Vragen van het lid Jadnanansing (PvdA) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over een overschot dat ontstaat van studenten die zijn opgeleid voor de kinderopvang (ingezonden 4 juli 2013).

Antwoord van minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 11 september 2013)

Vraag 1

Is het waar dat er in 2015 een overschot ontstaat van ruim 14 duizend gediplomeerden van opleidingen voor kinderopvang?1

Antwoord 1

Nee.

Het Kenniscentrum Calibris wijst erop dat er knelpunten ontstaan voor arbeidskrachten in de kinderopvangbranche.

Calibris baseert dit op informatie van het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn en maatschappelijke dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang (WJK).2

Een personeelsoverschot in de kinderopvangbranche is echter niet hetzelfde als een overschot aan gediplomeerden. Gediplomeerden kunnen immers ook in andere sectoren aan het werk komen. Dit laat het onderzoek van het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) onder gediplomeerde schoolverlaters zien.3 Voor het kabinet is het belangrijker dat gediplomeerden snel een baan op niveau vinden dan een baan die precies in het verlengde van de opleiding ligt.4

Vraag 2

Hoe beoordeelt u het dat regionale opleidingscentra niettemin mensen blijven opleiden voor de kinderopvang terwijl er juist sprake is van groot banenverlies in de kinderopvang?

Antwoord 2

Allereerst moet onderkend worden dat het opleiden voor de arbeidsmarkt altijd moeilijk blijft, aangezien deze conjunctuurgevoelig is.

Het aantal nieuwe inschrijvingen voor middelbaar beroepsopleidingen die voorbereiden op een baan in de kinderopvang is in de periode 2008–2011 toegenomen.5 In 2012 is er echter een daling van ruim 40% in het aantal nieuwe inschrijvingen waar te nemen (ten opzichte van 2011).6 Dit laat zien dat de ontwikkelingen in de kinderopvangbranche invloed hebben op de studiekeuze van deelnemers.

Samen met de minister van SZW zet ik alles op alles om jongeren zo goed mogelijk voor te bereiden op de arbeidsmarkt.7 Het programma School- ex 2.0 is onlangs gestart. Met School-ex worden de studenten vlak vóór en rond hun diplomering desgewenst begeleid naar een (vervolg)opleiding met een beter arbeidsmarktperspectief. Daarnaast worden aankomende studenten ondersteund in het maken van hun studiekeuze met voldoende mogelijkheden op de regionale arbeidsmarkt.

Ook komt er voor het schooljaar 2014/2015 digitaal een studiebijsluiter beschikbaar, zodat studenten het arbeidsmarktperspectief van een opleiding beter kunnen inschatten.

In mijn brief «Aanbod van mbo-opleidingen» (Kamerstuk, vergaderjaar 2011–2012, 31 524, nr. 129) heb ik aangegeven welke acties ik in gang zet om tot een betere aansluiting van het middelbaar beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt te komen.

Vraag 3

Deelt u de mening van de onderwijsmanager kinderopvang van ROC Mondriaan dat de mensen die nu aan de opleiding beginnen over drie jaar, wanneer zij op de arbeidsmarkt komen, weer nodig zijn?

Antwoord 3

Opvang van kinderen blijft ook in de toekomst relevant.

Het ROA publiceert eind 2013 de ontwikkeling van de arbeidsmarkt voor verzorgend personeel tot en met 2018. De opleidingen die voorbereiden voor een carrière in de kinderopvang maken daar deel van uit.8 Hoe de arbeidsmarkt in de kinderopvangbranche er over drie jaar exact zal uitzien kan op basis van het huidige beschikbare onderzoek niet worden voorspeld.

Vraag 4

Ziet u alternatieven voor een leerlingenstop?

Antwoord 4

Ik verwijs hiervoor naar mijn antwoord op vraag 2.


X Noot
1

«Mbo blijft te veel studenten opleiden voor kinderopvang» in De Volkskrant van 3 juli 2013.

X Noot
2

SEOR, Panteia en E,til, 2012, Arbeidsmarkt Zorg en WJK Regionaal Tabellenboek 2012, Zoetermeer. Op landelijk niveau wordt een overschot verwacht van 14.370 VOV-personeel per 2015 voor sociaal agogisch werk (niveau 3).

X Noot
3

ROA, 2013, Arbeidsmarktrelevantie van grote mbo-opleidingen, Maastricht. Het gaat hierbij overigens om de periode 2006–2011.

X Noot
4

Zie hiervoor ook het antwoord op Kamervragen van het lid Jadnanansing (PvdA) over opleidingen met een gering baanperspectief. Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2012–2013, 2467.

X Noot
5

Voor pedagogisch medewerker kinderopvang (niveau 3) van 6002 (2008) naar 8136 (2011), voor gespecialiseerd medewerker kinderopvang (niveau 4) van 912 (2008) naar 3028 (2011) en voor pedagogisch medewerker jeugdzorg (niveau 4) van 668 (2008) naar 1568 (2011).

X Noot
6

Voor pedagogisch medewerker kinderopvang (niveau 3) van 8136 (2011) naar 5613 (2012), voor gespecialiseerd medewerker kinderopvang (niveau 4) van 3028 (2011) naar 1102 (2012) en voor pedagogisch medewerker jeugdzorg (niveau 4) van 1568 (2011) naar 788 (2012).

X Noot
7

Zie hiervoor ook de brief van 5 maart jl. van de ministers van SZW en OCW inzake de aanpak jeugdwerkloosheid. Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2012–2013, 29 544, nr. 438.

X Noot
8

Kinderopvangpersoneel valt in de beroepenindeling van het ROA onder «verzorgend personeel».

Naar boven