Vragen van de leden
Van Gerven
en
Leijten
(beiden SP) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de zelfverrijking van toezichthouders van de
Stichting Gehandicaptenzorg Limburg (ingezonden 27 oktober 2011).
Antwoord van staatssecretaris
Veldhuijzen van Zanten-Hyllner
(Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 23 november 2011).
Vraag 1
Wat is uw mening over de zelfverrijking van twee toezichthouders die tijdelijke bestuursfuncties uitoefenden bij Stichting
Gehandicaptenzorg Limburg? Is hier geen sprake van ongeoorloofde belangenverstrengeling?1
Antwoord 1
Als ik de berichtgeving over deze casus, waarover u mij vragen stelt, tot mij neem blijkt dat nog veel onduidelijk is. Niet
alleen over de aard, maar ook over de aanleiding en over de achtergronden van het probleem bestaat veel onduidelijkheid. Daarover
lees ik verschillende versies in artikelen uit Dagblad De Limburger van 19, 22 en 25 oktober 2011 over SGL (Stichting Gehandicaptenzorg
Limburg), zie bijlagen. Wat wél duidelijk is, is dat een ondernemingsraad en een Raad van Toezicht van een zorginstelling
een meningsverschil hebben. Ook komt duidelijk naar voren dat zij die kwestie inmiddels aan een speciaal voor dit soort kwesties
in het leven geroepen adviescommissie hebben voorgelegd, de Governance Commissie Gezondheidszorg. Tevens constateer ik uit
de berichtgeving dat dit meningsverschil de patiëntenzorg niet raakt.
Als staatssecretaris van VWS ben ik verantwoordelijk voor de randvoorwaarden van het stelsel en tevens aanspreekbaar op de
kwaliteitsbewaking voor mijn beleidsterrein in de zorg. Beide aspecten zijn hier evenwel niet in geding.
Daarom concludeer ik dat het hier om een conflict tussen een ondernemingsraad en een Raad van Toezicht in een zorginstelling
gaat, waarvan het logisch is dat men dat daar moet zien op te lossen. Daar is men ook mee bezig en men hanteert daar ook de
juiste procedures voor, i.c. het inschakelen van de Governance Commissie Gezondheidszorg. Gezien deze procedurele stand van
zaken past mij in dezen dus terughoudendheid.
Mijn terughoudendheid wordt verder veroorzaakt omdat de precieze feiten en omstandigheden onvoldoende duidelijk zijn. We weten
bijvoorbeeld niet hoe de Raad van Toezicht heeft besloten over de extra vergoeding van de twee betrokkenen. Die raad bestond
destijds tenslotte uit 5 personen.
Vraag 2
Vindt u het aanvaardbaar dat toezichthouders, die zichzelf hebben benoemd als tijdelijk adviserend bestuurder, hun eigen
salariëring vaststellen? Zo nee, welke maatregelen gaat u treffen om dit te voorkomen? Zo ja, waarom wel?
Antwoord 2
Zie mijn antwoord op vraag 1.
Vraag 3
Vindt u het aanvaardbaar dat voor «bestuurlijke adviezen» de salariëring 31 738 euro en 68 116 bedroeg? Welk bedrag toucheerden
zij per gewerkt uur? Wilt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 3
Zie mijn antwoord op vraag 1.
Vraag 4
Deelt u de mening van de OR-woordvoerder dat deze bedragen buiten proportie zijn en «in ernstige strijd» is met de Zorgbrede
Governancecode? Zo nee, waarom niet?1
Antwoord 4
Zie mijn antwoord op vraag 1.
Vraag 5
Wat is uw reactie op de uitspraak van de twee toezichthouders, dat de door henzelf vastgestelde salariëring in strijd is met
de Zorgbrede Governancecode, maar door het niet kunnen vinden van een vervanger de «nood breekt wet»- maatregel van toepassing
is?
Antwoord 5
Ik wacht het antwoord op deze vraag van de Governance Commissie Gezondheidszorg af.
Vraag 6
Wilt u maatregelen nemen om de ontvangen salarissen terug te vorderen? Zo neen, waarom niet?2
Antwoord 6
Op dit moment is er nog geen enkele uitspraak van een bevoegd college of persoon dat hier sprake is van onterechte betalingen.
Vraag 7
Deelt u de mening dat zorgbestuurders die zichzelf verrijken door het toekennen van een exorbitante salariëring op een zwarte
lijst moeten worden geplaatst en uit de zorg geweerd moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ik stel vast dat u in deze vraag van toezichthouders overstapt op bestuurders. Ik ben van mening dat in de zorg goede bestuurders
moeten werken. En verder ben ik van mening dat zij dat voor een beloning moeten gaan doen die binnen de normen ligt die gaan
gelden nadat het wetsvoorstel voor zo’n normeringswet (TK 32600) in werking treedt.
Vraag 8
Kent u het bericht over toezichthouder Frank S. die zijn verdiensten in rekening bracht als managementfee? Zijn er meer toezichthouders
die zichzelf exorbitante salarissen toekennen? Zo nee, bent u bereid hier onderzoek naar te doen en de Kamer hierover te informeren?
Zo neen, waarom niet?3
Antwoord 8
Ik ken het bericht. Ik zal op de beloning van toezichthouders terug komen in de analyse over de topinkomens in de zorg, die
jaarlijks aan het eind van het jaar door de minister van BZK en de bewindslieden van VWS naar de Kamer wordt gestuurd. Ook
hier geldt echter dat deze inkomens na inwerkingtreding van de WNT (wet normering topinkomens) worden genormeerd, waardoor
excessen in nieuwe contracten niet meer kunnen voor komen.
X Noot
1 OR zegt vertrouwen in toezichthouders SGL op. Zorgvisie 20 oktober 2011.
X Noot
2 «Raad van Toezicht SGL verrijkte zichzelf». De Limburger 19 oktober 2011.
X Noot
3 Toezichthouder toucheert zestig mille. Skipr. 5 juni 2011.