Vragen van het lid Rebel (PvdA) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
over het bericht dat Utrechtse raamexploitanten niet ingrepen ondanks berichten over
mensenhandel (ingezonden 14 februari 2014).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 31 maart 2014).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 1412.
Vraag 1
Kent u het bericht «Utrechtse raamexploitanten grepen niet in ondanks mensenhandel»?1
Vraag 2
Hoe groot was de omvang en wat was de aard van de misstanden die hebben geleid tot
de sluiting van het Zandpad? Hoeveel slachtoffers van mensenhandel vermoedde de gemeente
Utrecht aan het Zandpad en in de Hardebollenstraat? Heeft sluiting van de ramen in
Utrecht volgens u bijgedragen aan het tegengaan van mensenhandel? Zo ja, waar blijkt
dit uit en welke maatregelen zijn getroffen om de prostituees te ondersteunen en begeleiden?
Zo nee, waar blijkt dit uit?
Antwoord 2
Bij de beantwoording van vragen van het lid Kooiman2 ben ik ingegaan op de redenen voor intrekking van de vergunningen. De gemeente Utrecht
heeft daartoe gebruik gemaakt van een bestuurlijke rapportage van de politie, mede
gebaseerd op informatie uit strafrechtelijke onderzoeken. Aanwijzingen van mensenhandel
in combinatie met constateringen van slecht toezicht en verstoring van de openbare
orde, hebben geleid tot het besluit om de vergunningen in te trekken.
Het precieze aantal van mogelijke slachtoffers is niet bekend. De gemeente Utrecht
is ervan overtuigd dat de sluiting heeft bijgedragen aan het tegengaan van mensenhandel.
De gemeente Utrecht heeft de prostituees van tevoren voorgelicht over de intrekking
van de vergunningen en de mogelijke gevolgen daarvan. Daarnaast heeft de hulpverlening
de prostituees overdag en in de avonduren bezocht op hun werkplek om hen het hulpaanbod
aan te reiken. Ditzelfde geldt voor de politie; ook zij hebben in deze periode extra
vaak contact gelegd met alle prostituees die werkten aan het Zandpad en de Hardebollenstraat.
Vraag 3
Hoeveel van de Utrechtse prostituees werken na het intrekken van hun Utrechtse vergunning
in andere Nederlandse gemeenten? Welke gemeenten zijn dit? Hoe voorkomt u dat de mensenhandel
zich simpelweg verplaatst?
Antwoord 3
Van de exploitanten is de vergunning ingetrokken. Dit geldt niet voor de prostituees.
Zij hoeven zelf niet over een vergunning te beschikken om aan het werk te kunnen.
De gemeente Utrecht laat weten signalen te hebben ontvangen dat enkele prostituees
die voorheen in Utrecht werkten, thans in andere gemeenten met een raamprostitutiesector
zijn gaan werken. Cijfers hierover zijn niet bekend omdat prostituees niet verplicht
zijn dit te melden. Een prostituee is vrij om te kiezen in welke gemeente ze haar
beroep wil uitoefenen.
Om mogelijke verplaatsingseffecten van mensenhandel tegen te gaan, wordt landelijk
ingezet op een integrale aanpak van mensenhandel, onder andere onder de vlag van de
taskforce mensenhandel. De strijd tegen mensenhandel heeft zoals u weet de hoogste
prioriteit. Voor de aanpak van misstanden in de prostitutiebranche, zoals mensenhandel,
benadruk ik tevens het belang van zoveel mogelijk uniform prostitutiebeleid. Het wetsvoorstel
Regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp) heeft dit tot doel.
Vraag 4 en 5
Heeft naast de gemeente Utrecht ook Justitie een rol gespeeld in de opsporing van
mensenhandel op het Zandpad en de Hardebollenstraat in Utrecht? Zo ja, op welke wijze,
en op welk moment? Zo nee, waarom niet? Waren de aanwijzingen voldoende voor het in
beeld krijgen en het vervolgen van verdachten? Zo ja, op welk moment heeft dit tot
actie geleid? Zo nee, waarom niet?
Is bij de in voornoemd bericht beschreven zaak door de gemeente Utrecht contact gezocht
met Justitie en hulpverlening om de aangiftebereidheid van slachtoffers te vergroten?
Zo ja, op welk moment, en waartoe heeft dit contact geleid? Zo nee, waarom niet? Wat
zijn de straf- en civielrechtelijke mogelijkheden voor belanghebbenden om aangifte
te doen tegen exploitant Wegra?
Antwoord 4 en 5
Rondom de besluitvorming tot intrekking van de vergunningen heeft de gemeente Utrecht
nauw samengewerkt met politie, OM en hulpverlening. Er hebben diverse opsporingsonderzoeken
plaatsgevonden naar verdachten die in verband konden worden gebracht met misstanden
in de prostitutie in Utrecht. In het verlengde daarvan zijn verschillende verdachten
vervolgd en veroordeeld.
In een integrale aanpak van mensenhandel wordt niet alleen ingezet op het vergroten
van de aangiftebereidheid door slachtoffers, maar met name ook op het verkrijgen van
meer signalen van anderen dan de slachtoffers zelf van mogelijk slachtofferschap van
mensenhandel. Tijdens het voorlichten van de prostituees in Utrecht over het intrekken
van de vergunning en de mogelijke gevolgen daarvan is aandacht besteed aan het vergroten
van de aangiftebereidheid. De inzet van politie, gemeente en hulpverlening heeft (op
dat moment) echter niet geleid tot extra aangiften.
Een ieder kan aangifte doen van strafbare feiten bij de politie. Slachtoffers van
strafbare feiten kunnen zich bij een eventuele strafvervolging voegen in het strafproces
als benadeelde partij. Verder is het voor de belanghebbenden mogelijk om een civiele
procedure te starten tegen exploitant Wegra bij de rechtbank.
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2923