Vragen van de leden Ortega-Martijn (ChristenUnie) en Van der Staaij (SGP) aan de minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de grote verschillen in leges die
gemeenten berekenen voor grafrechten. (Ingezonden 15 maart 2012).
Antwoord van minister Spies (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
11 april 2012).
Vraag 1
Kent u de uitkomsten van het onderzoek naar leges voor grafrechten uitgevoerd door
DELA1 waaruit opnieuw blijkt dat de verschillen tussen gemeenten groot zijn?
Vraag 2 en 3
Deelt u de mening dat het model voor grafkosten, welke is ontwikkeld naar aanleiding
van de motie Anker/Van der Staaij over een model dat een reële kostenopbouw en -vergelijking
tussen verschillende gemeenten mogelijk maakt2, tot nu toe nog niet ertoe heeft geleid dat er een reële en transparante kostenopbouw
van grafkosten is gekomen? Zo ja, waarom is dit nog niet het geval? Zo nee, waarom
deelt u die mening niet? Heeft u er voldoende vertrouwen in dat het beoogde effect
de komende jaren wel zal worden bereikt? Zo ja, waarom? Ze nee, waarom niet?
Waardoor worden de grote verschillen in leges voor grafrechten veroorzaakt? Zijn deze
volledig toe te schrijven aan de verschillen in grondprijzen? Zo nee, welke andere
factoren spelen hierbij een rol?
Antwoord 2 en 3
In juni 2010 is door de VNG het model «kostenonderbouwing lijkbezorgingrechten» gepubliceerd.
Het hanteren van het model van kostenonderbouwing leidt tot een duidelijke onderbouwing
van de kosten die de gemeente verhaalt. Grafrechten zijn een vorm van leges. Dit betekent
dat zij maximaal kostendekkend mogen zijn (artikel 229b Gemeentewet). Het is aan iedere
gemeente om te bepalen of de grafrechten ook daadwerkelijk kostendekkend moeten zijn.
Een gemeente kan er, bijvoorbeeld vanwege solidariteit, voor kiezen bewust geen kostendekkende
grafrechten in rekening te brengen, maar een deel van de kosten te dekken uit de algemene
middelen, waardoor de grafrechten lager uitvallen dan in vergelijkbare gemeenten.
Daarnaast is van belang het onderscheid goed voor ogen te houden tussen de verschillende
soorten grafrechten (voor particuliere, dan wel algemene graven), waarbij met name
de duur van het grafrecht bepalend zal zijn voor de kosten. Verschillen in grafrechten
tussen gemeenten worden beïnvloed door onder meer de kosten van het beheer van de
begraafplaats, zoals bijvoorbeeld de capaciteit, het niveau van het onderhoud en de
door de gemeenten aangeboden voorzieningen. Grondprijzen kunnen hiervan een onderdeel
zijn. Verschillen zullen er blijven. Wel zijn gelijksoortige begraafplaatsen dankzij
het model beter met elkaar te vergelijken. Er is een trend dat steeds meer gemeenten
met hun rechten en tarieven toewerken naar een mate van kostendekkendheid die de 100
procent benadert. Dit is echter een keuze die gemaakt wordt door de gemeenteraad,
rekening houdend met de lokale situatie. Gemeenten onderbouwen hun tarieven met een
kostenberekening. Tegen een aanslag grafrechten kan bezwaar worden aangetekend en
beroep worden ingesteld bij de rechter. Deze kan ook de kostenonderbouwing van de
grafrechten toetsen.
Vraag 4
Kunt u aangeven met hoeveel procent de leges voor grafrechten de afgelopen vijf jaar
zijn gestegen? Kunt u aangeven of u deze stijging redelijk acht? Kunt u tevens aangeven
of deze stijging enkel valt toe te schrijven aan de gestegen kosten?
Antwoord 4
Inzake de stijging van de grafkosten zijn bij mij alleen de cijfers van de LOB bekend,
die jaarlijks worden gepubliceerd op de website, www.begraafplaats.nl. In 2011 zijn de grafkosten ten opzichte van 2010 met 3,5% gestegen, het jaar daarvoor
met 2,9%. Een dergelijke stijging heeft zich ook de jaren daarvoor voor gedaan. De
stijging wordt mede veroorzaakt door kostenstijging en inflatiecorrectie, maar ook
zijn er zoals gezegd steeds meer gemeenten die gaan werken met een kostendekkend tarief.
Vraag 5
Zijn de grote verschillen in (de stijging van) de leges voor grafrechten aanleiding
om bijvoorbeeld een landelijke bandbreedte in te stellen zodat de verschillen en stijging
van grafrechten beperkt kunnen worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
De hoogte van rechten is beperkt doordat de begrote opbrengst van de heffing de begrote
kosten niet mag overschrijden op het niveau van de legesverordening. Het is zoals
reeds aangegeven is onder antwoord 4 vervolgens aan de gemeenteraad om een keuze te
maken in de wijze van het verhalen van de kosten die door de heffing kunnen worden
gedekt. Dit is onderdeel van de lokale autonomie.
Vraag 6
Deelt u de mening dat hoge kosten van leges voor grafrechten ertoe kunnen leiden dat
mensen, die een voorkeur hebben voor een begrafenis, gedwongen worden te kiezen voor
een crematie? Deelt u de mening dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan de keuzevrijheid
van mensen en dat dit dient te worden voorkomen? Zo ja, hoe denkt u dit bewerkstelligen?
Antwoord 6
Uitgangspunt van de grafrechten is dat er sprake is van een maximale hoogte, de 100%
kostendekkendheid. Of dit in individuele gevallen aanleiding kan zijn om te kiezen
voor een crematie is een individuele afweging. Daar kan en wil ik niet in treden.