Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333033 nr. 9

33 033 Wapen- en munitiebezit

Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 september 2012

In vervolg op mijn brief van 19 juni 20121 informeer ik u, mede namens mijn ambtgenote van VWS en de staatssecretaris van EL&I, over het herziene aanvraagproces voor een wapenverlof. De kern van het herziene aanvraagproces is een uitgebreidere toetsing van de aanvragers voor een wapenverlof op basis van risicofactoren. Ook het toezicht op de houders van een wapenverlof zal op basis van risicofactoren worden georganiseerd. Het aangepaste aanvraag- en toezichtsproces zal 1 januari 2013 landelijk operationeel zijn. Later zal het aanvraagproces verder worden versterkt met een psychische screening c.q. computertest. De nieuwe werkwijze is van toepassing op alle soorten wapenverloven waaronder die voor sportschutters, jagers en verzamelaars.2

De aanpassingen komen niet alleen voort uit de aanbevelingen die de Onderzoeksraad voor Veiligheid deed, maar passen in een breder kader. Al vanaf 2009 wordt binnen de politieorganisatie gewerkt aan professionalisering van de taakuitoefening in het kader van de bijzondere wetten, ook wel korpscheftaken genoemd. Hoofdpunten van deze aanpak zijn het vergroten van de professionaliteit door een uniforme aanpak aan de hand van heldere richtlijnen en kennisvergroting door gerichte opleiding van de desbetreffende medewerkers. De vorming van de nationale politie heeft het positieve effect dat de verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van 25 regiokorpsen overgaan naar één organisatie en één, korpschef. De korpscheftaken worden binnen de nationale politie uniform georganiseerd. In de voorbereiding van de nationale politie wordt gewerkt aan één uniforme landelijke mandaatregeling, één afwegingskader en één handhavingrichtlijn. Bij twijfelgevallen binnen het proces van vergunningverlening, wordt geborgd dat men de kwestie aan een meerdere voorlegt. De ontwikkeling van de handhavingrichtlijn, wordt afgestemd met ketenpartners en brancheorganisaties.

Herziening aanvraagproces en toezicht wapenverlof

Risicofactoren

Mijn ambtgenote van VWS heeft expertsessies, met bijdragen van zowel medici als politie, georganiseerd om in kaart te brengen welke risicofactoren betreffende de psychische gesteldheid van wapenverlofhouders met het oog op potentieel misbruik van een (legaal) vuurwapen relevant zijn.

De volgende risicofactoren zijn daaruit naar voren gekomen:

  • Klinische factoren (psychische stoornis, verslaving, gedwongen opname, forensische zorg en suïcidale gedachten),

  • Stressvolle omstandigheden (problemen in relationele sfeer, problemen in de arbeidssfeer of opleiding, gebrekkig sociaal steunsysteem en stressvolle levensomstandigheden),

  • Specifieke kenmerken van de aanvrager (agressie, crimineel gedrag, impulsiviteit en zelfregulatie, zelfstandige handelingsbekwaamheid, fascinatie voor wapens en/of geweld, extreme uitingen en/of uitingen van radicalisering).

De experts hebben op basis van hun kennis en ervaring aangegeven, dat het van belang is aan deze risicofactoren in het aanvraagproces in ieder geval aandacht te besteden. Daarbij benadrukken ze dat niet zozeer het perspectief van de psychische aandoening, maar veel meer het perspectief van risicovol gedrag van belang is.

De Finse test en ontwikkeling screeningsinstrument voor de Nederlandse situatie

Op dit moment is nog geen valide instrument3 voorhanden waarmee de risicofactoren wetenschappelijk verantwoord meetbaar kunnen worden gemaakt en gewogen kunnen worden ten behoeve van psychische screening.

Omdat mijn ambtgenote van VWS en ik het wenselijk vinden om in de toekomst de toetsing van aanvragers van een wapenverlof verder te versterken met een psychische screening (waar mogelijk in de vorm van een computertest), hebben wij bij andere landen geïnformeerd naar hun aanpak.

Zo hanteert de Finse politie een vragenlijst c.q. computertest als eerste algemeen psychologisch screeningsinstrument in de wapenverlofprocedure. Op 6 september jl. zijn Finse deskundigen die deze test hebben ontwikkeld in Nederland geweest om tijdens een expertmeeting een toelichting te geven op hun test. De (forensisch) experts uit de GGZ hebben evenwel geconcludeerd dat de Finse test onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd en gevalideerd is. Ook is de test beperkt sensitief; dat wil zeggen dat er met de test relatief weinig mensen opgespoord worden van de groep mensen met risicofactoren. De experts hebben aangegeven dat het beter is om voor de Nederlandse situatie zelf een instrument (vragenlijst/computertest) te ontwikkelen op basis van breder internationaal (literatuur)onderzoek en bestaande screeningsinstrumenten die al voor bepaalde risicofactoren zijn ontwikkeld.

Mijn ambtgenote van VWS en ik zijn met de Gezondheidsraad in gesprek om te komen tot advisering door de Gezondheidsraad hierover, alsmede het ter hand nemen van de ontwikkeling van dit instrument. Dit zou wat ons betreft kunnen geschieden naar analogie van de Regeling eisen geschiktheid 2000, ten aanzien waarvan de Gezondheidsraad adviezen heeft aangedragen betreffende de rijbewijskeuringen. Wij zullen de Gezondheidsraad dan ook vragen om advies uit te brengen over de wijze waarop de psychiatrische expertise4 zowel inhoudelijk als organisatorisch het beste kan worden vormgegeven. Daarmee is ook het draagvak voor het instrumentarium in de praktijk zo goed mogelijk geborgd.

Vragenlijst politie, BOPZ-check en referenten

Tot aan de ingebruikneming van de computergestuurde psychologische test zal gebruik worden gemaakt van een vragenlijst. De eerste stap ter verkrijging van een wapenverlof is het indienen van een aanvraagformulier bij de politie. Elke aanvrager zal expliciet worden bevraagd over risicofactoren. De vragen zijn ontwikkeld door experts bijzondere wetten van de politie5 en deskundigen van de politieacademie. Bij de uitwerking van de vragenlijst is, zoals u is toegezegd, tevens gekeken in hoeverre de eisen die worden gesteld om over een politiewapen te beschikken behulpzaam zijn.

In de vragenlijst op het aanvraagformulier zal, in ieder geval tot er een algemeen psychologisch screeningsinstrument is, onder andere expliciet gevraagd worden naar gedwongen opnames in een psychiatrisch ziekenhuis. Bij een gedwongen opname is betrokkene een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving. Om deze risicofactor te kunnen verifiëren én om tijdens het verlofjaar de wapens in bewaring te kunnen nemen bij een gedwongen opname is een hit-no-hit systeemkoppeling met het BOPZ-OMNIS register dat het Openbaar Ministerie bijhoudt van belang. Met deze koppeling kan de politie controleren of een aanvrager of verlofhouder in het register van gedwongen opnames voorkomt en wordt de politie ingelicht op het moment dat iemand in het systeem wordt opgenomen. Er worden via deze koppeling verder geen medische gegevens verstrekt.

Samen met mijn ambtgenote van VWS bezie ik de mogelijkheid het vragen naar een gedwongen opname afdwingbaar te maken alsmede de mogelijkheden tot en de voorwaarden waaronder een hit-no-hit systeemkoppeling tussen de politie en het BOPZ-OMNIS6 register kan worden gerealiseerd. Hierbij houden wij tevens rekening met de invoering van de nieuwe Wet verplichte GGZ, waarbij de Wet BOPZ wordt ingetrokken. Ook de privacybelangen van betrokkenen zullen worden gewaarborgd. Het tot stand brengen van een koppeling zal een wetswijziging vergen. Ik streef ernaar voor het kerstreces een wetsvoorstel hieromtrent in consultatie te brengen.

Aangezien het enkel implementeren van een uitgebreidere vragenlijst de kans op misbruik naar mijn mening onvoldoende ondervangt, zal de aanvrager van een wapenverlof ook drie referenten moeten opgeven die door de politie zullen worden bevraagd ter controle of voor nadere inlichtingen in geval bij het aanvraagproces enige bezwaren of twijfel omtrent de betrouwbaarheid van de aanvrager zijn gerezen. Raadpleging van referenten is in binnen- en buitenland een goed gebruik bij een screening (voor een wapenverlof), aangezien referenten de aanvrager persoonlijk kennen over een langere periode. Van de drie referenten moet één uit de sociale omgeving komen (indien mogelijk uit de huiselijke kring), een tweede uit de schietsport, jacht of ander redelijk belang voor een wapenverlof en een derde referent kan worden opgegeven naar keuze.

Persoonlijk contact: aanvraag, kluiscontrole, afhalen documenten

In aanvulling hierop vind ik het van groot belang dat de politie iedere aanvrager in persoon ontmoet. De aanvrager zal daarom voortaan worden uitgenodigd het aanvraagformulier in persoon op het politiebureau af te leveren. Dit contactmoment zal gebruikt worden om met de aanvrager na te gaan of het aanvraagformulier volledig is ingevuld waarbij de politie zich tegelijkertijd een algemeen beeld kan vormen over de aanvrager. Hierbij is ook van belang dat aan de politiemensen die met vergunningverlening belast zijn een scholingstraject wordt aangeboden dat zich richt op het beoordelen van het gedrag van een aanvrager.

Een ander moment waarmee persoonlijk contact tussen de aanvrager en de politie in het aanvraagproces is geborgd, is de controle van de wapenkluis bij de aanvrager thuis. Een derde moment van persoonlijk contact is het in persoon afhalen van de documenten door de aanvrager op het politiebureau.

Onderzoek politie: registers politie, justitie, internet, wijkagent en BOPZ-OMNIS register

Bij elke aanvraag raadpleegt de politie ook nu al zowel de registers van politie als justitie. Deze bevraging wordt verbeterd, landelijk uniform geregeld en daarmee beter geborgd. Deze raadpleging zal worden aangevuld met een korte zoekslag op de aanvrager via open bronnen. Dit kan bijdragen aan de algemene beeldvorming over de aanvrager.

Om de informatievoorziening ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag verder te maximaliseren, kan de wijkagent eveneens worden bevraagd door de afdeling bijzondere wetten van de politie. Op deze wijze kan de informatie die een wijkagent vanuit zijn functionele verantwoordelijkheid heeft over zijn wijk en haar bewoners worden gebruikt voor de screening ten behoeve van een wapenverlof. Het contact tussen de afdelingen bijzondere wetten en de wijkagent zal eveneens zorgen voor een verhoogde aandacht binnen de basispolitiezorg voor de aanwezigheid van verlofhouders binnen de bewakingsgebieden van de eenheden en daarmee bijdragen aan een betere verbinding tussen de afdelingen bijzondere wetten en de operationele politieteams.

Nader onderzoek politie: nader gesprek, referentenonderzoek, verklaring arts

Indien de aanvrager één van de vragen van het vragenformulier niet naar waarheid heeft beantwoord, zal hij reeds om die reden onbetrouwbaar worden geacht en zal de politie overgaan tot een weigering van het verlof.

Indien in de eerste fase van het aanvraagproces blijkt van enige bezwaren of twijfel omtrent de betrouwbaarheid van de aanvrager dan zal de politie extra instrumenten inzetten. De politie zal de aanvrager in dat geval allereerst uitnodigen voor een nader gesprek. In dit gesprek wordt dieper ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager. Ook wordt contact opgenomen met referenten om het beeld over de aanvrager aan te scherpen. Indien de politie twijfels blijft houden over de mentale stabiliteit van een aanvrager van een wapenverlof, dan zal zij de aanvrager, zoals dat thans ook in de praktijk gebeurt, vragen een verklaring van een arts te overleggen waarin deze vanuit medisch oogpunt beziet of er indicaties zijn dat betrokkene het bezit van een vuurwapen al dan niet kan worden toevertrouwd. Mede op basis van deze verklaring zal de politie vervolgens besluiten over het al dan niet verlenen van het verlof.

Thuiscontroles

Indien het wapenverlof is verleend, houdt de politie toezicht op de wapenverlofhouder. De politie controleert onaangekondigd bij wapenverlofhouders of zij hun wapens en munitie correct hebben opgeborgen. De inzet van risicofactoren zal ook worden doorgevoerd in dit toezichtproces. Dit betekent dat niet elke verlofhouder jaarlijks wordt gecontroleerd, wel zal elke verlofhouder minimaal één keer per drie jaar een thuiscontrole krijgen. Voor verlofhouders tot 25 jaar blijft de jaarlijkse controle bestaan omdat in veruit de meeste gevallen van zogenaamde spree-shootings 7 het jonge daders betreft. Oudere verlofhouders krijgen een huisbezoek op basis van een risico-indicatie en op basis van steekproeven.

Op dit moment is de politie niet gerechtigd de woning van een verlofhouder ter controle van de wapenkluis te betreden, indien de hoofdbewoner (meestal de verlofhouder) daarvoor geen toestemming geeft. Dat levert in de praktijk in veruit de meeste gevallen geen problemen op. Ik acht het evenwel vanuit een oogpunt van effectieve handhaving in beginsel onwenselijk dat het initiatief of de handhaving daadwerkelijk kan plaatsvinden in alle gevallen uiteindelijk van de bereidheid van hoofdbewoner (meestal de verlofhouder) zelf afhankelijk is. Ik heb daarom wetgeving in voorbereiding waarin de politie in uitzonderingsgevallen en wanneer daartoe aanwijsbare aanleiding bestaat, de controle kan doen plaatsvinden zonder toestemming van de hoofdbewoner (of de verlofhouder). Ik acht echter een proportionele uitoefening van een dergelijke bevoegdheid van groot belang en zal bij de uitwerking van deze regeling daarop nauw het oog houden.

De thuiscontroles worden in sommige korpsen uitgevoerd met ondersteuning van voor deze werkzaamheden gekwalificeerde politievrijwilligers. Daar zijn onder andere bij het regiokorps Rotterdam-Rijnmond goede ervaringen mee opgedaan. Ik ga er dan ook vanuit dat daar waar politievrijwilligers een toegevoegde waarde hebben met betrekking tot een thuiscontrole, deze hiervoor ook kunnen worden ingezet.

ICT

Het Verona-systeem – waarin de gegevens van de aanvragers en de verlofhouders worden verwerkt – zal op diverse punten worden aangepast. De veranderingen zijn op hoofdlijnen de volgende:

  • het verbeteren van de managementinformatie;

  • het verbeteren (sneller en efficiënter) van de verwerking van processen (registratie);

  • inbouwen van een signaalfunctie (bijv. bij verloop vergunning); en

  • een koppeling met het bedrijfsprocessensysteem (BVH).

Ik verwijs u over de aanpak van ICT aanpassingen bij de politie naar mijn brief van 19 juli 2012 met als bijlage «Bijstelling Aanvalsprogramma IV Politie Tweede helft 2012 en doorkijk eerste helft 2013». De aanpassingen aan het vergunningenregistratiesysteem van de politie, Verona, staan op de zogeheten B-lijst.

Planning inwerkingtreding versterkingen

De versterkingen betreffende de schietsport als uiteengezet in mijn brieven van 28 maart en 19 juni 20128 zullen in werking treden op 1 oktober 2012. De daartoe benodigde wijzigingen in de Circulaire wapens en munitie 2012 worden binnen enkele dagen gepubliceerd in de Staatscourant.

De versterkingen bestaande uit de uitbreiding van het aanvraagproces op basis van risicofactoren door middel van de vragenlijst en overige informatiebronnen als hierboven uiteengezet, alsmede het organiseren van toezicht en handhaving aan de hand van de risicofactoren, zal worden geïmplementeerd per 1 januari 2013. De daartoe benodigde wijzigingen in de Circulaire wapens en munitie 2012 zullen worden gepubliceerd in december 2012. Over deze aanpassingen van het werkproces van de politie wordt voordien ook nog een impactanalyse uitgevoerd.

De invoering van de algemene psychologische screening (test) met een eventueel daaraan gekoppelde expertise, alsmede het tot stand brengen van een koppeling met het BOPZIS OMNIS-register zal – ondermeer omdat dat wetswijziging vergt – meer tijd vergen. Ik streef ernaar voor het kerstreces een wetsvoorstel hieromtrent in consultatie te brengen.

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

De Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie (KNSA) vraagt via de aangesloten verenigingen aan alle aspirant-leden een VOG om lid te worden van een schietvereniging. Iedere VOG-aanvraag komt binnen bij de dienst Justis en wordt beoordeeld volgens een screeningsprofiel dat past bij de (gewenste) positie van de aanvrager. Voor het lidmaatschap van een schietvereniging is een apart screeningsprofiel ontwikkeld.

Via dit profiel wordt een breed scala aan relevante delicten beoordeeld. De mogelijkheden om de VOG voor aspirant-leden van schietverenigingen uit te breiden, heb ik in in aanvulling op de versterkingen in het aanvraag- en toezichtproces ook bezien.

De VOG is evenwel een louter justitieel instrument en biedt geen ruimte om gegevens te beoordelen die buiten het justitiekader vallen. Momenteel bekijk ik daarom de mogelijkheden voor een bredere screening voor aspirant-leden van schietverenigingen.

Via een aanvraagprocedure bij de dienst Justis zou betrokkene toestemming kunnen geven voor zowel een screening van het justitiële verleden (de VOG), als het checken van informatie over een gedwongen opname. Hoe dit in de praktijk moet worden vormgegeven, wordt momenteel onderzocht. Een dergelijke werkwijze vereist in ieder geval aanpassing van wet- en regelgeving, onder meer in het licht van de in de Wet bescherming persoonsgegevens opgenomen strikte eisen voor de verwerking van persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid.

Tot slot

Met de in deze en eerdere brieven9 aangekondigde wijzigingen van het stelsel ter beheersing van het legaal wapenbezit hebben mijn ambtgenote van VWS en ik uitvoering gegeven aan de tot ons gerichte aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor veiligheid.10 Conform de aanbevelingen wordt het stelsel ter beheersing van het legaal wapenbezit versterkt en ingericht op basis van risicofactoren. Niet minder belangrijk is te constateren dat er zowel bij de politie, als bij de bezitters van legale wapens een verhoogde awareness is ontstaan. Dit blijkt uit een bij alle partijen waar te nemen actieve houding waar het gaat om het inschatten van en omgaan met risico’s die het wapenbezit inherent met zich mee brengen. Dit stemt mij positief.

De versterkingen die in het stelsel ter beheersing van het legale wapenbezit worden doorgevoerd leveren een uitbreiding op van de mogelijkheden om potentieel toekomstig misbruik van wapens te ontdekken en daarop te handelen. Het is en blijft moeilijk om toekomstig gedrag van personen te voorspellen. Alleen al om die reden is 100% veiligheid niet te garanderen. Dat zullen wij steeds voor ogen moeten houden.

Ik sluit dit onderwerp hiermee niet af, maar blijf betrokken en zal daar waar nodig het stelsel bijsturen als de evaluaties van de Inspectie V&J, betreffende de taakuitoefening van de politie, en de onafhankelijke vierjaarlijkse evaluatie, betreffende het gehele stelsel ter beheersing van legaal wapenbezit, daartoe aanleiding geven.

De minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


X Noot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 033, nr.8

X Noot
2

Jagers die het geweer gebruiken, dienen te beschikken over een jachtakte, verleend door de korpschef op grond van de Flora- en faunawet. Waar in deze brief wordt gesproken over verloven en verlofhouders, worden derhalve voor zover van toepassing tevens jachtakten en jachtaktehouders bedoeld.

X Noot
3

Dit komt doordat er relatief weinig wetenschappelijk materiaal beschikbaar is over het causale verband tussen de psychische gesteldheid van iemand en het risico op wapenmisbruik.

X Noot
4

Een psychiatrische expertise kan ingezet worden als uit de computertest blijkt, dat er sprake is van twijfel.

X Noot
5

Voor de nadere uitwerking van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor veiligheid is binnen de politie een tijdelijke klankbordgroep ingesteld. Deze klankbordgroep is samengesteld uit medewerkers uit het taakveld Korpscheftaken/Bijzondere Wetten, belast met de uitvoering van de vergunningverlening en enkele teamchefs, belast met de sturing hierop. Daarnaast is het Landelijk Platform Vuurwapens vertegenwoordigd in de klankbordgroep.

X Noot
6

Koppeling aan systemen in de gezondheidszorg is niet wenselijk in verband met effect van deze maatregel op het vertrouwen dat nodig is tussen een behandelaar en zijn patiënt, waarmee de toegang tot de gezondheidszorg wordt gewaarborgd.

X Noot
7

Een spree-shooting is een schietincident waarbij de dader twee of meer slachtoffers maakt in korte tijd en op verschillende plekken.

X Noot
8

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 033, nr’s 7 en 8.

X Noot
9

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 033, nr’s 2, 7 en 8.

X Noot
10

Onderzoeksraad voor veiligheid. Wapenbezit door sportschutters; Onderzoek naar het stelsel ter beheersing van het legaal wapenbezit naar aanleiding van het schietincident in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011. Den Haag, september 2011. www.onderzoeksraad.nl