Vragen van het lid Kooiman (SP) aan de minister van Veiligheid en Justitie over het
bericht dat de prostitutie in Utrecht aan banden is gelegd (ingezonden d.d. 1 juli
2013).
Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 7 augustus
2013).
Vraag 1
Wat is er precies aan de hand op het Zandpad in Utrecht? Welke gevolgen heeft het
besluit om de vergunning(en) voor raamprostitutie in te trekken? Hoeveel sekswerkplekken
betreft het precies en hoeveel blijven er nog over?1
Antwoord 1
Op 11 juli jongstleden heeft het Utrechtse College van Burgemeester en Wethouders
aan de laatst overgebleven exploitant van prostitutieramen bekendgemaakt dat zijn
lopende vergunningen worden ingetrokken en aanvragen voor nieuwe vergunningen worden
geweigerd. Dit betreft in totaal 115 werkruimten. De sluiting is ingegaan per 25 juli.
Zodra zich een nieuwe exploitant meldt die aan de regels voldoet en een vergunning
krijgt, kunnen er weer werkruimten worden geopend. Inmiddels is de gemeente in gesprek
met twee mogelijk nieuwe exploitanten.
Vraag 2
Kunt u toelichten waarom hiervoor wordt gekozen? Indien er sprake was van misstanden
op de locaties die nu worden gesloten, waren er dan geen andere oplossingen denkbaar,
zoals het gericht aanpakken van de betreffende misstanden?
Antwoord 2
Reden voor de intrekking van de vergunning is dat de gemeente signalen heeft ontvangen
van betrokkenheid bij mensenhandel, slecht toezicht, verstoring van de openbare orde
en slecht levensgedrag van de exploitant. Het betreft een lokale aangelegenheid. Ik
vertrouw erop dat het gemeentebestuur een goede afweging heeft gemaakt tussen de verschillende
handelingsopties voordat het tot dit besluit is gekomen.
Vraag 3 en 4
Erkent u dat het sluiten van plekken, zeker in deze omvang, risico’s met zich meebrengt,
zoals het verplaatsen van de vrouwen en het verstoren van hun contact met politie
en hulpverleners?
Hoe wordt voorkomen dat de vrouwen die op deze locaties werkten nu uit het zicht raken?
Hoe lang hebben zij de tijd om een andere werkplek te vinden? Wat gaat de gemeente,
de politie en/of uw ministerie doen om eventuele hulpverlening, ondersteuning en/of
begeleiding te waarborgen?
Antwoord 3 en 4
Het intrekken van een vergunning voor raamprostitutie heeft uiteraard gevolgen voor
de prostituees die werkzaam zijn op de betreffende locaties. Ik heb begrepen dat de
gemeente Utrecht uitgebreide maatregelen heeft getroffen om de prostituees te informeren
over de voorgenomen sluiting, de mogelijkheden tot hulpverlening en de mogelijkheden
om uit het beroep te stappen. Ook nu de sluiting een feit is blijft de hulpverlening
beschikbaar en actief.
Vraag 5
Bent u bekend met het feit dat in de steden met raamprostitutie voor sommige locaties
soms exorbitante bedragen als huurprijs worden gevraagd? Deelt u de mening dat hierdoor
ook sprake kan zijn van misbruik en/of uitbuiting vanwege de kwetsbare positie van
de werkers? In hoeverre is een gemeente en/of uw ministerie in staat om hier iets
aan te doen en de werkers in een kwetsbare positie te beschermen? Welke mogelijkheden
zijn hiervoor?
Antwoord 5
De exacte huurprijzen van ramen op verschillende locaties zijn mij niet bekend. De
exploitant en de op diens locatie werkende prostituees komen zelf een huurprijs overeen.
Het is denkbaar dat vanwege ligging en overige factoren bepaalde locaties gewilder
zijn dan andere, hetgeen een hogere huurprijs tot gevolg kan hebben. Een hoge huurprijs
hoeft op zichzelf dan ook geen aanwijzing voor misstanden te zijn. Als er aanwijzingen
zijn van misbruik, uitbuiting of mensenhandel pakken politie, gemeenten en andere
ketenpartners dit aan.
Vraag 6
Klopt het dat een politieagent niet zomaar een vrouw achter het raam mag aanspreken
en/of controleren wanneer dit niet is vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening?
Waarom is dit zo geregeld? Waarom is er niet voor gekozen om dit landelijk te regelen
en er voor te zorgen dat iedere zedenrechercheur deze bevoegdheid heeft?
Antwoord 6
Zedenrechercheurs ontlenen evenals andere politieagenten hun bevoegdheden aan de Politiewet
en het Wetboek van Strafvordering. Dat betekent onder andere dat zij niet zonder aanleiding
een bedrijfsruimte kunnen binnentreden of iemand kunnen vragen zich te legitimeren.
Deze beperkingen dienen ter bescherming van de rechten en vrijheden van burgers.
Bepaalde toezichthouders kunnen wel zonder aanleiding een bedrijfsruimte binnentreden,
als dit nodig is ter uitvoering van de aan hen opgedragen controlerende taken. Een
gemeente kan ervoor kiezen om politieagenten die lokaal werkzaam zijn aan te wijzen
als toezichthouders op de naleving van de APV, waarmee ook zij de bijbehorende bevoegdheden
krijgen. Zowel de inhoud van de APV als de wijze waarop toezicht wordt gehouden op
de naleving daarvan behoort tot de lokale autonomie van gemeenten en kan dus niet
landelijk bepaald worden.