Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-20102810

Vragen van het lid Agema (PVV) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat in Nederland jaarlijks zeker 200.000 ouderen mishandeld worden (ingezonden 16 juni 2010).

Antwoord van minister Klink (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 23 juni 2010).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Zeker 200.000 ouderen mishandeld»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat is uw reactie op dit schokkende aantal dat in werkelijkheid waarschijnlijk nog vele malen hoger ligt volgens ouderenorganisatie ANBO?

Antwoord 2

Iedere mishandeling er een te veel. Het bericht vormt een stimulans om het ingezette beleid op dit terrein met kracht uit te blijven voeren.

Vraag 3

Hoe gaat u het terugdringen van ouderenmishandeling topprioriteit maken?

Antwoord 3

De bestrijding van geweld in afhankelijkheidsrelaties in het algemeen en ouderenmishandeling in het bijzonder, is reeds prioriteit voor dit kabinet. Een en ander is verwoord in de beleidsbrief «Beschermd en Weerbaar». Met dit beleid zet ik in op het zo veel mogelijk beschermen van slachtoffers, het voorkomen en vroegsignaleren van geweld in afhankelijkheidsrelaties, alsmede op goede nazorg.

Het kabinet heeft ter verbetering van de vroegsignalering de wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling aangekondigd (zie antwoord op vraag 4).

In dit kader financier ik tevens onder meer het implementatietraject STOP ouderenmishandeling, dat zich onder andere richt op landelijke dekking van informatiepunten, de hulpverleningsketen en methodiek. Verder ben ik van plan om een aanvullende subsidie te verlenen aan ANBO en Movisie voor het project EuROPEAN.

Vraag 4

Bent u bereid de maatregelen die ik in 2008 heb voorgesteld te realiseren2, namelijk:

  • VOG voor iedere zorgmedewerker;

  • (anoniem) Meldpunt Ouderenmishandeling in elke gemeente;

  • Meldcode Ouderenmishandeling voor de beroepsgroep;

  • Landelijk Registratiepunt raadpleegbaar door zorgaanbieders van medewerkers die in het verleden zijn ontslagen wegens mishandeling, verwaarlozing, onheuse bejegening van ouderen en gehandicapten;

  • Bevoegdheid Inspectie voor de Gezondheidszorg tot het schorsen van zorgmedewerkers die zich schuldig maken ouderenmishandeling

  • Verdubbeling maximumstraf bij ouderenmishandeling?

Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Voor een aantal beroepen is het bij de aanstelling wettelijk verplicht een VOG (Verklaring omtrent gedrag) te kunnen overleggen. Bijvoorbeeld beroepen in het onderwijs, beroepen in de kinderopvang en in de taxibranche. Momenteel kent de gezondheidszorg in tegenstelling tot bijvoorbeeld het onderwijs vanuit de overheid geen verplichting tot het overleggen van een VOG. Instellingen zelf hebben wel de mogelijkheid tot het aanvragen van een VOG bij de aanstelling van nieuwe beroepskrachten.

In het voorstel voor de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz, 32 402) is echter de verplichting opgenomen voor een zorgaanbieder, voordat hij iemand in dienst neemt of een toelatingsovereenkomst aangaat, om te onderzoeken hoe deze persoon in het verleden heeft gefunctioneerd en of dit functioneren in de weg staat van het verlenen van goede zorg. Een manier om dit functioneren na te gaan is het opvragen van een VOG.

Er hoeft overigens geen wettelijke plicht te bestaan om toch een VOG aan te kunnen vragen. Een aanzienlijk aantal brancheorganisaties eist dat aspirant-leden een VOG overleggen. Zo heeft de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland met haar leden een convenant opgesteld waarin is opgenomen dat het personeel van de aangesloten leden een VOG moet overleggen. Ik zal dit ook bij Actiz onder de aandacht brengen.

Voor wat betreft de suggesties van een landelijke registratiepunt, de noodzaak van een verplichte VOG en de kwestie van tuchtrecht wil ik de voors en tegens daarvan in kaart laten brengen. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de effectiviteit van deze maatregelen, maar ook om zaken als doelmatigheid en privacy. Bij dit alles kan onder meer goed gebruik worden gemaakt van de ervaringen in de curatieve sector.

Wat betreft een (anoniem) Meldpunt Ouderenmishandeling in elke gemeente: er is reeds een landelijk dekkend netwerk van Steunpunten Huiselijk Geweld. Deze zijn mede gericht op het melden van ouderenmishandeling.

Voorts is de voorgenomen Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling expliciet ook van toepassing op signalen van ouderenmishandeling. Organisaties en haar professionals worden door deze voorgenomen wet verplicht om een meldcode op te stellen en te hanteren voor de eigen organisatie of praktijk. Op 1 februari jl. heeft het kabinet, vooruitlopend op de Wet, het integraal basismodel meldcode gepresenteerd. Het model is voor alle organisaties beschikbaar via de site www.meldcode.nl te downloaden.

«Ouderenmishandeling» is niet wettelijk als strafverzwarende omstandigheid benoemd. Het op het gronddelict (zware) mishandeling gestelde strafmaximum biedt het openbaar ministerie en de rechter echter voldoende ruimte om bij de strafeis respectievelijk de straftoemeting rekening te houden met de omstandigheid dat het slachtoffer een «oudere» betreft. Om deze reden acht ik het dan ook niet nodig de maximumstraf te verhogen.


XNoot
1

De Telegraaf, 15 juni 2010.

XNoot
2

Kamerstuk 31 700 XVI, nr. 55.