Vragen van het lid Gesthuizen (SP) aan de minister voor Immigratie, Integratie en
Asiel over een Irakees gezin dat een week geleden op straat is gezet (ingezonden 7 februari
2012).
Antwoord minister Leers (Immigratie, Integratie en Asiel) (ontvangen 2 maart 2012).
Vraag 1 en 2
Wat is uw reactie op de berichten dat een Irakees gezin in dit winterweer op straat
is komen te staan?1
Hoe verhoudt een situatie als deze zich tot de inhoud van uw brief van 15 december
2010?2 Hoe komt het dat in weerwil van de uitspraak van het Gerechtshof te Den Haag dit
gezin met minderjarige kinderen op straat is beland?3
Antwoord 1 en 2
Het betreffende Irakese gezin zou, na afwijzing van hun eerste asielaanvraag, in de
vrijheidsbeperkende locatie (VBL) in Ter Apel geplaatst worden alwaar zij verder aan
hun vertrek zouden kunnen werken. Zij zijn echter voor hun overplaatsing naar de VBL
met onbekende bestemming vertrokken. Vanuit de illegaliteit hebben zij vervolgens
een herhaalde aanvraag ingediend. Het gezin werd vanwege de heersende vorst in januari
in de procesopvanglocatie (POL) te Arnhem geplaatst ter voorbereiding op de behandeling
van hun aanvraag, ofschoon zij geen recht op opvang of onderdak hadden aangezien het
een herhaalde aanvraag betrof.
Ten tijde van de afwijzing van de aanvraag (eind januari) was er geen sprake van vrieskou.
Na afwijzing van een herhaalde aanvraag hebben asielzoekers, ook als het gezinnen
betreft, in beginsel geen recht op opvang of onderdak tenzij zij willen meewerken
aan terugkeer, na intrekking van eventueel lopende procedures. Ook als er sprake zou
zijn van een periode van vorst zal aan vreemdelingen waarvan de opvang reeds beëindigd
was, in beginsel geen opvang meer bij het COA worden verstrekt.
Ik heb vernomen dat het gezin geen gevolg heeft gegeven aan hun plicht om Nederland
te verlaten en onderdak heeft gevonden bij het Leger des Heils te Zwolle. Via het
Leger des Heils is aan betrokkenen medegedeeld dat zij in een gezinslocatie geplaatst
konden worden. Hoewel het gezin geen recht op opvang had, is door DT&V besloten dat
er vanwege de extreme weersomstandigheden sprake was van een uitzonderlijke situatie.
Inmiddels heeft dit ertoe geleid dat het gezin sinds 6 februari jl. in de gezinslocatie
Gilze verblijft.
Vraag 3
Was in deze situatie de terugkeer geregeld en daarmee feitelijk mogelijk? In hoeverre
werden zij hierbij begeleid door de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V)?
Antwoord 3
Zonder uitgebreid in te willen gaan op de inhoud van deze individuele zaak kan ik
aangeven dat betrokken vreemdelingen tot nu toe niet hebben aangegeven mee te willen
werken aan hun terugkeer. Hiermee zijn voorbereidingen voor gedwongen terugkeer aan
de orde.
Vraag 4
Gaat u onderzoeken wat er in deze zaak is misgegaan en hoe dit in de toekomst voorkomen
gaat worden?
Antwoord 4
Op basis van de situatie zoals die in bovenstaande antwoorden is uiteengezet, zie
ik geen aanleiding tot een nader onderzoek.
Vraag 5
Is het waar dat een vreemdeling eerst zelf moet bekijken of er een alternatieve opvang
is, voordat ze in de kou op straat worden gezet?4 Worden zij hierin begeleid door bijvoorbeeld het Centraal Orgaan opvang asielzoekers
(COA)?
Antwoord 5
Indien de vreemdeling aangeeft geen alternatief te hebben, kan de vreemdeling gedurende
de vorstperiode nog in de opvang verblijven. Het COA begeleidt asielzoekers die in
de opvang verblijven.
Vraag 6
Welke andere opvangmogelijkheden hebben vreemdelingen indien volgens u noodopvang
door de gemeente niet wenselijk is? Welke acties onderneemt u doorgaans indien een
gemeente toch verantwoordelijkheid neemt en tot noodopvang van vreemdelingen overgaat?
Antwoord 6
Wanneer na een zorgvuldige beoordeling van de asielaanvraag is besloten dat een vreemdeling
niet in aanmerking komt voor bescherming in Nederland, is het perspectief terugkeer.
In die situatie verwacht ik van deze vreemdelingen dat zij hun verantwoordelijkheid
nemen. Dit betekent voldoen aan de vertrekplicht in plaats van te kiezen voor een
marginaal bestaan in de illegaliteit in Nederland. Bij een verblijf in de illegaliteit
zijn vreemdelingen zelf niet gebaat, en ook niet hun kinderen.
Door het Rijk zijn in de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om te voorkomen
dat (afgewezen) asielzoekers op straat terecht komen. Daarnaast biedt de Nederlandse
overheid vreemdelingen ondersteuning om het vertrek te organiseren. Om een goede nieuwe
start te maken in het land van herkomst, biedt de Nederlandse overheid bijvoorbeeld
uitgebreide ondersteuning bij zelfstandige terugkeer.
In antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Nieuwenhuizen van 9 december 2011
ben ik ingegaan op de vraag welke stappen ik onderneem tegen gemeenten die (structurele)
noodopvang bieden (Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, Aanhangsel 1124).
X Noot
3LJN BO9924, Gerechtshof ’s-Gravenhage, JV 2011, 91
X Noot
4Kamerstuk 2011–2012, zaaknr. 2011Z24520, vraag 2, 3 en 4