Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-20113300

Vragen van het lid Smits (SP) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de spaarrekening van de MBO Raad en de beantwoording van eerdere vragen over de MBO Raad (ingezonden 31 mei 2011).

Antwoord van minister Van Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 15 augustus 2011).

Vraag 1

In hoeverre worden de «bijdrage mbo instellingen bedrijfstakgroepen» en de «overige bijdragen instellingen» opgebracht door bekostigde mbo-instellingen?1

Antwoord 1

Zoals uit de Jaarrekening 2010 blijkt, worden deze middelen opgebracht door de bekostigde mbo-instellingen. Deze instellingen zijn op vrijwillige basis lid van de MBO Raad.

Vraag 2

Deelt u de opvatting dat wanneer de «bijdrage mbo instellingen bedrijfstakgroepen» en de «overige bijdragen instellingen» worden opgebracht door bekostigde mbo-instellingen, de MBO Raad in 2009 geen 7,2 miljoen euro heeft ontvangen van bekostigde instellingen, maar 8,9 miljoen euro? Zo ja, waarom antwoordde u op eerdere vragen dan 7,2 miljoen in plaats van 8,9 miljoen euro?2 Zo neen, waarom niet?

Antwoord 2

De eerdergenoemde € 7,2 miljoen wordt door de onderwijsinstellingen aan de MBO Raad betaald als contributie. De € 1,3 miljoen voor de «Bijdrage mbo Instellingen Bedrijfstakgroepen» wordt volgens de informatie van de MBO Raad besteed aan de bedrijfstakgroepen, waarvan de mbo-instellingen op vrijwillige basis lid zijn. Uit deze middelen worden gezamenlijke activiteiten betaald, zoals het ontwikkelen van gezamenlijke leerplannen en gestandaardiseerde examens. Hiermee gaat het geld direct terug naar de instellingen. De MBO Raad fungeert dus alleen als doorgeefluik. De «Overige bijdragen mbo Instellingen» betreffen gelden die door de instellingen betaald worden voor aanvullende activiteiten van de bedrijfstakgroepen, die niet gedekt kunnen worden uit de reguliere middelen, zoals organisatie van en deelname aan trainingen en workshops om de professionaliteit te vergroten.

Vraag 3

Wat is uw oordeel over de ruim 2,5 miljoen euro die de MBO Raad meer verdiende dan uitgaf in 2010? Hoe komt het exploitatieresultaat in 2010 ruim twee miljoen euro hoger is dan in 2009?

Antwoord 3

De MBO Raad is een vereniging en ik ga ervan uit dat zij geen geld verdienen of winst maken. Volgens de MBO Raad is het exploitatieresultaat in 2010 vooral beïnvloed door het bedrag voor projectgelden. Deze gelden zijn aan de MBO Raad betaald voor verschillende onderwijsprojecten en worden weer doorgesluisd naar de instellingen. De projectgelden worden besteed aan concrete activiteiten die van direct nut zijn voor de uitvoering van het onderwijs binnen de instellingen. Voorbeelden zijn Toepassingen ICT in het onderwijs en Sport en Bewegen.

Vraag 4

Is het waar dat de MBO Raad 8,8 miljoen euro op de bank heeft staan? Hoe is deze 8,8 miljoen euro aan liquide middelen opgebouwd? Hoe kan het dat de liquide middelen van de MBO Raad in één jaar zijn gestegen met 6,9 miljoen euro?

Antwoord 4

De toename van de liquide middelen is te verklaren door het overmaken van subsidies eind 2010 door OCW voor projecten zoals Sport en Bewegen, Loopbaanoriëntatie en -begeleiding en Triple A (ICT-projecten). Deze gelden stonden op de rekening van de MBO Raad en zijn begin 2011 doorgesluisd naar de instellingen. Er staan verplichtingen tegenover en het kan niet worden beschouwd als vrij besteedbaar geld. Deze gelden komen direct ten goede aan onderwijsprojecten binnen de instellingen.

Vraag 5

Deelt u de constatering dat onderwijsgeld niet doelmatig wordt besteed wanneer de MBO Raad miljoenen euro’s meer binnen krijgt dan uitgeeft? Zo neen, hoe is het onderwijs gediend bij een winst van 2,5 miljoen euro van de MBO Raad? Zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan?

Antwoord 5

Ik deel deze constatering niet. Voor een verdere toelichting verwijs ik naar vraag 3 en 4.

Vraag 6

Deelt u de mening dat de MBO Raad handelt in strijd met uw doelstelling om sectorraden doelmatiger met de middelen te laten omgaan, nu de Raad als reden voor het aanleggen van het spaartegoed aangeeft dat zij alvast hebben gespaard, omdat zij een daling in inkomen verwachten nu u scholen (waaronder mbo-instellingen) met 20 miljoen euro gaat korten? Zo ja, wat gaat u doen? Zo neen, hoe verhoudt deze strategie van de MBO Raad zich met uw doelstelling dat sectorraden efficiënter moeten werken?3 4

Antwoord 6

Ik deel deze mening niet. De korting in het Regeerakkoord op de sectorraden krijgt in het mbo (evenals het primair, voortgezet en hoger onderwijs) vorm via een korting op de lumpsum van de instellingen. Ik ga ervan uit dat de instellingen deze korting niet ten koste van het primaire proces laten gaan, Het is verder aan de instellingen om te bepalen welke afspraken zij in hun Vereniging MBO Raad maken over de wijze van financiering van de MBO Raad. Ik treed daar niet in.

Vraag 7

Deelt u de verwachting dat de bezuiniging op de sectorraden dankzij de handelswijze van de MBO Raad en de instellingen terecht komen bij het onderwijs in plaats van bij de sectorraad? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 7

Nee, ik deel deze verwachting niet. Ik ga ervan uit dat de instellingen de korting niet ten koste zullen laten gaan van het primaire proces.

Vraag 8

Is de constatering terecht dat u geen feitelijke macht heeft over de sectorraden en er geen garantie is dat de efficiencykorting van 20 miljoen euro op sectorraden in het onderwijs ook daar terecht zal komen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, zou u deze macht willen hebben? Is een korting op het onderwijsbudget dan niets meer dan een schot hagel in de hoop dat u de sectorraden ermee raakt?

Antwoord 8

De sectorraden, waaronder de MBO Raad, vervullen een nuttige functie in de relatie tussen mijn ministerie en onderwijsinstellingen. Het is namelijk niet doenlijk dat alle instellingen afzonderlijk met mij of de vakorganisaties zouden overleggen. De aanwezigheid van de sectorraden levert daarom efficiencywinst op. De vraag over macht vind ik niet aan de orde. Het gaat namelijk om autonome verenigingen waar de onderwijsinstellingen op vrijwillige basis lid van zijn. Zie verder het antwoord op vraag 7.

Vraag 9

Gelooft u er nog steeds in dat sectorraden het belang van het onderwijs voorop hebben staan en niet hun eigenbelang? Zo ja, hoe verklaart u dan dat de MBO Raad onderwijsgeld onttrekt aan scholen met als doel de efficiencykorting die u voor hen heeft bedacht te ontduiken? Zo neen, bent u bereid er zorg voor te dragen dat er geen cent onderwijsgeld meer weglekt naar de MBO Raad?

Antwoord 9

Ja, ik heb geen enkele reden om te veronderstellen dat de sectorraden het belang van het onderwijs niet voorop hebben staan. De leden van de MBO Raad, de onderwijsinstellingen, bepalen tijdens de ALV de koers van de MBO Raad. Zoals eerder aangegeven ga ik ervan uit, dat de mbo-instellingen de korting niet ten koste laten gaan van het primaire proces.

Ik ben niet in de positie om de instellingen een bepaalde handelwijze voor te schrijven over de wijze waarop zij op vrijwillige basis geld betalen aan hun branchevereniging.

Vraag 10

Bent u bereid een maximum in te stellen dat onderwijsinstellingen mogen besteden aan een sectororganisatie? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 10

Nee, ik ga er vanuit dat scholen hierin een zorgvuldige afweging maken. Dat is allereerst in hun eigen belang.

Vraag 11

Bent u bereid om in gesprek te gaan met de MBO Raad met als inzet dat de MBO Raad zijn uit onderwijsgeld opgebouwde spaargeld terugstort naar de scholen?

Antwoord 11

Nee, dit is een verantwoordelijkheid van de MBO Raad en haar leden.

Vraag 12

Hoe oordeelt u over het aantal personeelsleden van de MBO Raad (85 man) ten aanzien van de taken van de MBO Raad?5

Antwoord 12

Het is aan de leden van een branchevereniging om te bepalen hoe zij het bureau van hun vereniging willen vormgeven.


X Noot
1

Financieel verslag 2010 van de Vereniging MBO Raad.

X Noot
2

Vragen van het lid Smits van 20 april 2011 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2010–2011, nr. 2294.

X Noot
3

http://www.mboraad.nl/?faq/47182/Waarom+heeft+de+MBO+Raad+een+reserve+opgebouwd.aspx «De aangesloten onderwijsinstellingen hebben voorzien dat de eigen inkomsten zullen dalen waardoor er ook minder contributiegelden beschikbaar zullen zijn. Om ook in deze omstandigheden continuïteit van uitvoering van de taken te garanderen, heeft de MBO Raad met instemming van de onderwijsinstelling een reserve opgebouwd. Deze reserve valt binnen de bandbreedte die hoort bij een normaal en gewenst niveau van solvabiliteit.»

X Noot
4

Kamerstuk 32 500 VIII, nr. 160.

X Noot
5

http://www.mboraad.nl/?category/133162/Medewerkers.aspx