Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-20132926

Vragen van het lid De Wit (SP) aan de minister van Veiligheid en Justitie over het bericht dat e-Court voor rechtbank speelt (ingezonden 27 juni 2013).

Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 7 augustus 2013).

Vraag 1, 2 en 10

Wat is uw reactie op het bericht dat e-Court voor rechtbank speelt? In hoeverre acht u de handelwijze van e-Court wenselijk en conform de Nederlandse wet- en regelgeving?1

Erkent u dat buitengerechtelijke geschiloplossing alleen de voorkeur heeft als beide partijen hier vooraf uitdrukkelijk mee akkoord gaan? Wat is uw reactie op het feit dat zaken die voor 1 februari 2013 bij e-Court zijn ingediend onder het oude procesreglement vallen, waarin nog steeds de omstreden mogelijkheid staat om op grond van artikel 7:900 e.v. Burgerlijk Wetboek (BW) de uitspraak notarieel vast te leggen?2 Om hoeveel zaken gaat het van oktober 2011 tot 1 februari 2013?

Acht u het toelaatbaar dat e-Court deze discutabele praktijken voortzet en verwarring blijft zaaien bij rechtzoekenden? Erkent u dat u de taak heeft om signalen over misstanden in rechtspraak en arbitrage aan te kaarten bij de betreffende instituties? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid om op te treden tegen deze rechtspersoon?

Antwoord 1, 2 en 10

De instemming van partijen is een voorwaarde voor buitengerechtelijke geschiloplossing. E-Court is een particulier initiatief dat blijkens het reglement buitengerechtelijke geschilbeslechting aanbiedt op basis van arbitrage. Daarbij dient e-Court zich te houden aan de regels voor arbitrage in het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (art. 1020 – 1077 Rv). Geschillen kunnen bij overeenkomst aan arbitrage worden onderworpen. In een overeenkomst kan verwezen worden naar een arbitragereglement, dat dan deel uitmaakt van die overeenkomst. Daarnaast kan in algemene voorwaarden een arbitraal beding worden aangegaan. Of arbitrage is overeengekomen wordt bepaald aan de hand van de geldende regels en jurisprudentie voor de totstandkoming en uitleg van een overeenkomst.

Ik vind het belangrijk dat er volstrekte duidelijkheid is over de juridische status van de procedures van e-Court. Hierover hebben medewerkers van mijn departement bij diverse gelegenheden met vertegenwoordigers van e-Court gesproken. Uw Kamer is hierover ook geïnformeerd.3 Ik zal e-Court nogmaals wijzen op de gemaakte afspraken rondom de gebruikte terminologie en het aanpassen van het procesreglement.

Ten aanzien van procedures van e-Court op basis van bindend advies (artikel 7:900 e.v. BW) is mij niet bekend hoeveel zaken op deze manier door e-Court zijn behandeld.

Vraag 3

Wat vindt u ervan dat zaken die voor 1 februari 2013 zijn ingediend bij e-Court op grond van artikel 12 van eerder genoemd procesreglement exclusief worden beslecht door e-Court en dus de gang naar de overheidsrechter hierdoor is afgesloten?4

Antwoord 3

Voor zover mij bekend heeft artikel 12 van het tot 1 februari 2013 geldende procesreglement van e-Court betrekking op geschillen tussen e-Court en een partij, die voortvloeien uit of samenhangen met het procesreglement. Het gaat daarbij niet om het uitsluiten van de overheidsrechter met betrekking tot toetsing van de beslissing in het geschil tussen partijen. Overigens heeft e-Court op 1 juli jongstleden op de website vermeld dat dit bewuste artikel 12 lid 2 is komen te vervallen.

Vraag 4 en 5

Kunt u aangeven of e-Court altijd vooraf partijen uitdrukkelijk vraagt of deze akkoord zijn met geschillenbeslechting door e-Court? Op welke wijze gebeurt dit precies?

Wat is uw reactie op de wijze waarop e-Court in het nieuwe procesreglement stelt dat sprake is van rechtsverwerking als iemand binnen een maand niet aangeeft naar de overheidsrechter te willen?5 Deelt u de mening dat dit de omgekeerde wereld is en een gang naar de overheidsrechter altijd mogelijk moet zijn, behalve als beide partijen uitdrukkelijk aangeven dat e-Court zich over de zaak mag buigen?

Antwoord 4 en 5

Blijkens het arbitragereglement van e-Court moet de eisende partij bewijs leveren dat de andere partij ook wil procederen bij e-Court. Wanneer de keuze voor e-Court is gemaakt voordat het conflict is ontstaan – bijvoorbeeld middels een beding in algemene voorwaarden – heeft de gedaagde na de oproeping door de deurwaarder voor de e-Courtprocedure nog een maand om te kiezen voor geschilbeslechting door de overheidsrechter (artikel6. De termijn van een maand komt overeen met artikel 6:236n BW. Na deze maand is de mogelijkheid om te kiezen voor de overheidsrechter in beginsel vervallen. Wel kan de uitkomst van de arbitrale procedure op bepaalde gronden nog aan de overheidsrechter worden voorgelegd. Zie hierover verder het antwoord op vraag 6.

Vraag 6

Erkent u dat bij uitspraken van buitengerechtelijke geschillenbeslechters bovendien altijd uitdrukkelijk moet worden gewezen op het recht om deze uitspraak te laten toetsen door de overheidsrechter?

Antwoord 6

Ook bij buitengerechtelijke geschiloplossing blijft de gang naar de overheidsrechter open. Zo geldt dat bij bindend advies de rechter kan worden gevraagd of de gebondenheid aan het bindend advies naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Wanneer hiervan sprake is, is de beslissing vernietigbaar (7: 904 BW). In het geval van arbitrage dient voor tenuitvoerlegging rechterlijk verlof te worden gevraagd (art. 1062 Rv). In zijn algemeenheid geldt dat wanneer een arbitrale procedure is doorlopen en een partij het niet eens is met de gang van zaken of de gegeven arbitrale beslissing, de zaak op in de wet aangegeven gronden aan de overheidsrechter kan worden voorgelegd. Deze middelen en de mogelijkheden van toepassing staan in de wet beschreven (art. 1064- 1068 Rv). Het is niet nodig om in uitspraken hier steeds uitdrukkelijk op te wijzen.

Vraag 7

Wat is uw reactie op het voorbeeld dat in het bericht wordt genoemd van een gedaagde die aangeeft e-Court niet te erkennen, wat geen aanleiding geeft voor e-Court om de procedure te staken?7

Antwoord 7

Op grond van het bericht is niet duidelijk of, en zo ja wanneer en op welke wijze, in casu een geldige geschilbeslechting door e-Court tussen partijen is overeengekomen en wanneer en op welke wijze de betreffende gedaagde gemeld heeft e-Court niet te erkennen. Ik kan daar dus geen oordeel over geven.

Vraag 8

Wat is uw reactie op artikel 3 van het nieuwe procesreglement van e-Court, waarin staat dat geen van de procespartijen invloed heeft op de benoeming van de arbiters?8 Deelt u de mening dat de benoeming van arbiters moet verlopen conform de door zogenaamde lijstprocedure, zoals gebruikelijk is in de arbitragepraktijk?9

Antwoord 8

De wet bepaalt in artikel 1027 Rv dat de arbiter of arbiters worden benoemd op de wijze zoals door partijen overeengekomen. De benoeming kan op verschillende manieren plaats vinden. Partijen kunnen daar zelf een stem in hebben, zoals bij een lijstprocedure. Partijen kunnen de benoeming van de arbiter of arbiters ook aan een derde opdragen. De wijze van benoeming kan zijn opgenomen in een overeenkomst tot arbitrage of in een nadere overeenkomst, eventueel door middel van toepasselijkverklaring van een arbitragereglement waarin de wijze van benoeming is geregeld. Als geen wijze van benoeming is overeengekomen, worden de arbiter of arbiters door de partijen gezamenlijk benoemd.

Vraag 9

Acht u het nog steeds onwenselijk als een overheidsrechter zich als arbiter in laat huren indien een pseudorechtbank als e-Court niet volledig aan de wet voldoet of hier discussie over bestaat?10 Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen?

Antwoord 10

Tegen de medewerking van rechters aan arbitrage bestaat als zodanig geen bezwaar. Om te bepalen of het wenselijk is dat een rechter een nevenfunctie heeft bij een bepaalde private geschilbeslechtingsinstantie beschikt de Rechtspraak over een «leidraad Nevenfuncties» en ook heeft de Raad voor de rechtspraak hierin een algemene adviserende taak. Als in een concreet geval een bezwaar bestaat tegen een nevenfunctie dan neemt het gerechtsbestuur dit met de betreffende rechter op.


X Noot
1

Volkskrant, «e-Court speelt voor rechtbank», 26 juni 2013

X Noot
3

Kamerstukken II, vergaderjaar 2009–2010, 29 279, nr. 107 en Kamerstukken II, vergaderjaar 2010–2011, 29 279, nr. 122.

X Noot
7

Volkskrant, «e-Court speelt voor rechtbank», 26 juni 2013

X Noot
10

Kamerstuk, 32 320, nr. 4