Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische
zaken, Landbouw en Innovatie over de stijgende graanprijzen (ingezonden 1 augustus
2012).
Antwoord van staatssecretaris Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) (ontvangen
16 augustus 2012).
Vraag 1
Kent u de berichten «Kleinste voorraad graan ooit in EU»1 en «Prijsexplosie graan en soja, honger dreigt»?1
Vraag 2
Is het waar dat de EU de laagste graanreserve ooit aanhoudt van nauwelijks meer dan
6 weken? Zo nee, voor welke periode is dan graan voorradig?
Antwoord 2
Bij aanvang van het graanseizoen 2012/13 (1 juli 2012) bedroeg de EU graanreserve
36,8 miljoen ton hetgeen overeenkomt met ongeveer 7 weken EU consumptie. De Commissie
verwacht dat deze voorraad gedaald zal zijn tot 31,5 miljoen ton op 30 juni 2013 hetgeen
overeenkomt met ongeveer 6 weken EU consumptie. Dit betreft een schatting van voorraden
aangehouden door particulieren in de Europese Unie, er zijn geen voorraden bij overheden
dan wel Europese instellingen.
Vraag 3
Kunt u aangeven of Nederland strategische voorraden graan aanhoudt? Zo ja, in welke
hoeveelheden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Nee, Nederland houdt geen strategische voorraden graan aan. Het granen-marktordeningsbeleid
vormt een bevoegdheid welke is neergelegd op Europees niveau. De Nederlandse inzet
in Europees verband is gericht op een marktgeoriënteerd Europees gemeenschappelijk
landbouwbeleid.
De handelsverstorende ondersteuning van de agrarische productie, met o.a. interventievoorraden
graan ter ondersteuning van de prijsvorming, is sinds het begin van de jaren tachtig
van de vorig eeuw langzaam afgebouwd en vervangen door grotendeels van productie ontkoppelde
inkomenssteun. Vanuit oogpunt van voedselzekerheid kan bovendien gewezen worden op
de Europese positie als netto exporteur van granen en de mogelijkheden tot im- en
export van agrarische producten.
Vraag 4
Ziet u redenen om het verbouwen van eiwitrijke gewassen in Nederland te stimuleren
om zodoende minder afhankelijk te worden van de onzekere internationale graanmarkt?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u hieraan vorm geven?
Antwoord 4
Nee, in Nederland worden gewassen geteeld indien daar vanuit de markt vraag naar is,
voor een prijs waarvoor de boer deze wil en kan telen. Initiatieven voor de teelt
van gewassen die nu niet regulier plaats vinden, zullen vanuit de markt moeten komen.
Daarbij kan men een beroep doen op de mogelijkheden van het topsectorenbeleid (topsector
Agrofood). Daarin worden faciliteiten geboden voor onderzoekswensen vanuit het bedrijfsleven.
Vermeld zij dat het Europese steunstelsel voor erwten en veldbonen in de jaren »90
juist is afgeschaft vanwege de hoge kosten en de internationale handelsrepercussies.
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat de mondiale veestapel ongeveer de helft van de jaarlijkse graanoogsten
opsoupeert? Hoe beoordeelt u dit gegeven in deze tijden van schaarste, waardoor de
prijzen van graan snel stijgen en het voor veel mensen in de wereld moeilijk wordt
om nog in hun levensonderhoud te voorzien?
Antwoord 5
Volgens gegevens van de International Grains Council (IGC) wordt de laatste jaren
ca. 40 % van de wereldgraanoogst gebruikt als veevoer. De dreigende misoogst van maïs
door de droogte in het Middenwesten van de VS hoeft niet meteen tot een schaarste
van graan voor menselijke consumptie te leiden omdat mensen vooral producten op basis
van rijst en tarwe eten. In haar meest recente rapport verwacht de IGC een tarweoogst
van 665 miljoen ton, wat een zeer gemiddelde oogst is. De rijstoogst zal met 462
miljoen ton zelfs boven het meerjarige gemiddelde liggen.
Vraag 6
Is het waar dat met name de toenemende vleesconsumptie in landen als China ervoor
zorgt dat er wereldwijd elk jaar 40 miljoen ton graan extra nodig is? Zo nee, waarop
baseert u zich in dit antwoord? Zo ja, deelt u de mening dat Nederland een actieve
rol zou moeten vervullen in het terugdringen van de mondiale vleesconsumptie?
Antwoord 6
Een hogere vleesconsumptie betekent een toename in de vraag naar voedergraan. De
OESO verwacht tot 2021 een toename van de wereldvleesconsumptie van 16 tot 30% afhankelijk
van de vleessoort. Hoeveel extra graan hiervoor nodig is, is mij niet bekend.
Zoals ik gesteld heb in mijn brieven aan uw Kamer van 17 juni 2011 en 25 november
2011 (TK 2010/2011, 2 863 en TK 2011/2012, 31 532, nr. 70), zie ik geen actieve rol voor de overheid in het terugdringen van de vleesconsumptie.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het omzetten van graan in dierlijke eiwitten een inefficiënt
proces en dat daarom moet worden ingezet op een grootschalige transitie van dierlijke
naar plantaardige eiwitbronnen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze
wilt u versnelling aan deze eiwitagenda geven?
Antwoord 7
Deze vraag heb ik beantwoord in mijn brief van 23 mei 2012 (Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2011–2012, nr. 2534).