Vragen van de leden Schouw (D66), Omtzigt (CDA), Van Vliet (PVV), Gesthuizen (SP), Van Ojik (GroenLinks), Krol (50PLUS), Thieme (PvdD) en Van der Staaij (SGP) aan de staatssecretaris van Financiën over de zaak Van Rey – Weekers (ingezonden 19 december 2012).

Met betrekking tot de reclamezuil

Vraag 1

Waarom liet u via een VVD-voorlichter doorgeven niet te weten wie een portret op de 35 meter hoge paal had geplaatst, terwijl u dat twee maanden later wèl wist en u zich zelfs herinnerde dat de heer Van Rey u benaderd had?

Vraag 2

Is in het contact tussen u en de heer Van Rey ter sprake gekomen dat de van omkoping verdachte projectontwikkelaar de heer Van Pol betrokken was bij deze reclamezuil? Is inmiddels duidelijk wat de precieze relatie tussen het eigendom van de zuil en de heer Van Pol is? En hoe hoog de korting was die de heer Van Rey kreeg? Voor wiens rekening was deze korting? Is daarvoor een wederdienst geleverd?

Vraag 3

Hoe verklaart u de verschillende typeringen ten aanzien van aard van de schenking van een reclamezuil, namelijk «een billboard in het kader van mijn persoonlijke campagne»1, «een bijdrage aan de regionale campagne van de VVD»2, «een vriendendienst voor een oud medewerker»3 en «een bord dat is geplaatst via de lokale afdeling van de VVD in Weert»?4

Vraag 4

Waarom weersprak u niet dat het om «een persoonlijk bedoelde donatie» ging, toen een journalist van NRC Handelsblad u daarop aansprak begin september 2012?

Vraag 5

De heer Van Rey spreekt over «een vriendenprijs van enkele duizenden euro’s», wat was het precieze bedrag? Kunt u bevorderen dat de VVD Limburg de rekeningen openbaar maakt?

Vraag 6

Heeft u zich ervan vergewist dat de donatie inderdaad alleen door de heer Van Rey is gedaan en,  zoals afgesproken, via de regionale campagnekas is afgehandeld? Kunt u de rekeningen hiervan openbaar maken?

Vraag 7

Op welke datum heeft wie aan wie een rekening gestuurd voor de reclamezuil, wanneer heeft wie de rekening betaald en om hoeveel geld ging het precies?

Vraag 8

Waarom ging u direct – zoals u eerst verklaarde – of indirect  – zoals u later verklaarde – in zee met de heer Van Rey eind augustus 2012 terwijl toen reeds door een onderzoekscommissie was geconcludeerd dat de heer Van Rey betrokken is bij belangenverstrengeling met een projectontwikkelaar?

Vraag 9

Hoe verhoudt de door de heer Van Rey als «persoonlijke donatie» en ook door u in eerste instantie aangeduide «bekostiging in het kader van persoonlijke campagne» zich tot paragraaf 5.4.3 van het «blauwe boek», het handboek voor aantredende bewindspersonen? Met name de daarin gestelde «algemene terughoudendheid ten behoeve van integriteit en transparantie»? En de hierin gestelde noodzaak tot registratie?

Vraag 10

Welke afspraken had u zwart op wit willen zetten zoals u 23 november 2012 in NRC Handelsblad zei?

Belastingkantoor

Vraag 11

In uw brief van 17 december 2012 geeft u aan dat er contact geweest is met burgemeesters en wethouders uit Roermond; is er op enig moment contact geweest tussen u en de heer Van Rey over de plannen om belastingkantoren in Limburg te sluiten?

Vraag 12

Zo ja, heeft de heer Van Rey u gevraagd u in te zetten voor het behoud van het belastingkantoor in Roermond? Zo ja, hoe heeft u daaraan gevolg gegeven?

Vraag 13

De directie van de Belastingdienst heeft een voorkeur geuit voor de vestigingslokatie Roermond; was dat voor of na uw contact met de heer Van Rey?

Vraag 14

Met de burgemeesters en/of wethouders van welke steden en gebieden heeft u zelf een gesprek gevoerd, respectievelijk met welke steden en gebieden heeft de dienstleiding dat gedaan?

Overdrachtsbelasting

Vraag 15

Volgens uw woordvoerster heeft u zich, zoals de regels voorschrijven, niet bemoeid met het verzoek over een persoonlijke belastingzaak aangaande vastgoedbelangen, maar heeft u «het verzoek alleen doorgestuurd», is dat waar? In welke vorm deed u dit?

Vraag 16

Heeft u uiteindelijk gehandeld in lijn met het ambtelijk advies? Zo nee, waarom niet?

Vraag 17

Heeft u de heer Van Rey op enig moment zelf (telefonisch) gesproken over zijn brief of is er op enige andere manier contact geweest over de brief van de heer Van Rey, voor of na het sturen de van de brief door de heer Van Rey? Op welk moment kwam u voor het eerst in aanraking met de inhoud van het verzoek van de heer Van Rey?

Vraag 18

Heeft u op enig moment gesproken met de heer Van Rey over het feit dat hem werd gevraagd zijn onroerend goed op afstand te plaatsen? Wat heeft u hem geadviseerd?

Vraag 19

Wordt er door het ministerie van Financiën een onderscheid gemaakt tussen vragen van persoonlijke en van zakelijke aard? Zo ja, hoe zien die verschillende procedures eruit?

Vraag 20

Wordt er in dit soort gevallen zonder aanziens des persoons gehandeld? Heeft iedere Nederlander recht op een gesprek met de plv. DG Belastingdienst minder dan twee weken na een dergelijk verzoek?

Vraag 21

Wat is de standaardprocedure voor Kamerleden, zowel van de Eerste als de Tweede Kamer, met delicate fiscale vragen? Is die procedure gevolgd?

Vraag 22

Hoeveel persoonlijke brieven met fiscale vragen ontvangt u en kunt u aangeven naar wie ze worden doorgeleid?

Overig

Vraag 23

Wat is er precies besproken tijdens het formatieproces tussen u en de formateur? Is bij dit gesprek de naam van de heer Van Rey aan de orde gekomen? Wat was de conclusie van dit gesprek?

Algemeen

Vraag 24

Kunt u de vragen die op dinsdag 18 december 2012 tijdens de regeling van werkzaamheden aan de orde zijn gesteld door o.a. de leden Schouw en Omtzigt, vóór aanvang van het debat, dat is gepland op donderdag 20 december 2012, beantwoorden?

Mededeling

De schriftelijke vragen zijn beantwoord in de brief van staatssecretaris Weekers (Financiën) van 19 december 2012 (Kamerstuk 31 066, nr. 152) en in het debat over de sluiting van belastingkantoren en de brieven ter zake van de staatssecretaris van Financiën op 20 december 2012.


X Noot
2

Citaat Weekers, 17 december 2012 in Nieuwsuur.

X Noot
4

Zijlstra, op 18 december in Nieuwsuur.

Naar boven