Vragen van de leden Gesthuizen (SP), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Braakhuis (GroenLinks), Dikkers (PvdA) en Veldhoven-Van der Meer (D66) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en van Economische Zaken over de problemen rond oliewinning in Nigeria waarbij Shell betrokken is (ingezonden 25 augustus 2010).

Antwoord van de ministers Verhagen (Buitenlandse Zaken) en Van der Hoeven (Economische Zaken) (ontvangen 22 september 2010).

Vraag 1

Wat is uw reactie op het tv-programma Zembla over Shell in Nigeria?1

Antwoord 1

De uitzending van Zembla illustreert nog eens de ernst en de complexiteit van de problematiek in de Nigerdelta in Nigeria, waar milieuverontreiniging, armoede, onveiligheid, gebrekkig bestuur en corruptie nauw verweven zijn. De Nederlandse regering is bezorgd over de effecten hiervan op de mensenrechtensituatie van de bevolking in de Nigerdelta. Daarnaast toont het programma aan dat een duurzame oplossing van de problemen in het gebied een inspanning zal eisen van alle betrokkenen, waaronder de Nigeriaanse overheid, oliemaatschappijen alsmede de in het gebied actieve lokale groeperingen.

Vraag 2

Acht u het, mede gezien het eerdere rapport van Amnesty International over Shell in de Niger Delta2 en uw reactie daarop3, zaak om als Nederlandse overheid uw inspanningen om deze situatie te helpen verbeteren, te intensiveren? Zo ja, wat moet er dan gebeuren en hoe gaat u dat bereiken? Zo nee, waarom niet?  

Antwoord 2

Nederland draagt op verschillende manieren bij aan een oplossing voor de problemen in het gebied. Zo ondersteunt Nederland het «Extractive Industries Transparency Initiative» (EITI), dat zich richt op transparantie in geldstromen die voortkomen uit grondstoffenwinning. Het EITI is inmiddels in Nigeria wettelijk verankerd en zorgt voor jaarlijkse audits van de afdrachten en inkomsten die uit olie- en gasproductie voortkomen. Tevens draagt Nederland middels zijn mensenrechtenfonds (MRF) met een bijdrage van 1,5 miljoen eurobij aan de verbetering van mensenrechten en leefomgeving, en aan de versterking van de rechtspositie van lokale gemeenschappen ten opzichte van de overheid en de internationale oliemaatschappijen in de Nigerdelta.

Voorts neemt Nederland in Abuja deel aan het donoroverleg onder leiding van UNDP inzake het opstarten van een post-amnestie programma voor ex-Nigerdelta-militanten die hun wapens hebben ingeleverd.

Daarnaast stelt Nederland regelmatig de problematiek in de regio, waaronder met name de milieu- en mensenrechtenaspecten, aan de orde in contacten met de Nigeriaanse overheid. Ook voert de regering een dialoog met oliemaatschappij Shell, waarbij de milieuvervuiling in de Nigerdelta nadrukkelijk op de agenda staat. Tot slot vraagt Nederland ook in EU-verband regelmatig aandacht voor de situatie in de Nigerdelta. Waar nodig zullen deze inspanningen verder worden geïntensiveerd.

Vraag 3

Bent u bereid contact op te nemen met de heer Cowing, hoofd Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) in Ogoniland, om met hem de kwestie te bespreken en de Kamer te laten weten waartoe dit heeft geleid?  

Antwoord 3

Ja. Zie ook antwoord op vraag 4.

Vraag 4

In welke mate schat u in dat de betrokkenheid van een Nederlands bedrijf dat op deze wijze door de VN wordt veroordeeld, schade oplevert aan de internationale positie van Nederland?

Antwoord 4

Van enige veroordeling van een Nederlands bedrijf door de VN is momenteel geen sprake. De uitkomsten van het lopende UNEP-onderzoek naar de milieu-effecten van oliewinning in de regio zullen naar verwachting begin 2011 aan de Nigeriaanse regering, als opdrachtgever van het onderzoek, worden aangeboden. De Nederlandse regering wacht eerst de uitkomsten van het lopende UNEP-onderzoek af, alvorens hieraan verdere conclusies te verbinden.


XNoot
1

Zembla 13 juni 2010, Vuile olie van Shell.

XNoot
2

2009, Nigeria: petroleum, pollution and poverty in the Niger Delta.

XNoot
3

Brief d.d. 28 januari 2010 aan de Tweede Kamer (26 485, nr. 87).

Naar boven