Vragen van de leden Lodders (VVD) en Geurts (CDA) aan de Staatssecretaris van Economische
Zaken over vergunning blijft struikelblok mestverwerking (ingezonden 28 oktober 2013).
Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) mede namens de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Milieu (ontvangen 27 november 2013).
Vraag 1
Kent u het bericht «Vergunning blijft struikelblok»?1
Vraag 2
In hoeverre betrekt u het feit dat vergunningverlening achterblijft, bij de beoordeling
over het in standhouden van dierrechten?
Antwoord 2
Er wordt in de analyse door het PBL en de WUR een realistische inschatting gemaakt
van de mestverwerkingscapaciteit. Daar is in meegenomen dat niet alle projecten die
door de sector gepresenteerd worden in het sectorplan «Koersvast richting 2020», een
vergunning en financiering zullen krijgen.
Vraag 3
Heeft u een analyse gemaakt van de projecten die nog geen vergunning hebben? Zo ja,
kunt u aangeven in welke provincies de vergunningverlening op orde is en in welke
provincies niet? Kunt u aangeven wat de oorzaken zijn per provincie?
Antwoord 3
Ik heb geen provinciale uitsplitsing gemaakt van de projecten. Het is wel duidelijk
dat de meeste activiteiten ten behoeve van mestverwerking in het concentratiegebied
Zuid liggen, omdat daar grootste opgave geldt.
Voor een overzicht van oorzaken van het (nog) niet verlenen van een vergunning verwijs
ik u naar de brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aan uw Kamer
van 23 september 2013 (Kamerstukken 2013–2014, 33 322, nr. 47).
Vraag 4, 5
Welke acties op bestuurlijk niveau hebben na de behandeling van de meststoffenwet
plaatsgevonden om de vergunningverlening vlot te trekken? Kunt u aangeven hoe deze
acties zich verhouden tot de toezegging van de staatssecretaris van Infrastructuur
en Milieu over een te sluiten convenant om de vergunningverlening niet het struikelblok
te laten zijn?
Deelt u de opvatting dat ondernemers geen invloed hebben op de vergunningverlening
en dat zij in sterke mate afhankelijk zijn van de overheid?
Zo ja, welke acties gaat u ondernemen om de vergunningverlening vlot te trekken?
Antwoord 4, 5
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en ik werken aan een landelijke werkgroep
«versnelling vergunningverlening mestverwerking». Hierin zullen vertegenwoordigers
van de Rijksoverheid, decentrale overheden en LTO Nederland deelnemen en de knelpunten
omtrent vergunningverlening voor mestverwerking bespreken. Deze werkgroep is een uitvloeisel
van de toezegging van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu om met IPO
en VNG in overleg te treden over de mogelijkheden van een convenant. Ten behoeve van
deze werkgroep is er bij Dienst Regelingen een meldpunt mestverwerking geopend. Hier
kunnen ondernemers die problemen hebben bij de vergunningverlening voor mestverwerkinginstallaties
zich melden. Het blijft echter zo dat keuzes van ondernemers met betrekking tot locatie
en het verstrekken van informatie bepalend zijn voor draagvlak bij de omgeving en
de vergunningverlening door de bevoegde gezagen.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat het uitblijven van vergunningen geen reden is om de dierrechten
in stand te houden of opnieuw te introduceren? Zo ja, op welke manier houdt u rekening
met de ambitie van de sector die graag wil maar niet kan starten met de mestverwerking,
omdat de overheden niet meewerken inzake vergunningverlening? Bent u bereid om de
dierrechten en de kosten die gekoppeld zijn aan dit systeem te schrappen zodat er
meer ruimte is voor de sector om vergunningen voor mestverwerkingsinstallaties te
verkrijgen?
Bent u bereid om in dat kader de meststoffenwet vijf jaar na invoering te evalueren
op behaalde doelstellingen?
Antwoord 6
De mestverwerkingsplicht is al geruime tijd aangekondigd. Ondernemers hebben al geruime
tijd kunnen werken aan initiatieven om mestverwerking van de grond te krijgen. En
in het sectorplan «Koersvast richting 2020» zie ik ook dat er veel initiatieven zijn
gestart. Echter om een mestverwerkingsinitiatief te starten moet eerst een goede locatie
worden gezocht en de vergunningprocedure doorlopen worden.
De vergunningverlener heeft de taak de toetsen of de installatie voldoet aan de milieueisen
die gesteld worden. En deze procedures kunnen soms lang duren, zeker als er gebruikgemaakt
wordt van wettelijk vastgelegde inspraak-, beroep en bezwaarprocedures.
Zoals reeds eerder gemeld ben ik niet bereid om de dierrechten af te schaffen als
de mestverwerking nog niet of onvoldoende gerealiseerd wordt. Ik houd een stok achter
de deur. Ik verwijs u verder naar de ex-ante beleidsevaluatie toekomstig mestbeleid
door het PBL en WUR van de ontwikkelingsrichtingen van het mestbeleid en de beleidsreactie
daarop die binnen enkele weken aan de tweede kamer zal worden gezonden.
Ik heb het voornemen om de meststoffenwet na invoering jaarlijks te evalueren op de
behaalde doelstellingen, om zo de mestverwerkingspercentages voor het volgende jaar
vast te stellen.
X Noot
1Boerderij, 24 oktober 2013