Vragen van het lid Timmermans (PvdA) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de veroordeelde Palestijnse mensenrechtenactivist Ameer Makhoul (ingezonden 7 september 2011).

Antwoord van minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 14 oktober 2011).

Vraag 1 en 2

Erkent u dat Ameer Makhoul een mensenrechtenverdediger is? Zo ja, kunt u uw antwoord toelichten? Zo nee, waarom niet?1

Zijn er voorwaarden om als mensenrechtenverdediger door Nederland erkend te worden zodat de Guidelines on Human Rights Defenders van toepassing zijn?  Kunt u deze toelichten?

Antwoord 1 en 2

De EU Guidelines on Human Rights Defenders bevatten een definitie van mensenrechtenverdedigers die is gebaseerd op de VN-verklaring inzake mensenrechtenverdedigers2. De heer Ameer Makhoul heeft zich jarenlang als mensenrechtenverdediger ingespannen voor de rechten van Arabische inwoners van Israël. Spionage voor de terroristische organisatie Hezbollah, waaraan de heer Makhoul zelf heeft verklaard schuldig te zijn, staat haaks op de rol en functie van mensenrechtenverdedigers.

Vraag 3

Kunt u toelichten waarom u niet bereid bent om de kwestie-Makhoul bij uw consultaties met de Israëlische autoriteiten te bespreken?

Antwoord 3

Zoals beschreven in eerdere antwoorden op vragen (aanhangsel handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 3372) bestaat vertrouwen in de Israëlische rechtsgang. Dat geldt ook voor deze rechtszaak.

Vraag 4 en 5

Klopt het, dat als gevolg van harde ondervragingsmethoden die ook in Israel illegaal zijn, Ameer Makhoul een bekentenis ondertekende, die hij daarna krachtig ontkende? Indien ja, hoe kunt u dan verklaren dat de Israëlische procedures in deze zaak voldoen aan internationale normen?

Hoe beoordeelt u het feit dat Ameer Makhoul is veroordeeld zonder enig bewijs? Kunt u toelichten of dit volgens u ook een procedure is die voldoet aan internationale normen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4 en 5

De heer Makhoul is op 30 januari 2011 veroordeeld op basis van zijn eigen schuldbekentenis, afgelegd in de rechtszaal, in het kader van een «plea bargain».

In een eerder stadium – na zijn arrestatie in mei 2010 – heeft de heer Makhoul een bekentenis afgelegd die hij daarna weer introk. Bij (vermeende) schending van de wet is de Israëlische rechtsgang de aangewezen weg. De advocaten van de heer Makhoul hebben tijdens één van de rechtszittingen leden van het arrestatieteam ondervraagd over de omstandigheden rond de arrestatie. Een volgende zitting over de toegepaste verhoormethoden heeft niet plaatsgevonden aangezien het «plea bargain» de rechtszaak ten einde bracht.

Vraag 6

Hoe beoordeelt u de inkrimping van de civiele en politieke ruimte voor mensenrechtenactivisme in Israël? Bent u bereid de Israëlische autoriteiten hierop aan te spreken en te pleiten voor het in stand houden van de civiele en politieke ruimte voor mensenrechtenverdedigers in Israel? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 6

Israël kent een levendig maatschappelijk middenveld en democratische instituties die ruimte bieden voor een open debat. Voor zover zich ontwikkelingen (zouden) voordoen die op gespannen voet staan met democratische vrijheden, wordt daarover met de Israëlische autoriteiten gesproken.

Vraag 7

Bent u bereid om alsnog op zeer korte termijn de ondergane behandeling van Ameer Makhoul en de wijze waarop bewijs is verkregen, te bespreken met de Israëlische autoriteiten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

Zoals beschreven in bovenstaande antwoorden zie ik hiertoe geen aanleiding.


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 3372.

X Noot
2

EU Guidelines on Human Rights Defenders, juni 2004.

Naar boven