Vragen van het lid Gesthuizen (SP) aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
over de slachtoffer-dadergesprekken (ingezonden 30 augustus 2012).
Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 15 oktober
2012). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 23.
Vraag 1
Herinnert u zich de aangenomen motie waarin de regering is verzocht de slachtoffer-dadergesprekken
nadrukkelijker onder de aandacht te brengen in het gevangeniswezen en bij de reclasseringsorganisaties,
zodat het aantal slachtoffer-dadergesprekken kan worden verhoogd?1 Bent u tevreden over het huidige aantal slachtoffer-dadergesprekken?
Antwoord 1
Ja. Slachtoffer in Beeld (SiB) is de organisatie die in Nederland sinds 2007 de slachtoffer-dader
gesprekken uitvoert. Het aantal zaken laat een stijging zien: van 366 zaken in 2007,
naar 1075 in 2010 tot 1211 afgesloten zaken in 2011. Ik zie dat als een positieve
ontwikkeling.
Vraag 2
Bent u er van op de hoogte dat er grote tevredenheid bestaat onder slachtoffers die
hebben deelgenomen aan een gesprek met de dader onder professionele begeleiding, omdat
dit direct effect heeft op de verwerking van het strafbaar feit bij het slachtoffer?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 2
Uit onderzoek van Slachtoffer in Beeld2 blijkt dat deelnemers aan een slachtoffer-dader gesprek deelname hieraan als waardevol
ervaren. Een slachtoffer-dader gesprek kan voor het slachtoffer zorgen voor een afname
in angst- en woedegevoelens, het vergroten van de erkenning en verwerking van de gebeurtenis.
Daarbij kan een gesprek het veiligheidsgevoel van het slachtoffer vergroten. Bij het
aanbieden van een slachtoffer-dader gesprek moet altijd rekening worden gehouden met
de belangen van het slachtoffer. Vrijwilligheid van deelname van het slachtoffer vind
ik dan ook de belangrijkste voorwaarde bij een slachtoffer-dader gesprek.
Vraag 3, 4, 5
Bent u tevreden over de wijze waarop en het aantal maal dat er vanuit het gevangeniswezen
en reclasseringsorganisaties bij daders onder de aandacht wordt gebracht dat een gesprek
met het slachtoffer zinnig kan zijn, met name ook voor de verwerking van het delict
bij het slachtoffer? Kunt u uw antwoord toelichten?
Deelt u de mening dat er nog steeds veel ruimte bestaat om het aantal slachtoffer-dadergesprekken
te laten toenemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om dit
te bewerkstelligen?
Bent u bereid om actief in het gevangeniswezen en bij reclasseringsorganisaties onder
de aandacht te brengen dat daders in beginsel steeds gewezen zouden moeten worden
op de mogelijkheid van een dergelijk gesprek? Bent u bereid de Kamer op de hoogte
te brengen van de concrete acties die hieruit voortvloeien? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3, 4, 5
Het aantal slachtoffer-dader gesprekken is de afgelopen jaren steeds toegenomen. Alle
betrokken partijen spannen zich in om dit nog verder te laten toenemen. SiB heeft
afspraken gemaakt met de slachtofferloketten om slachtoffers beter te informeren over
de mogelijkheid van een gesprek met de dader. Naar aanleiding van de motie Gerkens
en Azough3 heeft SiB actief contact gezocht met penitentiaire inrichten en justitiële jeugdinrichtingen
en heeft SiB diverse cursussen gegeven. Zo is een cursus voor gedetineerden ontwikkeld,
waarbij schade en leed herstellen centraal staat. Deze cursus wordt in samenwerking
met de geestelijke verzorging georganiseerd. DJI en SiB werken op dit moment aan een
plan om verder invulling te geven aan herstelbemiddeling. Door de reclassering worden
voorbereidingen getroffen om in samenwerking met SiB een congres te organiseren over
de rol van het slachtoffer in het strafproces en de mogelijkheden voor slachtoffer-daderbemiddeling.
Door al deze inspanningen verwacht ik een verdere toename in het aantal slachtoffer-dader
gesprekken. Met bovenstaande toelichting beschouw ik de motie van Gerkens en Azough
als afgedaan.
Vraag 6, 7, 8
Bent u bekend met het feit dat het de organisatie Slachtoffer In Beeld vaak veel moeite
kost om persoonsgegevens (naam en adres) van daders en slachtoffers te verkrijgen
van de politie en het Openbaar Ministerie (OM), waardoor het organiseren van slachtoffer-dadergesprekken
niet makkelijk is? Zo nee, bent u bereid navraag te doen naar dit probleem?
Waarom worden deze persoonsgegevens door politie en OM niet altijd zonder meer gedeeld
met Slachtoffer In Beeld? Zou dat niet raadzaam zijn, zodat Slachtoffer In Beeld op
eenvoudiger wijze haar werk kan doen en contact kan leggen met slachtoffer en dader?
Bent u bereid met voorstellen te komen, zo nodig door de wet te veranderen of een
aanwijzing te geven, zodat politie en OM deze gegevens voortaan delen met Slachtoffer
In Beeld? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6, 7, 8
Het is mij bekend dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het verkrijgen van
gegevens van slachtoffers en daders door SiB zonder dat het slachtoffer of dader daarvoor
zelf toestemming heeft gegeven. SiB heeft werkafspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie,
waardoor in de praktijk op dit moment geen noemenswaardige problemen zijn met het
verkrijgen van deze gegevens. Over het aanleveren van gegevens door de politie zijn
op dit moment nog geen goede werkafspraken gemaakt. Ik laat op dit moment uitzoeken
of er juridische belemmeringen zijn. De uitkomsten van dit onderzoek verwacht ik eind
oktober 2012. Op basis daarvan zal ik bezien wat er nodig is om tot adequate gegevensuitwisseling
te komen.
X Noot
2 «De impact in Beeld: Methode en bevindingen van het onderzoek naar de impact van
de slachtoffer-dadergesprekken» – Sven Zebel, 2010