Vragen van de leden Van Dekken, Fokke en Jacobi (allen PvdA) aan de staatssecretarissen
van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken over overtredingen door veehouderijen
met luchtwassers (ingezonden 15 mei 2013).
Antwoord van staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu), mede namens de
staatssecretaris van Economische Zaken (ontvangen 24 juni 2013).
Vraag 1
Kent u het bericht «Intensieve veehouderij overtreedt regels ammoniak en fijnstof»?1
Vraag 2
Bij 58% van de onderzochte gevallen bleek sprake van overtredingen, in 16% van de
gevallen zelfs ernstige overtredingen van de verplichting tot gebruik van luchtwassers,
hoe beoordeelt u deze cijfers?
Antwoord 2
Deze cijfers zijn in lijn met de bevindingen van onder andere de Inspectie Leefomgeving
en Transport die mijn ambtsvoorganger uw Kamer eind vorig jaar gemeld heeft (Kamerstukken
II, 2012/13, 33 037, nr. 37). In reactie op deze ernstige nalevingstekorten is de verplichting om de werking
van luchtwassers elektronisch te monitoren opgenomen in het Besluit algemene regels
voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Deze verplichting geldt sinds
begin dit jaar voor nieuwe luchtwassers en geldt vanaf begin 2016 ook voor bestaande
installaties.
Vraag 3
Bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt uitgegaan van
berekeningen van fijnstof; hoeveel meer overtredingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit
zijn er als in deze berekeningen wordt meegenomen dat 16% van de luchtwassers niet
aanwezig is of niet functioneert?
Antwoord 3
Wanneer voor de veehouderijen met een luchtwasser wordt aangenomen dat 16% van de
luchtwassers geen effect heeft op de fijn stofemissies, dan kunnen er enkele nieuwe
veehouderijen met een overschrijding bijkomen.
Vraag 4
Ook de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) gaat uit van de veronderstelling dat
bij alle 1100 Brabantse bedrijven die hiertoe verplicht zijn de luchtwassers goed
functioneren; hoeveel minder ruimte voor stikstof is er indien 16% hiervan, 176 bedrijven,
hun stikstof en ammoniak niet afvangen?
Antwoord 4
Mijn ambtsvoorganger heeft u vorig jaar geïnformeerd over de effecten van de geconstateerde
naleeftekorten op nationale schaal (Kamerstuk 33 037, nr. 37). Dit komt neer op een extra ammoniakemissie van 2,5 kton in 2010. Zoals aangegeven
in antwoord 2 wordt nu ingezet op elektronische monitoring en handhaving. Ik heb er
vertrouwen in dat hiermee het probleem wordt opgelost. Wanneer dit toch niet het gewenste
effect op de naleving heeft, en daarmee op de stikstofdepositie, zullen aanvullende
maatregelen genomen moeten worden.
Vraag 5
In Noord-Brabant wordt nu gehandhaafd, gebeurt dit ook in andere provincies? Zo ja,
wat zijn daar de uitkomsten? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 5
De gemeenten zijn meestal op basis van de Wabo het bevoegde gezag voor vergunningverlening
en toezicht en handhaving. Er is geen landelijk systeem waarin de bevoegde gezagen
voor de Wabo de controles registreren, waardoor geen overzicht van de resultaten van
controles op intensieve veehouderijen met luchtwassers gegeven kan worden.
Het aantal bedrijven waarvoor de provincie het bevoegde gezag is, is zeer beperkt.
De provincies voeren toezicht uit bij intensieve veehouderijen en treden zo nodig
bestuursrechtelijk op.
In Noord-Brabant (waar relatief veel luchtwassers staan) is een gezamenlijk handhavingsproject
tussen gemeenten, waterschappen en de provincie opgezet voor de intensieve veehouderij
met luchtwassers.
Vraag 6
Acht u de wijze van handhaving die door de provincie Noord-Brabant en de Brabantse
gemeenten wordt toegepast, waarbij onder andere niet in het weekend wordt gehandhaafd,
adequaat? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ik verwacht dat de handhaving door de provincie Noord-Brabant en Brabantse gemeenten
in combinatie met de verplichting tot elektronische monitoring voldoende zijn om het
naleefgedrag te verbeteren. Daarnaast ga ik er van uit dat de vorming van Regionale
Uitvoeringsdiensten (RUD) de deskundigheid van het bevoegd gezag bevordert.
Vraag 7
Welke sancties worden opgelegd aan de overtreders?
Antwoord 7
Over gemeentelijke sancties is op dit moment nog geen informatie beschikbaar. De provincies
treden op conform het provinciale sanctiebeleid. Als dit een overtreding van de Natuurbeschermingswet
betreft, dan wordt dit gemeld aan de NVWA in het kader van de cross compliance.
Vraag 8
Welke gevolgen heeft dit gedrag voor de natuur in Noord-Brabant?
Antwoord 8
De Programmatische Aanpak Stikstof (hierna: PAS) richt zich op het behalen van de
Natura 2000-doelen. Daarbij is een daling van de stikstofdepositie essentieel. Ik
ga er vanuit dat met de in de PAS opgenomen maatregelen en de verbetering van het
naleefgedrag de geplande resultaten worden behaald. Het definitieve PAS kent een monitorings-
en bijsturingsprogramma. Hierdoor kan tijdig ingespeeld worden op eventuele tegenvallers
in de depositiedaling.