Vragen van het lid
Van der Ham
(D66) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het weigeren van vmbo-t-gediplomeerden bij de HAVO (ingezonden
15 oktober 2010).
Antwoord van minister
Van Bijsterveldt-Vliegenthart
(Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 3 november 2010).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het feit dat een aantal instellingen voor havo leerlingen met vmbo-t-diploma weigert?1
Antwoord 1
Ik ben mij er van bewust dat scholen voor voortgezet onderwijs toelatingseisen hanteren voor de overstap van vmbo naar havo.
Echter, toelatingsvoorwaarden hebben nimmer de strekking gehad om aan leerlingen een recht op toelating toe te kennen; de
toelatingsvoorwaarden regelen enkel de toelaatbaarheid.
Tot 1 augustus 2010 gold het vmbo-diploma gemengde of theoretische leerweg als minimumeis om toegelaten te worden tot het
havo. Het diploma gaf de jongere echter geen toelatingsrecht. De school had en heeft nog steeds de mogelijkheid om bovenop
deze diploma-eis aanvullende eisen te stellen.
In het kader van het stimuleren van stapelen en doorstromen in het voortgezet onderwijs is deze minimumeis onlangs geschrapt.2 Hierdoor is in principe elke leerling toelaatbaar tot havo 4, zoals dat ook bij de toelating tot een hoger leerjaar in vmbo
of vwo het geval is. Of een leerling ook daadwerkelijk toegelaten wordt, is aan het bevoegd gezag van de school voor voortgezet
onderwijs. De school heeft wettelijk gezien nog steeds de ruimte om toelatingscriteria te stellen. Dat kan een bepaald vakkenpakket
zijn of een bepaald cijfergemiddelde. Hier zijn geen voorschriften voor.
Vraag 2
Deelt u de mening dat deze instellingen in strijd handelen met de wet op het voortgezet onderwijs? Waarom wel, waarom niet?
Antwoord 2
Zie antwoord op vraag 1.
Vraag 3
Welke ruimte is scholen toegestaan om extra eisen te stellen aan leerlingen? Hoe wordt hier op toegezien?
Antwoord 3
Scholen hebben wettelijk gezien vanaf 1 augustus 2010 de ruimte om toelatingseisen te stellen aan de leerlingen die instromen
in de hogere leerjaren van het voortgezet onderwijs. Het toelatingsbeleid tot de hogere leerjaren vormt dan ook geen onderdeel
van het toezichtskader van de onderwijsinspectie.
Vraag 4
Bent u het eens met de stelling dat leerlingen met een vmbo-t-diploma in principe altijd moeten kunnen doorstromen naar het
havo? Bent u het eens met de stelling dat scholen hooguit een studieadvies moeten kunnen geven, maar dat dit niet bindend
kan zijn?
Antwoord 4
Ik ben het niet eens met de stelling dat gediplomeerde vmbo theoretische leerwegleerlingen per definitie toegelaten moeten
worden tot het havo. Ik denk ook niet dat een niet-bindend studieadvies uitkomst biedt. De theoretische leerweg bereidt leerlingen
voor op een vervolgopleiding in het mbo of het havo. Dat betekent echter niet dat de leerling per definitie ook wordt toegelaten
tot beide schoolsoorten. De diploma’s van het voortgezet onderwijs geven geen toelatingsrecht.
Bij de toelating tot de hogere leerjaren in het voortgezet onderwijs spelen verschillende factoren een cruciale rol. Factoren
waar de overheid op afstand lang niet altijd zicht op heeft. De voornaamste hindernissen bij het stapelen en doorstromen zijn
namelijk niet van juridische maar van programmatische en schoolorganisatorische aard.3 Ik denk bijvoorbeeld aan niet aansluitende vakkenpakketten tussen het vmbo en het havo. De sectoren van het vmbo sluiten
niet per definitie aan op de profielen van de havo. Daarnaast moet de havoschool überhaupt ook de ruimte hebben om nieuwe
leerlingen toe te laten. De school moet de zittende havisten immers ook kwalitatief goed onderwijs aanbieden.
Ik vind het dan ook te kort door de bocht om hier aan voorbij te gaan. In de afgelopen kabinetsperiode zijn verschillende
wettelijke barrières weggenomen. Ik zal dat ook in de komende periode doen door bijvoorbeeld met het voorstel te komen om
de maximale verblijfsduur in het vmbo af te schaffen. Dat laat echter onverlet dat het stapelen en doorstromen in de eerste
plaats een kwestie is tussen de school voor voortgezet onderwijs, de betrokken leerling en diens ouders.
Vraag 5
Bent u het eens met de inschatting van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) dat het hier om duizenden leerlingen
gaat die geweigerd worden? Wat is uw inschatting?
Antwoord 5
Het is niet eenvoudig om te achterhalen hoeveel leerlingen op deze specifieke grond geweigerd worden, omdat het Basisregister
Onderwijs (BRON) alleen registreert welk onderwijs een leerling daadwerkelijk volgt, en niet het onderwijs dat hij of zij
had willen volgen. In het recente onderzoek «Een stukje van de Nederlandse droom. Doorstroom van vmbo naar havo» (Ecbo, ’s
Hertogenbosch september 2009) wordt op basis van een steekproef geschat dat 11 procent van de vmbo-leerlingen die zich aanmelden
bij een havo wordt geweigerd. Omgerekend zijn dit ongeveer 1100 leerlingen per jaar.
Vraag 6
Wat gaat u doen om aan deze praktijk een eind te maken?
Antwoord 6
Ik heb al eerder aangegeven dat ik geen voorstander ben van het geven van een toelatingsrecht.4 Scholen moeten de ruimte hebben om in te spelen op individuele gevallen. Ik ben dan ook veel meer gecharmeerd van scholen
die de potentiële havisten door middel van aanvullende modules goed voorbereiden op de overstap.
Dat laat onverlet dat scholen voor voortgezet onderwijs in mijn ogen hun toelatingseisen bekend moeten maken in hun schoolplan
en daarover moeten communiceren in hun schoolgids of op hun website. Het is een kwalijke zaak dat ouders en leerlingen te
vaak niet weten waar ze aan toe zijn. De toelatingseisen moeten voor iedereen helder en transparant zijn. Dat kan bijvoorbeeld
ook een rol spelen bij een schoolkeuze. Ik heb de VO-raad gevraagd om dit samen met het onderwijsveld te bewerkstelligen.
Ik zal de Onderwijsinspectie vragen om in het tweede kwartaal van 2011 na te gaan of de scholen inderdaad hun toelatingsbeleid
openbaar gemaakt hebben. Als dat niet het geval is, zal ik dat door middel van wet- en regelgeving alsnog verplicht stellen.
XNoot
1deombudsman.vara.nl, 14 oktober 2010.
XNoot
2Zie Besluit van 1 juli 2010, houdende wijziging van enkele uitvoeringsbesluiten van de Wet op het voortgezet onderwijs in
verband met verruiming van uitbestedings- en doorstroommogelijkheden van leerlingen in het onderwijs (Staatsblad 2010, 283).
XNoot
4Kamerstukken II, 2009/10, 30 079, nrs. 22 en 24.