Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over
angst om aangifte te doen tegen homohaters (ingezonden 17 november 2011).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 6 januari 2012).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 937.
Vraag 1
Kent u het bericht «Buurt te bang voor homohaters»?1 Herinnert u zich de motie-Marcouch c.s. over het vergroten van de aangiftebereidheid
bij haatcriminaliteit?2
Vraag 2, 3, 4 en 5
Deelt u de mening dat het onverteerbaar is dat mogelijke daders van misdrijven niet
opgepakt worden omdat burgers te bang zijn om aangifte te doen? Zo ja, wat gaat u
hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Kent u signalen waaruit blijkt dat bewoners van de betreffende buurt geen aangifte
durven te doen tegen daders van bedreiging van islamitische homo’s? Zo ja, wat doet
u in deze concrete zaak om mensen toch aan te zetten tot het doen van aangifte? Zo
nee, hoe komt het dat u die signalen niet kent en de pers klaarblijkelijk wel?
Wat zegt het feit dat burgers geen aangifte durven te doen vanwege angst voor represailles
over het gezag van en het vertrouwen in de politie?
Deelt u de mening dat het ook onverteerbaar is dat er klaarblijkelijk burgers zijn
die kennis van de daders hebben, maar te bang zijn om aangifte te doen? Zo ja, hoe
gaat u ervoor zorgen dat deze burgers wel aangifte doen? Welke mogelijkheden zijn
er om anoniem melding dan wel aangifte te doen en vervolgens over te gaan tot opsporing
van de daders? Gaat u die mogelijkheden actief stimuleren en dan gebruik van maken?
Antwoord 2, 3, 4 en 5
De genoemde situatie is aanleiding geweest voor het Stadsdeel West een bewonersavond
te organiseren. Aan die bijeenkomst heeft ook de politie bijgedragen. Op die bijeenkomst
is de (jongeren)overlast aan de orde geweest. Er bestaat bij enkele bewoners de zorg
het mikpunt te worden van die overlast. In de media is de suggestie gewekt dat de
buurtbewoners, zelfs anoniem, geen mededeling zouden durven doen over de identiteit
van de afgebeelde verdachten, op door de politie gepubliceerde foto's. Dit is tijdens
de buurtbijeenkomst niet bevestigd.
Politie en stadsdeel hebben op deze bijeenkomst in West het belang van het doen van
aangifte nogmaals onderstreept. Ook de burgemeester heeft de bewoners uit West hier
tijdens diverse bewonersbijeenkomsten toe opgeroepen. Om de meldings- en aangiftebereidheid
te vergroten heeft het stadsdeel vervolgens samen met de politie actief bij de bewoners
aangebeld om het belang uit te leggen van melding of aangifte van een strafbaar feit.
Daarnaast hebben de bewoners een rechtstreeks nummer van de meldcentrale van de straatcoaches
gekregen, zodat zij bij overlast, incidenten direct kunnen melden. Op de website van
het stadsdeel en in de Westkrant is het belang van melding en/of aangifte eveneens
benadrukt.
Alleen in uitzonderlijke, bedreigende situaties is het mogelijk anoniem aangifte te
doen bij de politie. De politie moet hiervoor een verzoek indienen bij de rechter-commissaris.
Hatecrimes kunnen wel altijd anoniem gemeld worden via de politie website www.hatecrimes.nl
en bij M., de meldlijn van Meld Misdaad Anoniem. Voorts bestaat de mogelijkheid van
domiciliekeuze bij aangifte. Als het niet mogelijk is anoniem aangifte te doen, kan
er voor worden gekozen een briefadres (domicilieadres) in plaats van het woonadres
op te geven. Dit betekent dat alleen dat adres in het dossier wordt opgenomen en dus
niet het woonadres. Alle post wordt naar het briefadres gestuurd. De persoonlijke
adresgegevens blijven dan anoniem, de naam niet. De rechter beslist in hoeverre deze
vorm van anonimiteit tijdens het gehele strafproces kan worden voortgezet.
Vraag 6
Welke inspanning heeft de politie in deze zaak verricht om de daders op te sporen?
Zijn er bijvoorbeeld lokagenten ingezet? Hoeveel capaciteit heeft de politie ingezet
om de daders op te sporen?
Antwoord 6
Na aangifte op 24 augustus 2011 is een opsporingsonderzoek gestart. In deze zaak is
een aanhouding verricht op 8 november 2011. Een tweede verdachte is op 8 december
gehoord. Het opsporingsmiddel waarmee op een «lokagent» wordt gedoeld is niet ingezet.
Het is administratief zeer bewerkelijk de politiecapaciteit in kaart te brengen van
de inzet in deze zaak. De reden hiervoor is dat verschillende politieonderdelen werkzaamheden
hebben verricht als onderdeel van hun reguliere taakuitvoering en omdat werkzaamheden
in het algemeen wel naar aard worden geregistreerd maar daarin niet herleidbaar zijn
naar een specifieke aangifte.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het onvoldoende onderkennen van haatcriminaliteit jegens homo’s
kan zorgen voor een ernstige wijze van vrijheidsberoving, waardoor mensen zichzelf
niet authentiek kunnen gedragen op straat, hun huis niet uitdurven of geen bezoek
meer durven ontvangen? Zo ja, hoe zorgt u er dan voor dat alles op alles wordt gezet
om de daders op te pakken en verdere escalatie te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
De aanpak van hatecrimes is een van de topprioriteiten van het Amsterdamse gemeentebestuur
en van de driehoek. Aan de aangiftebereidheid inzake hatecrimes wordt nadrukkelijk
aandacht besteed. Ik verwijs naar mijn antwoord op de vragen 2, 3, 4 en 5.
X Noot
1 Site AT5, 17 november 2011.