Vragen van het lid Gerbrands (PVV) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport over de aangekondigde fusie tussen twee GGZ-instellingen (ingezonden 21 december
2011).
Antwoord van minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 23 januari
2012) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 1206.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Emergis en Parnassio Bavo gaan fuseren»?1
Vraag 2
Kunt u, in relatie tot het feit dat het kabinet onlangs akkoord is gegaan met het
aanscherpen van de fusieregels in de zorg, een inhoudelijke reactie geven op deze
fusie?
Antwoord 2
Op 5 oktober 2011 hebben de staatssecretaris en ik in een Algemeen Overleg met de
Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport gedebatteerd over onze voornemens
ten aanzien van aanscherping van de fusietoetsing in de zorg vanwege kwaliteit en
bereikbaarheid. Mede op basis van dit debat zijn die voornemens vertaald in een wetsvoorstel
waarmee het kabinet onlangs akkoord is gegaan. Na het advies van de Raad van State
over dit wetsvoorstel zullen de staatssecretaris en ik het wetsvoorstel bij uw Kamer
aanhangig maken. Totdat het wetsvoorstel tot wet wordt verheven heeft de Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa) echter nog geen bevoegdheden ten aanzien van het goed- of afkeuren
van fusies.
Het is niet aan mij om een inhoudelijk oordeel te geven over individuele fusievoornemens
in de zorgsector. Dit is voorbehouden aan de daarvoor verantwoordelijke toezichthouders.
Het fusievoornemen is op 16 december 2011 gemeld bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit
(NMa) en is daar op dit moment nog in behandeling.
Wel ben ik wel van mening dat zorgaanbieders die willen fuseren ook nu al de belangen
van de patiënten centraal moeten stellen bij hun afwegingen ten aanzien van de fusievoornemens.
Dit om te voorkomen dat door de fusie de kwaliteit, de veiligheid en de bereikbaarheid
van zorg in gevaar komen. Ik zal partijen oproepen om te handelen in de geest van
het wetsvoorstel.
Vraag 3
Hoe gaat u voorkomen dat diverse zorginstellingen nog gauw even gaan fuseren, voordat
de verscherpte wetgeving van kracht is?
Antwoord 3
In het verlengde van de onlangs aan uw Kamer toegestuurde antwoorden op soortgelijke
vragen over andere concrete fusievoornemens in de sector, verwijs ik ook hier naar
de brief die ik op 7 november 2011 aan uw Kamer heb gezonden en naar mijn reactie
tijdens de behandeling van de VWS begroting voor 2012 in uw Kamer op de «motie Leijten»2. Ik heb daarbij aangegeven dat ik geen wettelijke bevoegdheden heb om een algemene
fusiestop af te kondigen. Daarbij ben ik van mening dat niet alle fusies ongewenst
zijn. Een fusie kan soms noodzakelijk zijn voor de continuïteit of de kwaliteit van
de aangeboden zorg. Maar er zijn natuurlijk ook zorgen over fusies en fusies die minder
zijn gewenst. Zorgen die worden ingegeven door ervaringen ten aanzien van de argumentatie
van de noodzaak van fusies, de betrokkenheid van de cliënten, medewerkers en andere
stakeholders bij de uitwerking van fusies en de wijze waarop fusies in het verleden
daadwerkelijk zijn uitgepakt. Vandaar dat de fusietoetsing zal worden aangescherpt.
Om op dit moment zoveel mogelijk aan de wensen van de Kamer tegemoet te komen zal
ik in de richting van (brancheverenigingen van) zorgaanbieders aangeven dat de Kamer
en ik van mening zijn dat partijen uitermate zorgvuldig met fusies moeten omgaan.
En dat ik het zeer wenselijk vind dat zorgaanbieders met fusieplannen ook nu al handelen
in de geest van de komende aanscherping van de regels. Ik zal hierop ook de betreffende
GGZ-instellingen aanspreken.
Vraag 4
Deelt u de mening dat Emergis en Parnassio Bavo een fusie-effectrapportage moeten
opstellen en dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een fusietoets moet uitvoeren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Bij de aanscherping van de fusietoetsing in de zorg wordt de verplichting tot het
opstellen van een fusie-effectrapportage wettelijk verankerd. Met die fusie-effectrapportage
worden zorgaanbieders gestimuleerd tot een zorgvuldige voorbereiding van een fusie,
waarbij het nut, de noodzaak en de gevolgen van een voorgenomen fusie in kaart worden
gebracht en de direct betrokkenen bij de zorgaanbieder (zoals cliënten en medewerkers)
zorgvuldig worden betrokken bij de uitwerking van de plannen. In het verlengde daarvan
zal ook de zorgspecifieke fusietoets, door de NZa, wettelijk worden verankerd.
Het streven is de wetgeving per 2013 van kracht te laten zijn. Zolang de wetgeving
niet van kracht is, kan ik partijen echter niet verplichten tot het opstellen van
een fusie-effectrapportage en heeft de NZa geen bevoegdheid om de fusie te beoordelen.
Zoals ik in het antwoord op vraag 3 heb aangegeven, zal ik er bij de betrokken partijen
wel op aandringen al vast zoveel mogelijk te handelen in de geest van de nieuwe regelgeving.
Vraag 5
Hoe gaat u deze en andere op handen zijnde fusies tegenhouden conform de wens van
de Kamer om een moratorium in te stellen, totdat de inspraak van patiënten en personeel
voldoende is geregeld?
Antwoord 5
Hier verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 3.
X Noot
1Skipr, 19 december 2011.