Vragen van het lid De Wit (SP) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het
bericht dat e-Court voor rechtbank speelt (ingezonden 11 september 2013).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 23 oktober 2013).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 150.
Vraag 1
Bent u bereid, als vervolg op uw toezegging om e-Court te wijzen op de onduidelijke
juridische status van hun uitspraken, de uitkomst van dit gesprek aan de Kamer te
sturen?1
Antwoord 1
Op 7 augustus jongstleden heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, conform
zijn toezegging, een brief gestuurd naar e-Court. In deze brief wordt e-Court verzocht
in de communicatie, zowel via de website van e-Court alsmede met cliënten volstrekte
duidelijkheid te betrachten over wat buitengerechtelijke geschilbeslechting door e-Court
inhoudt. In ieder geval dient de juridische status – arbitrage of bindend advies –
van een procedure bij e-Court van begin af aan helder gecommuniceerd te worden. Tevens
dient de door e-Court gehanteerde terminologie, correct, transparant en eenduidig
te zijn.
Vraag 2
Acht u het principe dat instemming van partijen een voorwaarde is voor buitengerechtelijke
geschiloplossing voldoende gewaarborgd door e-Court? Zo ja, op welke wijze? Zo nee,
welke maatregelen gaat u hiertegen nemen?
Antwoord 2
Bij de beantwoording van uw eerdere vragen heb ik aangegeven dat de instemming van
partijen een voorwaarde is voor buitengerechtelijke geschiloplossing. Op grond van
het reglement van e-Court dient de eisende partij bewijs te leveren dat de andere
partij ook bij e-Court wil procederen en heeft de gedaagde na oproeping door een deurwaarder
voor een e-Court procedure nog een maand om te kiezen voor geschilbeslechting door
de overheidsrechter. Ik verwijs verder naar mijn antwoord op vraag 1.
Vraag 3
Is volgens u duidelijk genoeg voor gedaagde partijen dat zij bij een juridisch geschil
in principe niet te maken zullen krijgen met een overheidsrechter, maar met een alternatief?
Zo ja, op welke wijze? Zo nee, welke maatregelen gaat u hiertegen nemen?
Antwoord 3
Arbitrage en bindend advies kunnen op verschillende manieren worden overeengekomen.
In een arbitrageovereenkomst, maar ook via een beding in algemene voorwaarden behorend
bij deze overeenkomst. In dit laatste geval wordt de consument extra beschermd.
De wet bepaalt namelijk dat wanneer in een overeenkomst met een consument algemene
voorwaarden van toepassing worden verklaard die een beding inhouden over beslechting
van een geschil door een ander dan hetzij de rechter die volgens de wet bevoegd zou
zijn hetzij een of meer arbiters, de consument een termijn van tenminste een maand
wordt gegund, nadat de gebruiker zich jegens haar schriftelijk op het beding heeft
beroepen, om voor de beslechting door de volgens de wet bevoegde rechter te kiezen
(art. 6:236n Burgerlijk Wetboek). Wanneer hierin niet voorzien is, wordt het beding
als onredelijk bezwarend aangemerkt en is het vernietigbaar.
De hiervoor genoemde bepalingen in de wet zorgen ervoor dat consumenten niet «zomaar»
geconfronteerd kunnen worden met een arbitrage of een bindend adviesprocedure. Zij
hebben hierdoor de mogelijkheid om alsnog naar de overheidsrechter te gaan. E-Court
past blijkens het reglement deze bepaling reeds toe op de arbitrageprocedure.
Vraag 4
Wat is uw oordeel over de wijze waarop e-Court als enige de arbiters kan aanstellen?
Denkt u dat de gedaagde partij hier vooraf voldoende over is geïnformeerd om te kunnen
zeggen dat overeenstemming is bereikt? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, welke maatregelen
gaat u hiertegen nemen?
Antwoord 4
Ingevolge art. 1027 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden de
arbiter of arbiters benoemd op de wijze zoals partijen zijn overeengekomen. Partijen
kunnen de benoeming onder meer overeenkomen door het van toepassing verklaren van
een arbitragereglement. In dit arbitragereglement kan worden opgenomen dat de benoeming
wordt overgelaten aan een derde, zoals het arbitrage-instituut. De wijze van benoeming
bij arbitrages bij e-Court is geregeld in het reglement van e-Court. Een gedaagde
kan via dit reglement (waarnaar in een overeenkomst moet zijn verwezen) bekend zijn
met de wijze van benoeming door e-Court.
Zoals bij het antwoord op vraag 3 aangegeven heeft de gedaagde blijkens het reglement
van e-Court nog maand de tijd om alsnog voor de overheidsrechter te kiezen wanneer
deze geen arbitrage wil. Daarnaast zij erop gewezen dat de gedaagde een arbiter kan
wraken indien gerechtvaardigde twijfel bestaat aan diens onpartijdigheid of onafhankelijkheid
(art. 1033 e.v. Rv). Verder hecht ik eraan te vermelden dat het de overheidsrechter
is die een arbitraal vonnis of bindend advies toetst. De rechter dient verlof te verlenen
voor de tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis (art. 1062 en 1063 Rv). Bij de
overheidsrechter kan voorts op bepaalde gronden vernietiging worden gevraagd van het
arbitrale vonnis. Ook is in bepaalde gevallen herroeping van het arbitrale vonnis
mogelijk. Met betrekking tot bindend advies geldt eveneens dat dit op bepaalde gronden
vernietigbaar is door de overheidsrechter. In het geval van niet-naleving van het
bindend advies is voor tenuitvoerlegging een vonnis tot nakoming van de rechter nodig.
X Noot
1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2926