Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-IV nr. 26

32 500 IV Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2011

Nr. 26 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 januari 2011

Tijdens mijn bezoek aan Curaçao op 12 en 13 januari jongstleden heb ik onder meer gesprekken gevoerd over de mate waarin een aantal van de ministers die sinds 10-10-10 deel uitmaken van de regering van Curaçao ministeriabel geacht kan worden.

Ik mocht van de Gouverneur, in antwoord op mijn verzoek daartoe, zijn waardering van de uitkomsten van de gebruikelijke screening van bewindslieden door de veiligheidsdienst Nederlandse Antillen c.q. Curaçao ontvangen.

De Gouverneur geeft aan dat bij zijn waardering de overweging meespeelt dat het hier zittende leden van de Raad van Ministers betreft waardoor alleen ingrijpende beslissingen gerechtvaardigd zijn indien onomstotelijk is vastgesteld dat men niet ministeriabel wordt geacht.

De Gouverneur stelt naar aanleiding van de reactie van de betrokken bewindslieden op de resultaten van de screening dat er voor hem voldoende reden is aan te nemen dat er geen sprake is van omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat de ministers niet ministeriabel zijn.

Ik heb aangegeven geen reden te zien om af te wijken van dit standpunt van de Gouverneur.

In de loop van volgende week volgt een uitgebreider verslag van mijn bezoek aan alle eilanden.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner