Vragen van de leden Jacobi en Wolbert (beiden PvdA) aan de staatssecretaris van Economische zaken, Landbouw en Innovatie over de vernielde dassenburchten en vergiftigde wilde dieren in Drenthe (ingezonden 8 april 2011).

Antwoord van staatssecretaris Bleker (Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) (ontvangen 23 juni 2011).

Vraag 1

Bent u op de hoogte van de vernielingen aan dassenburchten in Drenthe door motorcrossers en prikkeldraad?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Welke maatregelen acht u noodzakelijk tegen deze bedreigingen van onze inheemse wilde dieren zoals dassen?

Antwoord 2

Verstoring of vernieling van woonplaatsen van inheemse wilde dieren is verboden op grond van artikel 11 van de Flora- en faunawet. Overtreding van dit verbod is strafbaar gesteld als economisch delict (art. 1a Wet op de economische delicten). Verder verwijs ik naar het antwoord op vraag 6.

Vraag 3

Is het u bekend dat het afgelopen jaar zoogdieren en roofvogels slachtoffer zijn geworden van vergiftigd lokaas waarbij in verreweg de meeste vergiftigingsgevallen bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt die in ons land wettelijk niet meer zijn toegelaten?2

Antwoord 3

Ja.

Vraag 4

Welke beleid staat het kabinet voor bij het in bezit hebben of gebruiken van bestrijdingsmiddelen die verboden zijn?

Antwoord 4

Gewasbeschermingsmiddelen en biociden mag men slechts voorhanden hebben of gebruiken indien het bezit en het gebruik daarvan is toegestaan op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het constateren van het voorhanden hebben of gebruiken van een niet volgens de wet toegelaten middel leidt in beginsel tot een bestuurlijke boete van € 2000,-.

Vraag 5

Wat is uw standpunt over de strafmaat voor gebruik van verboden bestrijdingsmiddelen en het vergiftigen van wilde dieren?

Antwoord 5

Overtreding van het verbod op het bezit en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of biociden zonder toelating is een overtreding van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, die vatbaar is voor een bestuurlijke boete. Ik acht de bij vraag 4 genoemde boete voldoende afschrikkend voor de meeste gevallen. In voorkomend geval kan een boete worden opgelegd tot € 45 000,- voor natuurlijke personen en € 450 000,- voor rechtspersonen.

Daarnaast is het een economisch delict, evenals overtreding van het verbod op het doden van beschermde dieren. Voor dergelijke overtredingen kan op grond van de Wet op economische delicten een straf worden geëist van maximaal zes maanden tot twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie, een en ander afhankelijk van de vraag of de overtreding met opzet is begaan. Dat vind ik voldoende.

Vraag 6

Bent u bereid om meer te investeren in de opsporing en berechting van mishandeling van in het wild levende dieren?

Antwoord 6

In de brief van de Minister van Veiligheid en Justitie en mij aan de Tweede Kamer van 28 april 2011, TK 29 628, nr. 257, over de inzet van de dierenpolitie is aangegeven dat de dierenpolitie ingezet zal worden voor onder meer het opsporen van dierenmishandeling en stroperij. De afspraken uit die brief worden de komende maanden uitgewerkt in een convenant met alle handhavingpartners die zich met de bestrijding van dierenmishandeling en dierverwaarlozing bezig houden.

Vraag 7, 8

Kunnen de boswachters als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa’s) beter worden opgeleid en getraind?

Bent u bereid een deel van de middelen voor de animal cops in te zetten voor het trainen van boswachters/boa’s en het verbeteren van de samenwerking met de politie?

Antwoord 7, 8

Voor de opleidingen en trainingen van buitengewone opsporingsambtenaren verwijs ik naar de Circulaire Buitengewoon Opsporingsambtenaar (Staatscourant nr. 5381 van 9 april 2010). Daarin wordt ook voorzien in een professionaliseringstraject voor boswachters. De circulaire bevat ook maatregelen om de samenwerking met de politie te verbeteren.

Ik acht de maatregelen, die in de circulaire genoemd worden, voldoende.


X Noot
1

Radio 1, 6 april 2011.

X Noot
2

Onderzoek naar de doodsoorzaken van inheemse wilde fauna, verslag over 2010, WUR, 2011.

Naar boven