Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-20121862

Vragen van het lid Van Raak (SP) aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de ongebruikelijke transacties van de minister-president van Curaçao (ingezonden 6 maart 2012).

Antwoord van minister Spies (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 16 maart 2012).

Vraag 1

Wat is uw opvatting over de «ongebruikelijke transacties» waarbij de huidige minister-president van Curaçao in 2009 als toenmalig lid van de Eilandsraad betrokken was?1

Antwoord 1

De benoeming van de minister-president is een landsaangelegenheid. Het past mij daarom niet daar een opvatting over te hebben. Benoeming geschiedt bij landsbesluit, door de Gouverneur onder politieke verantwoordelijkheid van de (nieuwe) minister-president. Het is aan de Staten van Curaçao om te beoordelen of de bestuurders een goede afweging hebben gemaakt bij de benoeming van de minister-president.

Vraag 2

Wanneer was u op de hoogte van deze ongebruikelijke financiële transacties?

Antwoord 2

Mijn ambtsvoorganger heeft van de Gouverneur begin 2011 zijn waardering van de uitkomsten van de gebruikelijke screening van bewindslieden door de veiligheidsdienst Nederlandse Antillen c.q. Curaçao ontvangen en daar kennis van genomen (u bent hier per brief van 19 januari 2011, Kamerstuk 2010–2011, 32 500 IV, nr. 26 en het debat van 10 februari 2011 (Handelingen 10 februari 2011, 51-4) over geïnformeerd). Deze screening bestond uit een onderzoek door de Veiligheidsdienst en onderzoek naar gegevens van betrokkenen uit de dossiers van het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank.

Vraag 3

Zouden de in het artikel genoemde ongebruikelijke transacties bij een screening van ministers een belemmering hebben gevormd voor de benoeming van deze minister-president?

Antwoord 3

Het Openbaar Ministerie heeft eind 2010 meldingen bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) met het hoofd van deze dienst besproken en zag toen op basis van de beschikbare informatie vooralsnog geen termen aanwezig om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen. De verklaring die de procureur-generaal daarover richting de Gouverneur van Curaçao heeft gestuurd in december 2010 is door de regering van Curaçao openbaar gemaakt (persbericht 7 maart 2012 «OM heeft reeds in december 2010 de premier «gecleared» inzake MOT-meldingen»).

Vraag 4, 5

In hoeverre is naar uw opvatting op Curaçao nog sprake van goed bestuur?

Hoe gaat u invulling geven aan de taak van de Koninkrijksregering om goed bestuur op Curaçao te waarborgen?

Antwoord 4, 5

Curaçao is een autonoom land en heeft zijn eigen mechanismen om de gemeenschappelijke waarden te waarborgen. Het is in eerste instantie aan de organen van het land om zorg te dragen voor goed bestuur. De verantwoordelijkheid van het Koninkrijk in dit verband bestaat uit invulling geven aan het waarborgen van deugdelijkheid van bestuur als bedoeld in artikel 43, tweede lid van het Statuut voor het Koninkrijk. Uitgangspunt daarbij is dat de Koninkrijksregering de landen de tijd en ruimte laat om zelf hun verantwoordelijkheid te nemen. Ingrijpen in de autonomie van een land om de deugdelijkheid van bestuur te waarborgen, moet worden beschouwd als een ultimum remedium.


X Noot
1

«Tirannieke tendensen», Antilliaans Dagblad, 5 maart 2012.