Vragen van de leden Oskam en Knops (beiden CDA) aan de Minister van Veiligheid en
Justitie over een strakker regime van certificering van schietverenigingen (ingezonden
18 oktober 2013).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 7 november 2013).
Vraag 1
Klopt het dat er met ingang van 2015 een strakker regime van certificering van schietverenigingen
gaat gelden?
Antwoord 1
Ja. Ik heb uw Kamer daarover op 28 maart 2012 en 19 juni 2012 per brief geïnformeerd
(Kamerstukken II, vergaderjaar 2011–2012, 33 033, nrs. 7 en 8).
Vraag 2
Bent u op de hoogte van de inhoud van het in verband daarmee door de Koninklijke Nederlandse
Schietsport Associatie opgestelde model voor de Eigen Verklaring die iedereen die
lid wil worden van een schietvereniging moet invullen?
Antwoord 2
Ja. Het model Eigen Verklaring dat de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie
(KNSA) hanteert maakt onderdeel uit van de KNSA-basiscertificering in verband met de verkrijging van het lidmaatschap van een schietsportvereniging.
Schietsportverenigingen toetsen hiermee de door het Ministerie van Veiligheid en Justitie
en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde risicofactoren
waarover ik uw Kamer met mijn voornoemde brief informeerde.
Vraag 3
Is de modelverklaring inmiddels vastgesteld en is er daarover overleg gevoerd met
uw ministerie?
Antwoord 3
Ja. Het model Eigen Verklaring dat de KNSA hanteert is besproken met het Ministerie.
Vraag 4
Bent u op de hoogte van de bezwaren die in kringen van schietverenigingen tegen deze
verklaring bestaan?
Antwoord 4
Ja. De KNSA heeft bij mij aangegeven dat sommige schietsportverenigingen bezwaren
hebben tegen het model Eigen Verklaring. De KNSA heeft daarover uitgebreid gecommuniceerd
in ledenberaden en de algemene vergaderingen van de KNSA.
Vraag 5
Voldoen de verklaring en de manier waarop er in de praktijk mee moet worden omgegaan
aan de eisen gesteld in de Wet bescherming persoonsgegevens, waaronder de eisen ten
aanzien van de bewaarplicht?
Antwoord 5
De vragen die onderdeel uitmaken van de Eigen Verklaring zijn door de KNSA met behulp
van experts getoetst aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Per vraag zijn de grondslagen
gedefinieerd, alsmede de voorwaarden ten aanzien van de bewaarplicht.
Vraag 6
Klopt het dat (uitsluitend) de bestuurders van schietverenigingen een oordeel moeten
vormen over de ingevulde verklaring met het oog op een besluit tot het al dan niet
toelaten van een aspirantlid tot de schietvereniging? Zo ja, bent u van oordeel dat
bestuurders «als amateurpsychologen» tot een verantwoorde afweging kunnen komen?
Antwoord 6
Evenals bij andere verenigingen is een besluit omtrent het al dan niet toelaten van
leden een bevoegdheid van de vereniging zelf. In de meeste gevallen is dat door de
leden gedelegeerd aan het verenigingsbestuur. Dat geldt ook voor schietsportverenigingen
in Nederland.
Teneinde bestuurders van schietsportverenigingen te ondersteunen bij het balloteren
van nieuwe leden heeft de KNSA daarvoor een training ontwikkeld. De training is ontwikkeld
door het externe opleidingsinstituut RadarAdvies in Amsterdam in samenwerking met
de KNSA. Deze training helpt verenigingsbestuurders om op een gestructureerde wijze
veiligheidsrisico’s te herkennen en deze risico’s op een juiste manier te benaderen.
Deze training levert daarmee een bijdrage aan het nog veiliger maken van de schietsportbeoefening
in Nederland. Mijn Ministerie heeft het belang van deze training onderschreven en
heeft daarvoor ook een financiële bijdrage beschikbaar gesteld.
Gezien het bovenstaande ben ik van mening dat bestuurders van schietsportverenigingen
in staat moeten zijn om te komen tot een verantwoorde afweging.
Vraag 7
Wordt er gecontroleerd of een aspirantlid de vragen naar waarheid heeft ingevuld?
Zo ja door wie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Er bestaat geen zekerheid of de vragen naar waarheid zijn ingevuld. De training voor
verenigingsbestuurders, die de KNSA aanbiedt, besteedt daaraan wel aandacht en verstrekt
aan die bestuurders de kennis die nodig is om een juiste en zorgvuldige beoordeling
te maken. Wanneer op een later tijdstip blijkt dat het potentiële lid de Eigen Verklaring
niet naar waarheid heeft ingevuld, wordt diens lidmaatschap opgezegd.
Vraag 8
Is de inhoud van de hierboven genoemde Eigen Verklaring en de wijze waarop ermee moet
worden gewerkt in overeenstemming met hetgeen u in een brief aan de Kamer heeft geschetst
over de herziening van het aanvraagproces en de toezicht op wapenverlof?1
Vraag 9
Ziet u aanleiding om voor schutterijverenigingen een uitzondering te maken?
Antwoord 9
De basiscertificering en het daaruit voortvloeiende proces voor de verkrijging van
het lidmaatschap van een schietsportvereniging, waaronder de Eigen Verklaring, geldt
voor alle verenigingen waarbij gebruik wordt gemaakt van vuurwapens, en dus ook voor
de schutterij- verenigingen en de Gilden. De KNSA heeft hierover reeds overleg gevoerd
met een vertegenwoordiging van de schutterijen en de Gilden vanwege hun bijzondere
positie.