Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-20141444

Vragen van de leden Van Ojik, Klaver (beiden GroenLinks) en Omtzigt (CDA) aan de Minister en de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken over Oekraïense vermogens die in Nederland gestald worden en de rol die de Nederlandse ambassade hierin speelt (ingezonden 12 maart 2014)

Antwoord van Minister Dijsselbloem (Financiën), mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 18 maart 2014)

Vraag 1

In de beantwoording van eerdere vragen1 geeft u aan dat het seminar dat in november 2013 heeft plaatsgevonden op de Nederlandse ambassade in Kiev een publieke bijeenkomst was die openlijk in de media is geadverteerd en waarvoor elk geïnteresseerd bedrijf zich kon aanmelden; sluit u uit dat de Nederlandse ambassade zelf gericht bedrijven- of individuele personen benaderd heeft en op de hoogte heeft gesteld van de bijeenkomst? Zo nee, welke bedrijven of personen zijn actief benaderd door de Nederlandse ambassade?

Antwoord 1

De organisatoren van het seminar (Nova, DLA Piper en Amsterdam Trade Bank) hebben de bijeenkomst geadverteerd op hun websites en in het Oekraïense zakenblad Kommersant. De Nederlandse ambassade heeft de uitnodiging van het seminar op 27 november 2013 op de website van de ambassade geplaatst. De ambassade heeft niet zelf actief bedrijven of individuele personen benaderd voor het seminar. Na afloop van het seminar is een foto van het event op de facebookpagina van de ambassade geplaatst.

Vraag 2

In de beantwoording van de in vraag 1 bedoelde eerder gestelde vragen geeft u aan dat aan dat op bovengenoemd seminar 60–70 vertegenwoordigers van Oekraïense, Nederlandse en internationale bedrijven deelnamen; bent u bereid deze deelnemerslijst mee te sturen bij de beantwoording van deze vragen?

Antwoord 2

Alle geïnteresseerden konden zich vrij aanmelden voor het seminar. De organisatoren hebben een registratielijst bijgehouden van de aanmeldingen. In totaal waren ong. 100 geïnteresseerden geregistreerd, maar de daadwerkelijke presentie (naar schatting 60–70 deelnemers) is niet geregistreerd. De organisatoren van het seminar maken vanwege privacy redenen bezwaar tegen het delen van de registratielijst.

Vraag 3

Sluit u uit dat dat deze 60–70 personen op geen enkele wijze gelieerd zijn, dan wel waren aan de 18 personen die op de EU-sanctielijst staan?

Antwoord 3

Zoals uw Kamer gemeld per brief van 7 maart is geen van de 18 personen van de lijst aanwezig geweest op dit seminar. Er bestaat geen volledig inzicht in alle relaties van de genoemde 60–70 personen die aanwezig waren zodat een dergelijke stellige garantie niet gegeven kan worden.

Vraag 4

In de beantwoording van de in vraag 1 bedoelde eerder gestelde vragen worden de gestelde vragen 1 t/m 6 in gezamenlijkheid beantwoord, waardoor niet alle vragen zijn beantwoord; kunt u daarom in ieder geval separaat antwoord geven op onderstaande vragen 5, 6, 7, 8 en 9?

Antwoord 4

Ja.

Vraag 5

Kunt u precies uiteenzetten hoe vaak, wanneer en in welke landen sinds het aantreden van het kabinet Rutte I trustkantoren presentaties hebben gegeven op of met medewerking van de Nederlandse ambassade, het Nederlandse Ministerie van Financiën of de Nederlandse Belastingdienst?

Antwoord 5

Het faciliteren en organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten over handelen met of investeren in Nederland is onderdeel van het standaard takenpakket van Nederlandse ambassades, consulaten, NBSO’s en NFIA’s. Er is geen centrale registratie van deze bijeenkomsten.

Vraag 6

Kunt u bij elk van die gelegenheden aangeven welke trustkantoren het betreft?

Antwoord 6

Er vindt geen centrale registratie plaats van dergelijke gelegenheden en de deelnemers daaraan.

Vraag 7

Heeft de Nederlandse ambassade in Kiev vooraf inzage gehad in de presentaties van trustkantoor Nova en advocatenkantoor DLA Piper die zij in november 2013 hebben gegeven op de Nederlandse ambassade in Kiev?

Antwoord 7

De Nederlandse ambassade heeft in voorbespreking met de hoofdorganisator Nova het doel van het seminar besproken. Het doel van het seminar was het informeren van Oekraïense en internationale bedrijven over investeringsmogelijkheden in Nederland conform internationale afspraken en nationale wet- en regelgeving inclusief de wettelijke substantie eisen. Dit wettelijke kader inclusief de controle van de Nederlandse Bank is meerdere malen tijdens het seminar expliciet benadrukt door de sprekers en de ambassade. De ambassade heeft niet voorafgaand de presentaties inhoudelijk beoordeeld, wel is de presentatie van Nova voorafgaand gemaild om technische redenen.

Vraag 8

Bent u bereid de presentaties die trustkantoor Nova en advocatenkantoor DLA Piper gegeven hebben op de bijeenkomst in november 2013 op de Nederlandse ambassade in Kiev met de Kamer te delen bij de beantwoording van deze vragen?

Antwoord 8

De betreffende presentaties zijn eigendom van Nova en DLA Piper. Mede vanuit commercieel oogpunt willen zij deze niet publiek maken. Wel zijn beide bedrijven bereid om Kamerleden desgevraagd individueel op te hoogte te stellen van de inhoud van genoemde presentaties.

Vraag 9

Hoeveel bijeenkomsten, en in welke landen, staan er dit jaar nog op Nederlandse ambassades gepland waar (onder andere) trustkantoren komen spreken over het fiscale klimaat in Nederland?

Antwoord 9

Dergelijke bijeenkomsten worden niet centraal geregistreerd; noch ziet het kabinet noodzaak daartoe.

Vraag 10

In de beantwoording van de in vraag 1 bedoelde eerder gestelde vragen geeft u aan dat FIU-Nederland van trustkantoren in de periode 2010–2013 twee meldingen van ongebruikelijke transacties ontvangen hebben die aan Oekraïne te relateren zijn; hoe verhoudt dit aantal zich tot het feit dat van de EU-sanctielijst van 18 personen, drie personen (een deel van) hun vermogen in Nederland gestald hebben?

Antwoord 10

De eerder gestelde Kamervragen hadden betrekking op het aantal meldingen op grond van de witwasregelgeving in de periode 2010–2013 met betrekking tot gelden uit Oekraïne. Op grond van de nationale anti-witwaswetgeving (Wet ter voorkoming van witwassen en terrorisme financiering (Wwft)) dienen transacties die mogelijk op witwassen duiden, en om die reden als ongebruikelijk kwalificeren, aan de Financial Intelligence Unit (FIU) te worden gezonden. Deze wettelijke verplichting dient een preventief doel, voorkomen van witwassen, en een repressief doel, relevante informatie ter beschikking stellen aan de opsporingsdiensten. Het melden van ongebruikelijke transacties gebeurt op grond van objectieve indicatoren en/of subjectieve indicatoren, dat wil zeggen dat er aanleiding is te veronderstellen dat een transactie verband kan houden met witwassen. Dit is expliciet geen redelijk vermoeden van schuld in de zin van het wetboek van strafvordering. Deze meldingen van ongebruikelijke transacties worden vervolgens door FIU beoordeeld en op basis van de bij FIU beschikbare informatie kan FIU besluiten de ongebruikelijke transacties als verdacht door te melden aan de opsporing. Vermogen afkomstig uit de Oekraïne kan in Nederland terecht zijn gekomen op een wijze die een instelling geen aanleiding geeft te veronderstellen dat een transactie verband kan houden met witwassen. In een dergelijk geval is er op dat moment geen aanleiding voor een meldplichtige instelling om hier melding van te doen bij FIU.

Op grond van EU Verordening 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne, zijn op 6 maart financiële sanctiemaatregelen van kracht geworden. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de in de bijlage bij de verordening genoemde 18 personen zijn per direct in de hele EU bevroren. Iedere bevriezing dient gemeld te worden bij de toezichthouder, de Nederlandsche Bank (DNB).

Vraag 11

Uiteindelijk is van deze twee ongebruikelijke transacties, één transactie verdacht verklaard; welke vervolgstappen zijn toen genomen? Is overgegaan tot vervolging?

Antwoord 11

Over strafzaken en informatie die aanleiding kan zijn tot strafrechtelijk onderzoek doe ik zoals gebruikelijk geen uitspraken, om schade aan eventueel strafrechtelijk onderzoek te voorkomen.

Vraag 12

Het bedrag van deze verdachte transactie was 4 miljoen euro; hoe verhoudt dit bedrag zich tot de enkele honderden miljoenen euro's aan Oekraïens vermogen waar Nederland beslag op heeft gelegd de afgelopen weken?

Antwoord 12

Zoals in de beantwoording op vraag 10 reeds is aangegeven bestaat er verschil tussen meldingen in het kader van de witwaswetgeving bij FIU en meldingen in het kader van de Sanctiewetgeving bij DNB. De verdachte transactie van 4 miljoen euro is gebaseerd op een melding in het kader van de witwaswetgeving. Tot op heden zijn er geen bedragen in beslag genomen. Wel zijn er bezittingen ten gevolge van de sanctiemaatregelen bevroren.

Vraag 12

In beantwoording van de in vraag 1 bedoelde eerder gestelde vragen geeft u aan dat DNB vorig jaar nog maatregelen genomen heeft ten aanzien van enkele trustkantoren die deze verplichtingen onvoldoende bleken na te leven; welke maatregelen waren dat? Om hoeveel trustkantoren ging het precies?

Antwoord 12

In 2013 heeft DNB drie maatregelen genomen jegens drie trustkantoren. Van één trustkantoor heeft DNB de vergunning ingetrokken. In de twee andere gevallen gaat het om een aanwijzing in de zin van artikel 11 van de Wet toezicht trustkantoren, gericht op het monitoren van transacties en zakelijke relaties voorkoming van witwassen.

Vraag 13

Bent u bereid deze vragen één voor één, heel feitelijk, te beantwoorden voorafgaand aan het algemeen overleg Raad Algemene Zaken van 13 maart 2014?

Antwoord 13

De vragen zijn, zoals verzocht, één voor één en feitelijk beantwoord. Helaas bleek de beantwoordingstermijn te kort om de vragen voorafgaand aan het algemeen overleg Raad Algemene Zaken van 13 maart 2014 te kunnen beantwoorden.


X Noot
1

Antwoord van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Financiën, op vragen 2014Z04267, 10 maart 2014