Vragen van de leden Van Klaveren en Bontes (beiden Groep Bontes/Van Klaveren) aan
de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Veiligheid en Justitie over
de «radicaliseringsaanpak» van dit kabinet (ingezonden 26 augustus 2014).
Antwoord van Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) mede namens de Minister
van Veiligheid en Justitie (ontvangen 5 september 2014)
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Haatimam in de ban»?1
Vraag 2 en 3
In hoeverre klopt het dat u islamitische radicalisering, haatzaaien en oproepen tot
geweld ondermeer denkt tegen te gaan door haatimams een gesprekje aan te bieden met
de burgemeester?
Begrijpt u dat een haatimam zich niets zal aantrekken van een burgemeester die een
wereld vertegenwoordigt die de betreffende imam verafschuwt?
Antwoord 2 en 3
Aan predikers of imams uit visumplichtige landen en van wie bekend is dat zij oproepen
tot haat en geweld, wordt een visum geweigerd. De dreiging die van het jihadisme uitgaat
en het voorkomen van aanslagen vraagt om zowel een strafrechtelijke als bestuurlijke
aanpak. Daar waar strafrechtelijk (nog) niet van toepassing, kan bestuurlijk worden
opgetreden. Daarbij kunnen diverse mogelijkheden worden gebruikt om het dergelijke
predikers zo lastig mogelijk te maken, bijvoorbeeld door het stellen van eisen aan
de locatie, zoals op het gebied van brandveiligheid of zichtbare aanwezigheid bij
bijeenkomsten al dan niet van politiemensen. Uiteraard nemen lokaal bestuur en de
politie waar nodig maatregelen om de rust en orde te handhaven. Van dergelijke maatregelen
zullen een haatprediker en de organisatie of persoon op wiens uitnodiging de prediker
zijn lezingen verzorgt, zich terdege iets moeten aantrekken.
Vraag 4
Waarom zet u wederom in op gespreksprojecten, wetende dat het «Actieplan polarisatie
en radicalisering 2007–2011» reeds heeft gefaald?
Antwoord 4
In de periode 2007–2011 heeft het toenmalig kabinet een nationaal Actieprogramma Polarisatie
en Radicalisering uitgevoerd om beleid te stimuleren op het toen nog nieuwe beleidsterrein.
De resultaten hiervan zijn met de Tweede Kamer gedeeld (Beleidsdoorlichting Actieprogramma
Polarisatie en Radicalisering; bijlage bij de Voortgangsrapportage Contra-terrorisme
en – Extremisme 2013, Kamerstuk 29 754, nr. 241). De lessen van de aanpak zijn neergeslagen in praktische gidsen, die – samen met
alle uitgevoerde onderzoeken en ontwikkeld (trainings)materiaal – beschikbaar zijn
via de website van de NCTV. Sinds de afloop van het Actieprogramma is deze kennisbank
up to date gehouden. Daarnaast zijn de nationale netwerken actief gehouden, onder
meer via het Landelijk Platform van Lokale Professionals (LPLP). Daarnaast vonden
in de voornaamste risicogebieden diverse activiteiten plaats ter bevordering van deskundigheid
van professionals en ter ondersteuning van maatschappelijke initiatieven voor het
tegengaan van radicalisering. De kennis en materialen ontwikkeld in de vorige periode
worden hier uiteraard in meegenomen.
Vraag 5
Erkent u inmiddels dat er een verband bestaat tussen jihadisme en de islam?
Antwoord 5
Er is een verband tussen jihad en islam. in zoverre dat gewelddadige jihadisten zich
baseren op hun interpretatie van de islam. Gewelddadig jihadisme past niet in de Nederlandse
rechtsstaat. Uit de vele reacties vanuit de moslimgemeenschap is ook duidelijk te
zien dat de grote meerderheid van de moslims in Nederland dit deelt. Zie verder antwoord
op vraag 6 van de leden De Graaf en Wilders (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, nr.
3004).
Vraag 6
Lijkt het u niet beter om in te zetten op onherroepelijke sluiting van alle moskeeën
waar wordt opgeroepen tot geweld, het standaard uitzetten van imams die een jihadistische
boodschap verkondigen en teruggekeerde Syriëgangers (eventueel na denaturalisatie)
per definitie onze grens over te zetten? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 6
Haatprediking vindt met name plaats buiten de moskee en via internet. Eerder is in
de beantwoording geschetst welke maatregelen tegen haatpredikers worden en zullen
worden getroffen.
Het voorkomen en tegengaan van radicalisering is een verantwoordelijkheid van de gehele
Nederlandse samenleving. Het is aan alle burgers, bedrijven, scholen, maatschappelijke
organisaties etc. om pal te staan voor een manier van samenleven die gelijkheid, vrijheid
en andere democratische kernwaarden waarborgt en om tegenwicht te bieden aan uitingen
van extreme intolerantie en haat. Zij worden hierin ondersteund door de overheid.
In eerste instantie is dit de lokale overheid. Gemeenten en hun lokale partners hebben
immers het beste zicht op ontwikkelingen en zijn het beste geplaatst om maatwerk in
de interventies te leveren. Het Rijk heeft een faciliterende rol en daar waar nodig
een regierol bij deze lokale inzet.
Ook heeft het kabinet passende maatregelen geformuleerd tegen teruggekeerde Syriëgangers.
Het kabinet is ondermeer voornemens de rijkswet op het Nederlanderschap te wijzigen
om de mogelijkheden te verruimen voor het ontnemen van het Nederlanderschap bij terroristische
misdrijven. Uitzetten van mensen met de Nederlandse nationaliteit is hierbij alleen
mogelijk bij een dubbel paspoort.
Daders worden aangepakt en slachtoffers beschermd. Het is aan de rechter om per zaak
een passende straf voor de dader te bepalen.
Toelichting:
Deze vragen ter zake zijn aanvullend op eerdere vragen van de leden De Graaf en Wilders
(beiden PVV), ingezonden 25 augustus 2014 (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, nr.
3004)