Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over
dode dieren in een Rotterdamse dierenwinkel (ingezonden 10 juni 2013).
Antwoord van staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 15 juli 2013).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2644.
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat er ongeveer honderd dieren dood en uitgehongerd zijn gevonden
in kooitjes in een dierenwinkel in Rotterdam?1
Vraag 2
Kunt u aangeven hoe het kan dat er maandenlang dieren dood in kooien hebben gelegen
en niemand er van wist?
Antwoord 2
Het is onmogelijk om permanent toezicht te houden op elke locatie in Nederland waar
dieren worden gehouden. Voor situaties als de onderhavige is het toezicht afhankelijk
van meldingen van de omgeving. Dergelijke ernstige incidenten komen wel slechts zeer
incidenteel voor.
Vraag 3
Kunt u aangeven hoeveel en welke dieren zijn aangetroffen in de dierenwinkel en of
er beschermde diersoorten tussen zaten?
Antwoord 3
In de winkel zijn ongeveer 120 dode dieren aangetroffen, waarvan dertig in een vrieskist.
Het gaat om zo’n dertien verschillende diersoorten zoals schildpadden, muizen, slangen,
hagedis, vogelspinnen en kleine roofdieren. Er zaten twee beschermde vogelspinnen
tussen. Deze komen voor op bijlage B van de CITES regelgeving.
Vraag 4
Beschikte de betreffende beheerder over een bewijs van vakbekwaamheid en de benodigde
vergunningen en is er eerder sprake geweest van overtredingen van genoemde winkelier?
Antwoord 4
Er loopt momenteel een strafrechtelijk onderzoek, waarin deze vragen worden meegenomen.
In verband met het opsporingsbelang kunnen over het strafrechtelijk onderzoek geen
mededelingen worden gedaan.
Vraag 5, 7
Deelt u de mening dat de verkoop van dieren te allen tijde goed geregeld moet zijn
en goed moet worden gecontroleerd? Zo ja, bent u van mening dat er sprake is van adequaat
toezicht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wanneer dode dieren
maanden dood kunnen liggen in een dierenwinkel? Zo nee, welke stappen gaat u nemen
om het toezicht te verscherpen zodat misstanden zoals deze niet meer voorkomen?
Bent u bereid tot aanscherping van de eisen voor de verkoop van levende dieren zodat
misstanden zoals deze voorkomen zullen worden en tevens de malafide handel aangepakt
wordt? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5, 7
De verkoop van dieren dient mijns inziens met voldoende waarborgen voor dierenwelzijn
te worden omkleed. Voor een goede borging zijn een aantal maatregelen in gang gezet.
Voor de voorschriften die ik voornemens ben te stellen aan de verkoop van gezelschapsdieren
verwijs ik u naar het ontwerpBesluit gezelschapsdieren (bijlage bij Kamerstuk II 2011–2012
28 286, nr. 539) en het verslag van het nota overleg van 25 maart 2013 waarin dit besluit is besproken
(kamerstukken 2012–2013, 31 389, nr. 125). In het besluit Gezelschapsdieren worden onder andere eisen gesteld aan de vakbekwaamheid
van de handelaar, is er sprake van verplichte registratie en huisvestingseisen. Ook
is het mijn streven om per 1 januari 2014 de positieflijst in werking te laten treden
waardoor alleen dieren mogen worden gehouden die hiervoor geschikt zijn. Tot slot
is het per 1 januari 2014 ook mogelijk om dergelijke overtredingen bestuursrechtelijk
te beboeten, naast de strafrechtelijke kant.
Het toezicht op de nieuwe eisen zal worden belegd bij de NVWA en de Landelijke Inspectiedienst
Dierenbescherming (LID). De NVWA en de LID zullen jaarlijks een gezamenlijk handhavingsplan
opstellen waarin afspraken worden gemaakt over risico gericht toezicht op het besluit
gezelschapsdieren zodra dat van kracht is.
Vraag 6
Deelt u de mening dat de handel in dieren geregistreerd moet worden zodat de overheid
gegevens heeft over het aantal honden, katten, konijnen, knaagdieren, vogels, reptielen
en andere dieren dat jaarlijks in Nederland verkocht wordt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
In het Besluit gezelschapsdieren is een registratieplicht voor inrichtingen opgenomen.
Daarnaast dienen inrichtingen een deugdelijk administratie te voeren van de dieren
die in de inrichting verblijven. Dit biedt mijns inziens voldoende mogelijkheden voor
toezichthouders om adequate controles uit te voeren. De administratieve lasten de
gepaard gaan met een identificatie en registratieplicht voor elk individueel dier
acht ik onevenredig hoog.
Teneinde over een globaal beeld van de sector te beschikken laat ik om de paar jaar
de omvang van de sector in beeld brengen. Een laatste voor beeld hiervan is het rapport
Feiten & Cijfers Gezelschapsdierensector 2011, van Has Den Bosch (http://edepot.wur.nl/186586).
Vraag 8
Bent u bereid het aantal verkooppunten voor gezelschapsdieren fors te beperken?
Antwoord 8
Nee. Indien de verkoper vakbekwaam is, de koper goede voorlichting krijgt en de inrichting
voldoet aan alle eisen dan kan een huisdier mijns inziens verantwoord verkocht worden.