Vragen van de leden Ormel (CDA) en Houwers (VVD) aan de staatssecretaris van Economische
Zaken, Landbouw en Innovatie over het voornemen van de gemeente Capelle aan den IJssel
om circussen met tijgers en olifanten te weren (ingezonden 23 maart 2012).
Antwoord van staatssecretaris Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) (ontvangen
19 april 2012).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Capelle aan den IJssel alleen nog circussen zonder
olifanten, leeuwen en tijgers wil toelaten binnen haar gemeentegrenzen?1
Vraag 2
Mogen gemeenten vanuit het oogpunt van dierenwelzijn autonome regels over dieren stellen
die strijdig zijn met landelijk beleid?
Antwoord 2
Zoals aangegeven in reactie op eerdere Kamervragen2 hebben gemeenten een autonome regelgevende bevoegdheid, die onder meer wordt begrensd
door regelgeving op rijks- en provinciaal niveau. De Gezondheids- en welzijnswet voor
dieren is uitputtend bedoeld voor dierenwelzijnsbeleid. Uit het gemeenterecht vloeit
voort dat gemeenten in zo’n geval niet bevoegd zijn om vanuit een oogpunt van dierenwelzijn
eigen regels over dieren te stellen. Dit is bevestigd in een uitspraak van de afdeling
Bestuursrechtspraak van de Raad van State.3
Gemeenten hebben wel de bevoegdheid om met andere oogmerken regels te stellen inzake
dieren, mits deze regels niet in strijd zijn met de normen in de Gezondheids- en welzijnswet
voor dieren. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld regels stellen over circussen in het belang
van de openbare orde of veiligheid. In een concreet geval is het aan de rechter om
te beoordelen of een gemeente bij het opstellen van regels binnen de grenzen van haar
bevoegdheid is gebleven.
Vraag 3
Is het waar dat de Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) een eigen
richtlijn Circusdieren heeft? Op welke wijze en door wie vindt toetsing, controle
en handhaving van de richtlijn plaats?
Antwoord 3
Op 13 maart 2007 heeft de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen/Breed overleg
Circusdieren (VNCO/BOC) eigen richtlijnen gepubliceerd onder de titel: «Welzijn Circusdieren.
Richtlijnen voor het houden en laten optreden van dieren in circussen». Het is aan
VNCO/BOC om toetsing en controle te regelen.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) handhaaft de wettelijke regels,
zoals het verbod op dierenmishandeling, opgenomen in artikel 36 van de Gezondheids-
en welzijnswet voor dieren.
Vraag 4
Wat heeft het voor zin om de VNCO richtlijnen voor dierenwelzijn en het houden van
niet gedomesticeerde dieren op te laten stellen als gemeenten vervolgens circussen,
die zich aan de regels houden, alsnog weren?
Antwoord 4
De sector heeft toegezegd om de eigen richtlijnen te verbeteren en daarbij gebruik
te maken van de informatie in het onderzoekrapport: «Welzijn van dieren in reizende
circussen in Nederland» (WUR, 2009). De leden van VNCO/BOC kunnen laten zien dat zij
zich positief onderscheiden van andere niet aangesloten circussen. In de brief aan
de Kamer van 23 december 2011 (TK 28 286, nr. 540) heb ik toegezegd de mogelijkheden te laten onderzoeken om de richtlijnen eventueel
op te laten nemen in een gids voor goede praktijk. Indien van de richtlijnen een gids
voor goede praktijk wordt gemaakt dan heeft de NVWA mogelijkheden om bij controle
van niet aangesloten circussen rekening te houden met de gids voor goede praktijk.
Voorts verwijs ik u naar het antwoord van vraag 2.
Vraag 5
Deelt u de mening dat, indien circussen zich houden aan de Europese en Nederlandse
wet- en regelgeving en zich houden aan de richtlijn Circusdieren van de VNCO, er geen
reden is om deze te weren?
Antwoord 5
Indien circussen zich houden aan de wettelijke voorschriften mag dat geen reden zijn
om circussen te weren uit Nederlandse gemeenten. Aanscherping van de richtlijnen van
VNCO/BOC en de bijbehorende controle hierop kunnen het welzijn en de gezondheid van
de dieren nog verder verbeteren.
Vraag 6
Welke inspanningen worden, gezien het reizende karakter van circussen, in Europees
verband gedaan om ondermeer de richtlijn Circusdieren breed geaccepteerd te krijgen,
minimumvoorwaarden te stellen aan het houden van circusdieren en voor de mogelijkheid
om tot een verbod te komen op het gebruik van dieren die uit het wild worden gehaald?
Antwoord 6
Tot nu toe zijn er diverse activiteiten ondernomen om te komen tot Europese regelgeving.
In het kader van de onderhandelingen over de ontwikkeling van de EU-strategie bescherming
en welzijn van dieren 2012–2015 is, zowel mondeling als schriftelijk, het verzoek
om Europese regelgeving aangekaart en er is gevraagd om de mogelijkheden te bezien
van een verbod op uit het wild afkomstige dieren in circussen. Tevens is het onderzoeksrapport
«Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland.» (WUR, 2009) verstrekt aan
de Europese Commissie. Acceptatie van de richtlijnen van VNCO/BOC door de Europese
Commissie laat ik over aan deze organisaties zelf.
X Noot
1Telegraaf, 20 maart 2012.
X Noot
2 Aanhangsel van de Handelingen, 2008/09, nr. 1462.
X Noot
3 Uitspraak van de Raad van State van 26 augustus 2009, zaaknummer 200808846/1/H3