Vragen van het lid Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Ministers van Veiligheid
en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over Nederlandse zelfmoordjihadisten
in martelarenvideo's (ingezonden 25 april 2014).
Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens
de Minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 3 juni 2014). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2030
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Jihadist geëerd in opblaaspromo»?1
Vraag 2
In hoeverre klopt het dat de twee Nederlandse zelfmoordterroristen die zichzelf opbliezen,
worden vereerd in «martelarenvideo's»?
Antwoord 2
In het bericht waar aan gerefereerd wordt, wordt de verwachting uitgesproken dat er
mogelijk video’s van zelfmoordterroristen gepubliceerd zullen worden. Dit is inderdaad
niet ondenkbaar, gezien het feit dat in andere landen dergelijke video’s van zelfmoordterroristen
al gepubliceerd zijn.
Vraag 3
Is de verspreiding van de genoemde martelarenvideo's, waarin de uiteindelijke explosie,
de fabricatie van explosieven en langdurige toespraken van de zelfmoordenaars zijn
te zien, reeds strafbaar? Zo nee, op welke wijze wordt getracht de verspreiding van
de video's te voorkomen?
Antwoord 3
In zijn algemeenheid geldt dat het voor de maker van een video niet strafbaar is om
een video te maken of te vertonen waarop strafbare handelingen te zien zijn. Dat ligt
anders als de video’s kunnen worden aangemerkt als het aanzetten tot het plegen van
strafbare handelingen of als het werven voor een gewapende strijd. Ook kunnen de getoonde
handelingen zelf strafbare feiten zijn, waarvoor een verdachte vervolgd zou kunnen
worden. Als dat aan de orde blijkt dan zullen politie en Openbaar Ministerie beoordelen
of er aanleiding is om een opsporingsonderzoek in te stellen en of er voldoende grond
is om tot vervolging over te gaan. Voor het overige is van belang dat de NCTV Internet
Service Providers attendeert op jihadistisch georiënteerde websites die op hun systemen
draaien of waar zij diensten aan verlenen. Het verzoek aan deze providers of registrars
is dan om zelf de inhoud van de website of samenwerking te toetsten aan de eigen gebruikersvoorwaarden.
Hiermee doet de NCTV een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de providers
om de verspreiding van ongewenste of schadelijke content op het internet tegen te
gaan.
Vraag 4
Begrijpt u inmiddels dat het bezuinigen op de veiligheidsdiensten in deze tijd van
islamitisch terrorisme meer dan onverstandig is? Zo nee, wat moet er gebeuren voordat
er in de veiligheidsdiensten wordt geïnvesteerd in plaats van bezuinigd?
Antwoord 4
Het onderzoek naar jihadgangers is een geprioriteerd onderzoek binnen de AIVD. Door
middel van interne herprioritering is capaciteit vrijgemaakt voor dit onderzoek. Dit
betekent dat er voor andere onderzoeken minder capaciteit beschikbaar is. Uw Kamer
is hier onder andere per brief van 4 maartjl. over geïnformeerd (Kamerstuk 30 977, nr. 83). Over de invulling van de taakstelling is uw Kamer per brief van 22 november 2013
geïnformeerd (Kamerstuk 33 750 VII, nr. 15) en zal ik uw Kamer voor de zomer nader over informeren.
Vraag 5
Deelt u inmiddels de visie dat administratieve detentie een waardevol middel kan zijn
in de bestrijding van het islamitisch terrorisme? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zoals de Minister van Veiligheid en Justitie eerder aan uw Kamer heeft gemeld, acht
het Kabinet het creëren van aanvullende administratieve detentiemogelijkheden ten
behoeve van terrorismebestrijding, niet noodzakelijk. Wanneer van een persoon een
dreiging uitgaat – bijvoorbeeld omdat de persoon van plan is uit te reizen naar of
is teruggekeerd van een jihadistisch strijdgebied – dan beschikt het Openbaar Ministerie
over voldoende wettelijke instrumenten om, in samenwerking met de politie, strafrechtelijk
op te treden. Zo is bij verdenking van een terroristische misdrijf bewaring mogelijk,
ook buiten het geval van ernstige bezwaren tegen de verdachte. Daarnaast kunnen diverse
bestuurlijke instrumenten worden getroffen, zoals het stopzetten van toeslagen en
uitkeringen, het nemen van paspoortmaatregelen en het kunnen bevriezen van financiële
tegoeden.
Vraag 6
In hoeverre bent u bereid teruggekeerde jihadisten met een dubbele nationaliteit vast
te zetten, te denaturaliseren en vervolgens uit te zetten?
Antwoord 6
Deelname aan de jihadistische strijd of training in het buitenland is strafbaar op
grond van artikel 134a Wetboek van Strafrecht (terroristisch misdrijf). Het Openbaar
Ministerie bekijkt per geval wat de mogelijkheden tot vervolging zijn. Het besluit
om over te gaan tot vervolging ligt daar. Op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap
(RWN) kan het Nederlanderschap worden ingetrokken als sprake is van een onherroepelijke
veroordeling wegens een terroristisch misdrijf. Voorwaarde is dat de betrokken persoon
naast de Nederlandse nationaliteit, ook een andere nationaliteit bezit. Intrekking
van het Nederlanderschap is namelijk niet mogelijk als staatloosheid daarvan het gevolg
is (het Europees Verdrag inzake Nationaliteit, waarbij Nederland partij is, staat
dit niet toe).
Voorwaarde is ook dat het misdrijf na 1 oktober 2010 is gepleegd. Na het intrekken
van het Nederlanderschap wordt betrokkene tot ongewenst vreemdeling verklaard en wordt
hij uitgezet.