Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-20123178

Vragen van het lid Dibi (GroenLinks) aan de ministers voor Immigratie, Integratie en Asiel en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het adviseurschap van het instituut Dar-al-’Ilm (ingezonden 28 juni 2012).

Antwoord van minister Leers (Immigratie, Integratie en Asiel) (ontvangen 14 augustus 2012) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 3178

Vraag 1

Bent u ervan op de hoogte dat de omstreden sjeik Haitham al-Haddad gastdocent is van het instituut Dar-al-’Ilm, dat hem als spreker naar Nederlandse islamcongressen haalde1?

Antwoord 1

Ik heb met u kennis genomen van de website. Ik beschik niet over verdere informatie hierover.

Vraag 2 en 3

Is het waar dat het instituut Dar-al-’Ilm Nederlandse overheden en instellingen adviseert? Zo ja, waarom laat de overheid zich door dit instituut adviseren?

Welke adviezen van Dar-al-’Ilm heeft de Nederlandse overheid ook daadwerkelijk meegenomen in de ontwikkeling van haar beleid?

Deelt u de mening dat er een groot verschil bestaat tussen een overheid die alle signalen uit de samenleving opvangt en daarover in gesprek gaat, en een overheid die zich in de ontwikkeling van haar beleid laat adviseren door organisaties die zich mogelijk laten inspireren door mensen met radicale denkbeelden?

Antwoord 2 en 3

Allereerst wil ik benadrukken dat ik de uitspraken van de heer Al Haddad verwerpelijk vind en dat radicale denkbeelden geen invloed mogen hebben op beleid. Een instituut dat zich inlaat met de heer Al Haddad laadt de verdenking op zich zijn radicale uitspraken goed te keuren. Dit is voor mij reden om geen gebruik te willen maken van de diensten van dit instituut. Dat laat onverlet dat andere overheden en Nederlandse instellingen vrij zijn hun eigen afwegingen te maken bij het inhuren van externe adviseurs.

De vraag of, en zo ja, welke instellingen gebruik hebben gemaakt van dit instituut, kan ik niet beantwoorden. Het valt niet uit te sluiten dat een overheidsorganisatie gebruik heeft gemaakt van de diensten van Dar-al-«Ilm. In dat geval ga ik ervan uit dat adviezen waaruit radicale of anderszins vreemde denkbeelden blijken, niet zijn overgenomen.

Vraag 4

Bent u voorts van mening dat de overheid transparantie moet geven over haar adviseurs? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Uiteraard mag er geen geheimzinnigheid bestaan rond de inhuur van externe adviseurs. Vanuit mijn positie en vanuit de positie van de minister van BZK is het echter niet mogelijk om een volledig overzicht te hebben van de externe inhuur van adviseurs bij de gehele overheid en bij alle Nederlandse instellingen.