Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden
849
Vragen van de leden Bosma en Wilders (beiden
PVV) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw
Van Bijsterveldt-Vliegenthart, over de berichten «Ernstige misstanden
Ibn Ghaldounschool» en «Gezellig van subsidie op Mekkareis». (Ingezonden 3 december 2007)
1
Bent u bekend met de berichten «Ernstige misstanden Ibn Ghaldounschool»
en «Gezellig van subsidie op Mekkareis»?1en2
2
Deelt u de mening dat de islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun
te Rotterdam overheidsgelden op schandelijke wijze heeft ingezet voor een
bedevaartreis naar Saoudie-Arabië? Zo neen, waarom niet?
3
Deelt u de mening dat een school die zulke reisjes organiseert en bovendien
de welbekende haatzaaier Khalil El Moumni op de loonlijst heeft staan, een
slechte bijdrage levert aan de integratie van een bevolkingsgroep met toch
al grote achterstanden? Zo neen, waarom niet?
4
Hoe vindt u het dat binnen deze scholengemeenschap diverse misstanden
zijn geconstateerd rond de examens, dat echtgenotes van bestuursleden dikbetaald
overblijfmoedertje spelen, dat er in vier gevallen medewerkers een te hoog
salaris hebben ontvangen en dat het financiële beheer een zooitje schijnt
te zijn?
5
Deelt u de mening, vorige vragen in ogenschouw nemend, dat de financiering
van deze scholengemeenschap direct moet worden stopgezet? Zo neen, waarom
niet?
Antwoord
Antwoord van staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). (Ontvangen 10 december
2007)
2
Het betreft een onrechtmatig gebruik van de bekostiging. Zoals bij andere
scholen voor voortgezet onderwijs waar sprake is van onrechtmatig gebruik
van de bekostiging, geldt hier dat bestuursrechtelijke maatregelen worden
getroffen. Daarnaast is als gevolg van het onderzoeksrapport van de Inspectie
van het Onderwijs en de Auditdienst een strafrechtelijk traject ingezet door
de aangifte bij het Openbaar Ministerie.
3
Op basis van het AD-rapport kan ik geen uitspraak doen over de bijdrage
aan de integratie, maar zoals ik bij het antwoord op vraag 2 reeds heb gesteld,
volg ik zowel een bestuursrechtelijk, als een strafrechtelijk traject.
4
Zoals ik op vraag 2 beantwoord heb, is hier sprake van onrechtmatig gebruik
van de bekostiging. Ik tref in dergelijke gevallen maatregelen die in verhouding
staan met de ernst van de situatie.
Overigens heeft de Inspectie van het Onderwijs in het onderzoek geconstateerd
dat er rond de examens geen onregelmatigheden hebben plaatsgevonden.
5
Ik streef, zoals gezegd, op korte termijn naar maatregelen die
– bij de ernst van de situatie passen en
– die voor de leerlingen het minst nadelige effecten hebben.
Dergelijke maatregelen hebben alleen betrekking op het bestuursrechtelijk
traject. Het strafrechtelijk deel ligt in handen van het OM.
XNoot
1 RTV Rijnmond, Ernstige misstanden Ibn Ghaldbounschool, 29 november
2007.
XNoot
2 Gezellig van subsidie op Mekkareis, GeenStijl.nl, 29 november 2007.