Eerder is gebleken dat een belangrijke oorzaak van afwijkingen van het budget een foutieve opgave van de aanbieders kan zijn. Dat betreft dan bij voorbeeld het aantal cliënten dat afkomstig is uit een bepaalde gemeente. Dit wordt veroorzaakt door onduidelijkheid over het woonplaatsbeginsel en door het niet correct toedelen van cliënten over de verschillende wettelijke kaders zoals de jeugdwet en de Wet langdurige zorg.

Verder treden door de jaren heen afwijkingen in zorggebruik op. Dit kan met name bij kleinere gemeenten tot fluctuaties leiden. Daarom wordt ook gepleit dat gemeenten onderling een systeem van risico verevening invoeren. Het is echter een keuze van de gemeente om dit wel of niet af te spreken.

Door ons worden, vanuit het Transitiebureau, de gemeenten en regio’s bij het inkoopproces ondersteund. Dit kan door een expert in te laten vliegen, maar ook zijn door de ministeries bij verschillende regio’s verschillenanalyses uitgevoerd om mee te kijken en mee te denken over de geconstateerde verschillen tussen het beschikbare budget en de opgave van aanbieders.

Vraag 9

Bent u nog steeds van mening dat het op 2012 gebaseerde macrobudget, waarop de overheveling van de jeugdzorg gebaseerd is, nog steeds realistisch en haalbaar is? Kunt u uw antwoord toelichten?7

Antwoord 9

Ja, er zijn geen gegevens bekend waaruit zou blijken dat de opgave 2012 niet zou kloppen.

Vraag 10

Kunt u inzicht bieden hoe de feitelijke overdracht van dossiers per 1 januari 2015 gaat gebeuren? Wie is er straks verantwoordelijk voor de dossiers van cliënten die van Bureau Jeugdzorg overgaan naar de gemeenten (vrijwillige kader)? Welke richtlijnen worden hierbij gehanteerd?

Antwoord 10

De brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland beziet op welke wijze dossiers van BJZ op een verantwoorde wijze kunnen worden overgedragen. Beoogd wordt de overdracht van dossiers of cliëntgegevens aan de rechtsopvolgers van bureaus jeugdzorg op een zo efficiënt mogelijke wijze binnen de kaders van de geldende regelgeving te laten verlopen. De instellingen zullen zelf afzonderlijk de cliënten moeten informeren.

Vraag 11

Hoe, en wanneer, worden cliënten geïnformeerd over bij wie zij terecht kunnen per 1 januari 2015 met vragen over de jeugdzorg of hun rechten?

Antwoord 11

In oktober start het Rijk een publiekscampagne om Nederlanders te informeren over de veranderingen in de zorg en ondersteuning. De werktitel van de campagne is «Nederland verandert, de zorg verandert mee». De publiekscampagne moet antwoord geven op vragen waarom de veranderingen plaatsvinden en wat er in algemene zin verandert. Het Nederlands publiek en de huidige cliënten zijn de campagnedoelgroepen. Met huidige cliënten wordt gedoeld op:

  • a. Ouderen en mensen met een lichamelijke of een verstandelijke beperking

  • b. Ouders, verzorgers en opvoeders van jongeren tot 18 jaar

  • c. Cliënten met een AWBZ-indicatie die naar Wmo, Jeugdwet, Wlz of Zvw overgaan

  • d. Alle zorgverzekerden van 18 jaar en ouder

  • e. Overig algemeen publiek.

De rode draad in de campagne is de website www.hoeverandertmijnzorg.nl. Deze is 15 september live gegaan. Deze website is specifiek bedoeld voor cliënten die al zorg en ondersteuning krijgen, maar ook nieuwe cliënten kunnen hier inzicht krijgen wat Jeugdwet voor hen gaat betekenen. Burgers kunnen met vragen over zorg en over hun rechten ook terecht bij hun gemeente. Alle gemeenten zijn momenteel bezig hun klantcontactcentra daarop in te richten.

Tot slot is er het AKJ: Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg. Dus niet alleen bij klachten maar ook voor advies, met name over je rechten en plichten.

Vraag 12

Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voor het Algemeen overleg inkoop jeugdzorg dat binnen enkele weken zal plaatsvinden?

Antwoord 12

Hiertoe zijn wij bereid.


X Noot
3

Kamerstuk 24 587, nr. 576

X Noot
4

Kamerstuk 29 282, nr. 199

X Noot
5

Noodsignaal van Jeugd Express Samen (JES) – NO Brabant – 21 augustus 2014

X Noot
6

Noodsignaal van Jeugd Express Samen (JES) – NO Brabant – 21 augustus 2014

X Noot
7

Brief Robbe en Partners aan de Staatssecretaris – «zachte landing» – 26 augustus 2014

Naar boven