Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-20111110

Vragen van het lid Van der Ham (D66) aan de minister-president over uitspraken over het hoger onderwijs (ingezonden 17 januari 2011).

Antwoord van minister-president Rutte (Algemene Zaken), mede namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 18 januari 2011).

Vraag 1

Kunt u toelichten hoe de ombuigingen en intensiveringen zich de komende jaren (2011 – 2015 en structureel op basis van de voorgenomen kabinetsmaatregelen) verhouden in het hoger onderwijs?1

Antwoord 1

Het kabinet staat voor de opgave om de overheidsfinanciën weer op orde te brengen. Niet als doel op zich, maar om de economie en samenleving nu en in de toekomst houdbaar te laten zijn. Tegelijkertijd wil het kabinet een forse impuls geven aan de kwaliteit van het hoger onderwijs. Om de middelen voor de kwaliteitsimpuls vrij te maken, moeten er ook ombuigingen plaatsvinden. Daarnaast wordt ook van de student wordt een hogere bijdrage gevraagd, als investering in zijn eigen toekomst.

Voor de kwaliteitsimpuls is een bedrag beschikbaar van € 50 mln. in 2012, oplopend tot € 230 mln. in 2015 en tot € 300 mln. structureel2. Daarnaast vinden in deze jaren bezuinigingen plaats. Tot 2015 is er sprake van een netto terugloop van de rijksmiddelen. Vanaf 2015 voorziet de financiële paragraaf van het Regeerakkoord er structureel in dat bezuinigingen en investeringen in het hoger onderwijs vrijwel met elkaar in evenwicht zijn.

Vraag 2

Kunt u, waar u aangeeft dat de kwaliteit van het hoger onderwijs op dit moment niet voldoende is, uiteenzetten wat de nulmeting van die kwaliteit van het hoger onderwijs is en op welke criteria die wordt gebaseerd?

Antwoord 2

Er zijn al geruime tijd, ook bij vorige kabinetten, zorgen over de kwaliteit van het hoger onderwijs, met name de kwaliteit van de hbo-bachelor. De recente signalen rondom de alternatieve afstudeertrajecten in het hbo doen daar wederom vragen over rijzen. Ook in het advies van de Commissie Veerman wordt opgemerkt dat het hoger onderwijs zwakke kanten heeft, zoals de hoge uitval van studenten, terwijl het talent onvoldoende wordt benut.

Dat neemt niet weg, dat Nederland een gewaardeerd systeem van kwaliteitsborging heeft en dat de basiskwaliteit van het onderwijs over het geheel genomen op orde is. Maar voor een land, dat de ambitie heeft een topkenniseconomie te zijn, is dat natuurlijk niet voldoende. De door de Commissie Veerman genoemde knelpunten moeten dan ook met kracht worden aangepakt.

Door het vorige kabinet en door de hoger onderwijssector zelf zijn daartoe al belangrijke stappen gezet. Zo zijn er meerjarenafspraken over studiesucces en kwaliteit gemaakt met nulmetingen en streefcijfers op indicatoren rondom uitval, rendement en kwaliteit. Uw Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de voortgang daarvan. In de Strategische Agenda hoger onderwijs en onderzoek (die u in juni a.s. zult ontvangen) zullen voorstellen worden gedaan voor nieuwe afspraken over onderwijskwaliteit.

Vraag 3

Wat is de doelstelling van het kabinet wat betreft het aantal uren college dat een student per week moet volgen? Hoeveel uren college volgen studenten nu per week, uitgesplitst naar verschillende categorieën studies? Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat het aantal uren onderwijs dat studenten in het hoger onderwijs krijgen omhoog gaat?

Antwoord 3

Het kabinet is van mening dat er flink geïnvesteerd moet worden in de onderwijsintensiteit en kwaliteit van het hoger onderwijs. Studenten moeten meer contacturen krijgen en meer uitgedaagd worden. Het gemiddeld aantal contacturen verschilt per instelling en per opleiding. De precieze informatie is beschikbaar op www.studiekeuzeinformatie.nl.

In de huidige meerjarenafspraken over studiesucces en kwaliteit worden de contacturen op landelijk niveau gemonitord, maar in de nieuwe meerjarenafspraken zullen specifieke afspraken per instelling worden gemaakt om het aantal contacturen te verhogen. Uw Kamer heeft het kabinet in de motie Rouwe/Lucas (Kamerstuknr. 32 500 VIII, nr. 66) verzocht dit transparant te maken. Afhankelijk van de meerjarenafspraken zullen de instellingen extra financiële middelen krijgen om de onderwijsintensiteit te verhogen.

Vraag 4

Kunt u een overzicht geven van de bureaucratie en regelgeving die het kabinet gaat schrappen? Kunt u aangeven hoe de verplichte maatschappelijke stage zich en de extra administratieve lasten die dit voor scholen betekent zich hiertoe verhoudt?

Antwoord 4

Zoals in het regeerakkoord is opgenomen, zal de regeldruk voor burgers, professionals en bedrijven verder worden verminderd. In februari a.s. ontvangt uw Kamer de brief over het programma regeldruk bedrijven. De vermindering van regeldruk geldt uiteraard ook voor onderwijsinstellingen.

Zo is er binnen OCW al een aantal trajecten in gang gezet, die voor de onderwijsinstellingen zullen leiden tot minder regeldruk. Voorbeelden zijn:

  • Uitvoering van de beleidsprioriteiten vindt zo veel mogelijk plaats vanuit de lumpsum en zo min mogelijk via specifieke subsidies

  • Invoering van het Uniform Subsidie Kader (USK) bij nieuwe subsidieregelingen (minder en makkelijker)

  • Doorlichting uitvoeringsstructuur op duidelijkere structuren en minder bestuurlijke drukte

  • Vermindering uitvoeringslasten DUO

  • Efficiëntere gegevensuitwisseling: digitalisering van informatiestromen, invoering van e-formulieren, invoering van basisregistraties.

Om de regeldruk verder te verminderen vindt er momenteel een onderzoek plaats waarin wordt gevraagd welke regeldruk voor onderwijsinstellingen ergerlijk is. Aan de hand daarvan zal worden nagaan welke mogelijkheden er zijn om deze regeldruk te verminderen.

De instellingen in het hoger onderwijs zijn autonoom en het aantal subsidies in deze sector van het onderwijs is beperkt. Daardoor zijn de mogelijkheden tot reductie van de administratieve lasten voor de instellingen van het hoger onderwijs klein. De hogescholen en universiteiten lopen mee in bovengenoemde trajecten. In wetstrajecten, als versterking besturing (Staatsblad 2010, nr. 119 ) en de aanpassing van het accreditatiestelsel (Staatsblad 2010, nr. 293) zijn de administratieve lasten al verminderd.

De gevolgen van het wetsvoorstel maatschappelijke stage voor de administratieve lasten van scholen zijn voorgelegd aan het adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal). Actal heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het voorstel.

Vraag 5

Hoe gaat het kabinet het mogelijk maken dat schaalvergroting wordt tegengegaan?

Antwoord 5

Ongebreidelde schaalvergroting in het onderwijs wordt tegen gegaan door middel van het wetsvoorstel fusietoets in het onderwijs. Dit wetsvoorstel is in maart vorig jaar met algemene stemmen door de Tweede Kamer aangenomen en ligt nu ter behandeling voor in de Eerste Kamer (behandeling is gepland op 25 januari a.s.). Daarin worden fusiepartners verplicht de noodzaak van een fusie te motiveren, inclusief baten en lasten, en de effecten van de fusie voor personeel en studenten en het instellingsklimaat van de betrokken instellingen, de effecten op de diversiteit van het onderwijsaanbod en de keuzevrijheid van toekomstige studenten helder in kaart te brengen. De fusiepartners dienen daarbij gebruik te maken van de zogenaamde Fusie Effect Rapportage (FER). De FER wordt getoetst aan de wet door een onafhankelijke adviescommissie; in het hoger onderwijs zal die taak belegd worden bij de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO). De CDHO brengt advies uit aan de minister, die vervolgens beslist.

Vraag 6

Kunnen deze vragen worden beantwoord vóór het spoeddebat over de bezuinigingen op het Hoger Onderwijs?

Antwoord 6

Ja.


XNoot
1

http://www.nu.nl/politiek/2421926/rutte-ontevreden-kwaliteit-hoger-onderwijs.html

XNoot
2

De financiële middelen staan op de aanvullende post van het Rijk gereserveerd.