nr. 15
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 december 2008
De afgelopen periode heb ik met de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap van gedachten gewisseld over het stapelen van diploma’s
en het doorstromen naar hogere schoolsoorten. Aanvankelijk voornamelijk over
het Besluit Samenwerking VO-BVE en het uitbesteden van leerlingen uit het
voortgezet onderwijs (vo) naar het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
(vavo). Tegen de achtergrond van de Commissie Dijsselbloem is de discussie
in de loop van 2008 verbreed naar alle vormen van stapelen en doorstromen
in het voortgezet onderwijs.
Elk talent verdient een kans. Leerlingen moeten de gelegenheid krijgen
om zich tijdens hun schoolloopbaan verder te ontwikkelen. Het stapelen van
opleidingen kan hierbij een belangrijke rol spelen. In mijn ogen moeten leerlingen
uitgedaagd worden om het uiterste uit zichzelf te halen. Zo heb ik al eerder
de toestemming van de inspectie laten vallen om vanuit de gemengde leerweg
van het vmbo over te kunnen stappen naar havo. Het verruimen van de stapel-
en doorstroommogelijkheden is niet alleen in het belang van de leerling, maar
ook van de samenleving als geheel.
Ik heb de Tweede Kamer dan ook toegezegd om een onderzoek in te stellen
naar mogelijkheden en belemmeringen in de regelgeving over doorstroom en het
stapelen van opleidingen. Het onderzoeksbureau Regioplan heeft inmiddels het
onderzoek «Doorstroom en stapelen in het onderwijs» afgerond.
U treft het als bijlage bij deze brief aan.1 De
Tweede Kamer heeft verschillende malen benadrukt de resultaten van het doorstroomonderzoek
voor de begrotingsbehandeling te willen ontvangen. In de komende periode zal
ik de consequenties van een verdere verruiming van de wet- en regelgeving
inclusief de kostenaspecten nader uitwerken.
Onderzoeksconclusies
Op basis van literatuuronderzoek over stapelen en doorstromen, een analyse
van het beschikbare cijfermateriaal, interviews met zaakdeskundigen en een
kleine webenquête is Regioplan tot de volgende conclusies gekomen:
• Scholen hebben veel mogelijkheden om leerlingen te laten stapelen
en doorstromen. In het algemeen zijn er weinig wettelijke beperkingen.
• Scholen hebben ook niet veel behoefte aan aanvullende verruiming.
Met name de recente mogelijkheden tot flexibilisering en maatwerk, zoals het
vakken kunnen volgen op een hoger niveau, hebben deze behoefte doen afnemen.
• Op enkele deelaspecten bestaan er echter wel juridische belemmeringen.
Het gaat dan met name om de verblijfsduur in het vmbo, het behalen van een
tweede diploma voor voortgezet onderwijs in dezelfde schoolsoort, het uitbesteden
van vo-leerlingen naar het volwassenenonderwijs en het uitbesteden van leerlingen
uit het voortgezet speciaal onderwijs naar het volwassenenonderwijs.
• Wel geeft Regioplan aan dat het door ontbrekend cijfermateriaal
lastig is om te bepalen hoeveel leerlingen hinder ondervinden van de bovengenoemde
vier juridische belemmeringen. Regioplan gaat er vanuit dat het om kleine
leerlingenaantallen gaat. Per deelaspect zou het eerder om tientallen tot
honderden leerlingen gaan dan om duizenden leerlingen.
Aanpassing van de bestaande wet- en regelgeving
De Tweede Kamer heeft verschillende malen benadrukt de resultaten van
het doorstroomonderzoek voor de begrotingsbehandeling te willen ontvangen.
Ik heb u op 3 juli 2008 al toegezegd dat ik het stapelen van diploma’s
voor uitbestede vo-leerlingen mogelijk zal maken (Tweede Kamer, vergaderjaar
2007–2008, 31 007, nr. 28). Ik sta eveneens positief tegenover
een verruiming van de verblijfsduur van het vmbo, het behalen van een tweede
vo-diploma in dezelfde schoolsoort en het uitbesteden van vso-leerlingen aan
het vavo (mede met het oog op het verhogen van het rendement van het vso),
maar ik wil wel de consequenties inclusief de kostenaspecten overzien alvorens
ik hierover definitief het besluit wil nemen. Ik zal hierbij in ieder geval
de resultaten van het veldonderzoek van de Stichting Platforms vmbo (SPV)
(Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 30 079, nr. 10), het in
januari 2009 te verschijnen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid
(WRR) over de uitval van «overbelaste» jongeren, de binnenkort
te verschijnen brief over onderadviseren en onderpresteren van staatssecretaris
Dijksma en de tussenrapportage van het project meerdere examenmomenten dat
ook ingaat op doorstroomaspecten betrekken.
Ik deel de ambitie van de Tweede Kamer om leerlingen meer ruimte te bieden
om zich te kunnen ontplooien. Wel wil ik benadrukken dat ik bij verdere wettelijke
verruiming zorgvuldig te werk wil gaan. Het is mijn streven om het stapelen
van diploma’s voor uitbestede vo-leerlingen vanaf 1 augustus
2010 mogelijk te maken. Met de eventuele overige verruimingsvoorstellen zijn
wijzigingen van de Wet op het voortgezet onderwijs gemoeid. Omdat deze meer
tijd vergen, zet ik hierbij na bovengenoemde zorgvuldige afweging en beslissing
in op inwerkingtreding vanaf 1 augustus 2011.
Programmatische en organisatorische hindernissen
Regioplan constateert in haar onderzoek dat er naast de wettelijke belemmeringen
voor het stapelen en doorstromen ook enkele praktische hindernissen zijn.
Het gaat hier hoofdzakelijk om programmatische en organisatorische hindernissen,
zoals bijvoorbeeld uit het advies «Doorlopende of doodlopende leerwegen?
Een advies over in- en doorstroom in het onderwijs» (november 2008)
van de Adviesraad Diversiteit en integratie aan de gemeente Amsterdam. Niet
alle scholen voor voortgezet onderwijs zijn even enthousiast over stapelen
en/of doorstromen. Daarnaast sluiten opleidingen ook niet altijd optimaal
op elkaar aan. Het gaat dan met name over de aansluiting tussen vmbo en havo
en tussen havo en vwo. Ik zal op korte termijn contact opnemen met de VO-raad
om deze programmatische en organisatorische hindernissen te bespreken. Ik
wil het dan met name hebben over de schoolspecifieke toelatingscriteria voor
het havo, de positie van de theoretische leerweg, het niet te snel laten afstromen
van leerlingen en de beperkte bekendheid met de ruimte die de huidige wet-
en regelgeving al biedt.
Ik zal u in april 2009 nader informeren over de consequenties van een
verdere verruiming van de wet- en regelgeving inclusief de kostenaspecten.
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart